Woensdag, 26 mei, 2010

Geschreven door: Azzouzi, Fikry El
Artikel door: Nijsen, Kasper

Het Schapenfeest

Tussen Abraham en Ibrahim

Van Rembrandts ‘Het offer van Isaac’ tot Bob Dylans ‘Highway 61’ en van Wilfred Owens ‘The parable of the old man and the young’ tot Madonna’s recente ‘Isaac’: de parabel van Abrahams beproeving is een geliefd thema bij kunstenaars en artiesten van alle tijden. De vader die zijn eigen zoon moet offeren biedt volop ruimte voor (freudiaanse) interpretaties, en misstaat evenmin als metafoor voor een wereldoorlog waarin, aldus Wilfred Owen, een hele generatie geslachtofferd werd door de oudere machthebbers. Ook Fikry El Azzouzi (1978) heeft het verhaal van Abraham als uitgangspunt genomen voor zijn debuutroman Het Schapenfeest, die begint met de woorden: ‘Zijn zoon moest hij offeren voor Allah. Dit was een test.’ Het jeugdige hoofdpersonage, zo blijkt, vreest dat zijn vader veel liever zijn eigen zoon zou vermoorden dan het ram.

In Het Schapenfeest volgen we een Vlaams-Marokkaans gezin dat zich opmaakt voor de traditionele slachting van een schaap ter ere van Abraham – of Ibrahim, zoals zijn Islamitische naam luidt. Ayoub, de elfjarige verteller, moet zijn streng gelovige vader helpen bij het offerritueel maar blijft veel liever lui op bed liggen; bovendien houdt hij helemaal niet van schapenvlees. Uiteindelijk wordt Ayoub toch gedwongen om mee te gaan, en de rest van de roman verhaalt van de avonturen die hij beleeft voor het schaap ten slotte geslacht kan worden.

Ayoubs tegenzin brengt ons meteen bij het centrale thema van Het Schapenfeest. De roman draait namelijk geheel om de tegenstelling tussen de vader van Ayoub, die sterk leunt op zijn Marokkaanse en islamitische afkomst, en Ayoub zelf, die zich hier juist los van wil maken en zich een toekomst als profvoetballer in Vlaanderen voorstelt. Zo komt de opgroeiende Ayoub klem te zitten tussen enerzijds zijn afkeer en angst voor de Marokkaanse tradities van zijn vader, die hem zo nu en dan bovendien met de riem bewerkt, en anderzijds zijn natuurlijke behoefte om door zijn vader gezien en erkend te worden.

Dat dit toch geen zware roman oplevert is te danken aan de lichtvoetige stijl van El Azzouzi. Een aantal schoonheidsfoutjes daargelaten – droomt een elfjarige jongen bijvoorbeeld van ‘magnifieke’ individuele acties en ‘scanderende’ supporters? – slaagt hij er met korte zinnen en simpel taalgebruik in om de belevingswereld van zijn jeugdige hoofdpersoon soepel tot leven te wekken. De levendige vertelstijl wordt nog eens versterkt doordat alles in de tegenwoordige tijd staat, al levert dit hier en daar wel wat vreemde vertelsituaties op wanneer ook een lange flashback van de dagdromende Ayoub in het heden lijkt plaats te vinden.

Technisch Weekblad

El Azzouzi’s luchtige benadering van de thematiek komt behalve in zijn taalgebruik ook tot uiting in de terugkerende fantasieën van zijn hoofdpersonage. Hoewel hij zich graag volwassen voordoet, staat Ayoub met één been nog stevig in de droomwereld van het kind, waar verbeelding en werkelijkheid samenvloeien, en zijn levendige fantasie biedt regelmatig een uitweg uit zijn moeilijke thuissituatie. In zijn dromen is hij een sultan in Marokko en een kolonel van een ruimteschip dat op mars landt, en wordt een Marokkaanse arts een heks die iedereen in kakkerlakken verandert.

Een terugkerend element in Ayoubs fantasie zijn de pratende schapen, waaronder een strijd met sterk religieuze ondertonen zich blijkt af te spelen: de ‘Misbaksels’ nemen het op tegen het offerschaap: de ‘Enige Echte’. Deze laatste komt tegen het einde van het boek – dus na zijn slachting – nog even terug om Ayoub te vertellen dat het zijn doel is om ‘verdwaalde schapen weer naar veilige oorden te brengen’. Uit onvrede met zijn naam heeft Ayoub zichzelf op dit moment net omgedoopt tot Mohammed; bovendien lijkt de Enige Echte nog een verwijzing naar Abraham, die in de Koran immers bekend staat als de profeet die het polytheïsme afzwoer en zijn volgelingen gebood in één god te geloven. Als de wederopstanding van de Enige Echte Ayoub dan ook nog eens vertelt dat ze vanaf nu samen ten strijde zullen trekken tegen de ‘Misbaksels’, die wellicht sterker zijn, maar ook ‘arrogant’ en ‘snel moe door hun slechte eetgewoonten’, lopen zo veel elementen uit het christendom en de islam door elkaar dat het onduidelijk is waar de schrijver met zijn verwijzingen naartoe wil.

Ondanks deze onuitgewerkte religieuze symboliek heeft El Azzouzi met zijn debuut echter een geslaagde roman geschreven, waarin de moeilijkheden van het opgroeien tussen twee culturen op een vaak humoristische en verfrissende manier zijn vormgegeven. Een diepgravende psychologische studie is het niet, en het biedt ook geen flitsende nieuwe inzichten. Wél worden door de heldere schrijfstijl en rijke verbeelding Ayoubs problemen, die ongetwijfeld gedeeld worden door vele allochtone kinderen, van hun traditionele zwaarheid ontdaan. Aan het einde gloort er zelfs hoop aan de horizon en durft Ayoub te dromen dat hij eens door zijn vader erkend zal worden. Die heeft namelijk toch het schaap geofferd, en niet zijn zoon.

Verscheen eerder op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *