Dinsdag, 8 oktober, 2019

Geschreven door: Palm, Walter
Artikel door: Heijster, Karl van

Het sluipend gif van islamofobie

Een gedurfde analyse, laten we het daar op houden

[Recensie] 1989. Ayatollah Khomeini van Iran roept op tot het doden van auteur Salman Rushdie. Erger nog: diverse in Europa woonachtige moslims lijken gehoor te willen geven aan die oproep. Rushdies Satanic Verses wordt verbrand op de straten van Groot-Brittannië, en er wordt een (mislukte) bomaanslag op het leven van de auteur gepleegd. In Nederland organiseren moslims twee grote demonstraties, één in Den Haag en één in Rotterdam. Tijdens de laatste herhalen demonstranten de oproep van Khomeini. De uitgever van de Nederlandse vertaling krijgt doodsbedreigingen en een Amsterdamse boekwinkel voelt zich genoodzaakt het boek niet langer openlijk te verkopen.

Alle reden voor een dringend debat over de staat van democratische waarden als tolerantie binnen (delen van) de islamitische gemeenschappen in Nederland en de rest van Europa, zou je zeggen. Bij schrijver Walter Palm komen echter heel andere zorgen op, als hij zich over de Rushdie-affaire buigt. Hij betreurt het in de openingspagina’s van Het sluipend gif van islamologie: 1989 – 2019 dat na de rel het beeld in de publieke opinie bleef hangen van de islam als intolerante godsdienst met fanatieke gelovigen. Een beeld dat volgens hem niet voortkomt uit het feit dat fanatieke islamieten zich en plein public intolerant betoonden, maar uit de pijnlijke onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Een gedurfde analyse, laten we het daar op houden.

En zijn boek staat er vol mee. Bijvoorbeeld: Geert Wilders, Frits Bolkestein en Thierry Baudet hebben allen Indische wortels, dus misschien komt hun afkeer van de islam wel voort uit het feit dat ze het verlies van Nederlands-Indië als traumatisch hebben ervaren! Of: Geert Wilders is nationalistisch en socialistisch, dus misschien is ‘nationaalsocialistisch’ wel de beste categorisering van de man! Of: misschien was ‘Willen jullie in deze stad en in dit land meer of minder Marokkanen?’ wel een verhulde oproep tot etnische zuivering! Palms framing is zo over de top dat het bij tijden lachwekkend wordt.

En niet alleen rechts-populistische politici moeten eraan geloven. Ook oud-lijsttrekker van de Partij van de Arbeid Wouter Bos en de Partij voor de Dieren worden als islamofoob weggezet. De eerste omdat deze – geheel in lijn met de ambitie een brede volkspartij te zijn  – de zorg uitte dat de PvdA de ‘Partij van de Allochtoon’ zou worden. De tweede omdat deze – geheel in lijn met haar diervriendelijke idealen – een verbod op onverdoofd slachten voorstelde. Dat Palms tegenstanders ook motieven zouden kunnen hebben die niet te reduceren vallen tot islamofobie, lijkt niet eens bij de man op te komen. (Dat overigens nog los van het feit dat ‘islamofobie’ een problematisch begrip is door de dubbele connotatie van ‘angst voor de islam’ en ‘angst voor moslims’ – een probleem waar Palm überhaupt niet aan begint.)

Technisch Weekblad

Erger nog, Palm wil het zo graag opnemen voor de islamitische gemeenschap, dat hij ongewild aan de kant van zijn eigen tegenstanders komt te staan. Zo zou de ‘de kille opmerking’ van premier Rutte dat hij liever heeft dat Syriëgangers op het slagveld sneuvelen, dan dat zij levend terugkeren naar Nederland, ‘zout in de wonden van de islamitische gemeenschap’ zijn. Maar daarmee schaart hij dat de volledige islamitische gemeenschap aan de kant van de Syriëgangers: mensen die expliciet aangetrokken werden door propaganda waarin hen het vooruitzicht werd beloofd ongelovige mannen te mogen onthoofden en ongelovige vrouwen te verkrachten. Een ‘islamofobisch’ standpunt bij uitstek!

En die empathie met terroristen duikt regelmatig de kop op in zijn pamflet. Over de moord op Theo van Gogh schrijft hij bijvoorbeeld (mijn cursivering): ‘De meedogenloze columnist die moslims en de islam keer op keer had vernederd, had in zijn doodsangst nog wanhopig gesmeekt om genade, maar het mocht niet meer baten. Na 9/11 was er teveel gebeurd. (…) De witte woede was als een boemerang teruggekeerd en had een wit slachtoffer geëist.’ Net als na de Rushdie-affaire ontneemt Palm individuele moslims en de islamitische gemeenschap als geheel elke vorm van actorschap. Zelfs de grootste gruweldaad weet de schrijver met een verwijzing naar islamofobie te verzachten.

Zo schiet Palm zich uiteindelijk in zijn eigen voet. Want zijn zorg dat anti-islamitische sentimenten bepaalde grondwettelijke beginselen aantasten, is er een om serieus te nemen. Er vallen meer dan genoeg goede discussies te voeren over de vraag in hoeverre bijvoorbeeld het verbod op ritueel slachten of gezichtsbedekkende kleding de vrijheid van godsdienst aantast, en indien ja, hoe problematisch dat is. Palm betoont zich in Het sluipend gif van islamofobie echter een waardeloze gesprekspartner in die discussie, niet in de laatste plaats voor moslims zelf.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles