Woensdag, 30 december, 2020

Geschreven door: Gerritsen-Geywitz, Gisela
Artikel door: Wouter van Dijk

Het Utrechtse draakje en zijn entourage

Middeleeuwse penwerkstijlen onderzocht

[Recensie] Een bijzondere tak binnen de geschiedwetenschap is die van het handschriftenonderzoek. Hierin staat niet zozeer de inhoud van de middeleeuwse boeken centraal zoals in de regel bij historisch onderzoek, maar juist de vorm en uiterlijke kenmerken van een boek. Een van de manieren om meer te weten te komen over herkomst en ontstaanscontext van vaak her en der verspreid geraakte middeleeuwse werken, is het bestuderen van de decoraties die in het handschrift zijn aangebracht. De meest eenvoudige vorm hiervan is het penwerk, de met een zeer fijne pen in verschillende kleuren inkt op de bladspiegel aangebrachte versieringen.

Historische context

In archieven kom je deze handschriften natuurlijk ook tegen, is het niet als intact overgeleverde codexen, dan toch in veel gevallen als maculatuur, in stukken gesneden en hergebruikte stukjes perkament, ter versteviging van andere boekbanden. Voor een goed begrip van de historische context van het stuk is het dan erg nuttig kennis te hebben van het verspreidingspatroon en de mogelijke herkomst van deze fragmenten. De analyse van de stijl van het penwerk is daarbij een van de hulpmiddelen. Gerritsen-Geywitz heeft voor haar onderzoek meer dan tweehonderd op deze wijze versierde handschriften en incunabelen bestudeerd. De onderzochte werken zijn voornamelijk afkomstig uit de voormalige boekencollecties van het Utrechtse Kartuizerklooster en Regulierenklooster. Utrecht was in de middeleeuwen een belangrijk productiecentrum van handschriften. Groot voordeel voor het onderzoek naar de Utrechtse handschriften en incunabelen is dat de bibliotheken uit deze kloosters vrij volledig terechtgekomen zijn in de Utrechtse universiteitsbibliotheek. Veel van dergelijke handschriftencollecties zijn immers ook in andere collectieverzamelende instellingen terechtgekomen zoals universiteitsbibliotheken. Zo ook in het geval van dit corpus. 

Een in het oog springend element in de penwerkversiering van handschriften afkomstig uit het Utrechtse, is het getekende draakje waarnaar de titel van het boek verwijst. Gerritsen-Geywitz onderscheidt in totaal vijftien verschillende stijlen, die echter her en der wel overlap in het type versieringen vertonen. Om dat veelvoud aan versierstijlen uit elkaar te houden verzon ze even veelzeggende als originele benamingen zoals de Stijl met de Fijne Takjes, de Stijl met de Dikke Neus en de Wollige Radijs-Stijl. Met een beetje fantasie herken je zelfs een stijl voor een van onze oud-algemeen rijksarchivarissen: de Ketelaer-Stijl. In dit geval verwijst de stijl echter naar de Utrechtse drukkerswerkplaats van Nicolaus Ketelaer en Gerard de Leempt, de vroegst bekende drukkerij in de Noordelijke Nederlanden.

Wordt Vervolgd

Lokalisering en datering

De grootste winst in het onderzoek van Gerritsen-Geywitz is erin gelegen dat van veel de vijftiende-eeuwse handschriften waarvan de herkomst tot op heden onbekend is, met behulp van vergelijking met de door haar omschreven stijlen kan worden gedetermineerd of het handschrift wellicht in Utrecht is ontstaan. In geval van enkele van de stijlen is de herkomst zelfs te herleiden naar een van de kloosters in de stad die destijds als productiecentrum fungeerden. Daarnaast helpen de stijlen in het toekennen van een preciezere datering van handschrift of incunabel. Waar het de incunabelen betreft kan het penwerk ook helpen de in schemerduister gehulde ontstaansgeschiedenis van veel van deze wiegendrukken wat te verduidelijken. Op die manier kan nog veel bijgedragen worden aan ons beeld van ontwikkeling en verspreiding van de boekdrukkunst. Kortom een interessante historische publicatie die ook voor archivarissen zeker van nut kan zijn, als je weer eens in het depot tegen een middeleeuws handschrift of fragment hiervan aanloopt.

Eerder verschenen op Hereditas Nexus