Vrijdag, 18 december, 2020

Geschreven door: Lafon, Marie-HĂ©lĂšne
Artikel door: Francet, Elisabeth

Het verhaal van de zoon

De zware sluier van het taboe

[Recensie] In 2008 staat Antoine voor het eerst aan het graf van zijn oudoom, in Chanterelle. Armand Lachalme, tweelingbroer van Antoines grootvader Paul, was vijf toen hij stierf. Antoines zonen – eveneens een tweeling – zijn nu vijf jaar oud. In de familiegrafkelder ligt de stilte van afwezigheid begraven. Hun leven lang hebben moeder, vader en zoon Lachalme elkaar gemeden. Gedurende drie generaties ging de familie met een grote boog om het verleden en het doodgefolterde kind heen. Op Armands leven en dood rustte een taboe.

Het verhaal van de zoon, de jongste, deels autobiografische roman van de Franse Marie-HĂ©lĂšne Lafon (1962), begint honderd jaar eerder in de Cantal. In 1908 heerst bij de Lachalmes grote bedrijvigheid. Als een kleine Proust loopt de vijfjarige Armand kriskras door de kamers van het huis in Chanterelle, snuift vertrouwde geuren op, kijkt naar de gebaren van grote mensen, luistert naar zinnetjes die hij niet begrijpt. Op een ochtend loopt hij, zoals gewoonlijk met een grote boog om vader heen, door een gang vol licht. Tweelingbroer Paul slaapt nog. Verblind door het licht holt Armand opgewonden de keuken in, waar Antoinette in de weer is. Armand houdt van de voskleurige dienstbode, die voor alles een oplossing heeft en aardbeien voor hem meebrengt. Dan gebeurt het vreselijke: ten huize Lachalme breekt bruusk een tak af, een gebeurtenis die de familiestamboom ernstig zal traumatiseren.

Volgt een reeks ingewikkelde sprongen in de tijd. Wat is nu, wat is toen? Wie verhoudt zich op welke manier tot wie? Het lineaire van de tijd wordt bruusk onderbroken door de dood van Armand. Levens, jaartallen, namen lopen jammerlijk door elkaar. In dat kluwen van relaties reikt Lafon mondjesmaat fragmenten van een complexe genealogische puzzel aan, door nu en dan een datum of een leeftijd te vermelden. De lezer moet zelf, voorwaarts en achterwaarts in de tijd, over vier generaties heen, berekeningen maken, wil hij achterhalen wat waar wanneer gebeurde in de geslachten Lachalme en LĂ©oty.

Op zijn zestiende heeft Paul Lachalme last van koude voeten. In de studiezaal op school draagt hij onder zijn kniekousen de sokken die zijn moeder heeft gebreid. Hij kan nauwelijks wachten om in het leger te gaan. Maar een held zal hij niet worden: de oorlog is net gedaan. Weemoedig denkt Paul aan het huis in Chanterelle. Daar wordt hij met warme baden verwend; op school moet hij zich wassen met gesmolten ijs. Hoe kan hij de leegte opvullen die zijn overleden tweelingbroer in hem achtergelaten heeft? Op een dag belandt Paul met ontstoken bronchiën op de ziekenboeg. Een zekere mademoiselle G. Léoty ontfermt zich over hem.

Boekenkrant

Een kwart eeuw later is André Léoty aan het woord. Zijn vader kent hij niet, zijn moeder ziet hij amper twee keer per jaar. Kort na zijn geboorte vertrouwde zij hem toe aan haar zus HélÚne. De zoon zal zijn leven zelf moeten uitvinden. Soms is André melancholisch. Hij verkiest de warmte en de vreugde in Le Jaladis, het huis van zijn pleegouders, boven het geheime leven en het zwoele parfum van zijn echte moeder.

Nog voor André geboren is, weet Gabrielle dat Paul haar zal verlaten. Zij is zestien jaar ouder en heeft hem alles over vrouwen bijgebracht. Daar zal ze een prijs voor betalen, want hij is het type man dat wil leven en schitteren. De lange doodsstrijd van zijn tweelingbroer, wiens voornaam hij nooit uitspreekt, achtervolgt hem. Paul is niet geschikt om vader te worden. Daarom zal hij Gabrielle verlaten.

Decennia later hoort Paul Lachalme, advocaat bij de balie van Parijs, tijdens zijn slaap nog steeds de kreet die hij zou willen vergeten. Een ijselijke kreet, geslaakt op een vervloekte ochtend in Chanterelle. Kort na de geboorte van Antoine wil André voor het eerst zijn vader opzoeken in Parijs. (Weet zijn vader wel dat hij een zoon heeft?) Hij krijgt Paul niet te zien, slechts een rimpeling in het gordijn. Pas na zijn dood zal André hem voor het eerst ontmoeten, op het kerkhof van Chanterelle, en, net als zijn eigen zoon Antoine vele jaren later, de balans opmaken.

Zwaar als het parfum van Gabrielle hangt in Het verhaal van de zoon de sluier van het onzegbare als een vloek over twee families. Is het gedeelde erflast, of erfzonde? Naast de vlucht van de vader was er immers ook het verborgen leven van Gabrielle, haar losse omgang met mannen, haar vrijgevochten bestaan in Parijs. Nergens wordt duidelijk of de familie de situatie aanvoelde als een schandaal. Waren ze gekwetst of voelden ze zich net bevrijd? Lafon zwijgt daarover. Sterk.

Al heeft de dood het bestaan van de vader afgebakend, toch is niets werkelijk onthuld. Doordacht subtiel suggereert Lafon het verzwegene. In fraaie tableaus uit het leven van drie generaties wisselt ze proustiaans, weelderig taalgebruik af met een afstandelijke, ingehouden toon en laat ze de ongebreidelde levenslust van de jonge Armand scherp contrasteren met de verlammende zwaarte van het taboe en de gefnuikte verlangens van André. Die subtiele gelaagdheid heeft Katelijne De Vuyst in haar vertaling voortreffelijk gevat. De ingenieus opgebouwde roman heeft Lafon overigens geen windeieren gelegd. Zopas sleepte ze er de prestigieuze Prix Renaudot mee in de wacht.

Oorsponkelijk verschenen op Mappalibri en op Geen dag zonder boek