Vrijdag, 20 januari, 2017

Geschreven door: Mammeri, Mouloud
Artikel door: Leppers, Ger

Het verlaten land

De mensen die we minachten, kennen we meestal slecht

[Recensie] Regelmatig verschijnen er nieuwe deeltjes in de Berberbibliotheek – een initiatief om bekendheid te geven aan boeken uit een gebied waar heel wat landgenoten hun wortels hebben, maar dat vele Nederlanders nog maar weinig vertrouwd is. We danken er veel moois aan. Zo stak de Marokkaan Mohammed Khaïr-Eddine in zijn roman Leven en legende van Agoun’chich oude, traditionele verhalen op vindingrijke manier in een eigentijds jasje en gaf de Algerijn Tahar Djaout in De bottenzoekers een amusant beeld van de intocht van moderne verworvenheden in een traditionele maatschappij. Aangrijpend, ook voor Nederlandse lezers, waren vooral de boeken waarin ontluikend individualisme botst met de regels en voorschriften van een conservatieve samenleving, zoals het broeierige Nedjma van Kateb Yacine, en bovenal het opstandige Hongerjaren van Mohamed Choukri, over het leven aan de zelfkant van de Marokkaanse maatschappij.

Nu verschijnt Het verlaten land van de Algerijn Mouloud Mammeri (1917-1989). Het boek dateert van 1952 en vertelt over het leven in het arme, afgelegen Kabylische dorpje Tasga, kort voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. We lezen hoe de personages verliefd worden, trouwen, worstelen met kinderloosheid, het hoofd moeten bieden aan bemoeizucht van schoonfamilie en dorpsgenoten en aan misoogsten, beweren dat alle vrouwen hoeren zijn, elkaar een poot uitdraaien, verlangen naar overspel (“een liefde die je volgens onze gebruiken met de dood moet bekopen”), tobben over de verplichting tot eerwraak, sterven van de kou, niet zichzelf mogen zijn, en hun tanden verliezen bij het ouder worden. Kwaadsprekerij helpt menigeen om dit alles draaglijk te maken – maar blijkt uiteindelijk, als elke tijdelijke verlichting brengende drug, niet beter dan de kwaal. De auteur streeft er duidelijk naar om voor zijn lezers herkenbare situaties te schetsen, in aansluiting op het neorealisme dat in die jaren in zoveel landen van het Middellandse Zee-bekken en tot in Portugal in zwang was. “Ze keek naar de doffe blik in haar vermoeide ogen, haar gekwelde gezicht als dat van een noodlijdende, haar gebroken lichaam, toegetakeld door de opeenvolgende zwangerschappen, haar blote voeten, gehavend door de keien op de weg, haar volle en zware borsten als die van een zoogster en haar armzalige, nette kleding.”

Dat het hier gaat om een roman die in Algerije indertijd, als sociale aanklacht, een rol van betekenis heeft gespeeld, wil ik op gezag van Asis Aynan, die het nawoord schreef, graag aannemen. Maar in tegenstelling tot de aan het begin van dit artikel genoemde boeken heeft Het verlaten land de Nederlandse lezer van nu amper nieuws te bieden. De traditionele maatschappij die erin beschreven wordt, is ons bekend. De personages worstelen weliswaar met de conventies die hun leven vergallen en die de auteur door ze te beschrijven aan de kaak stelt, maar geen van hen gooit echt de kont tegen de krib en biedt de lezer zo een mogelijkheid tot identificatie.

Ook de gehanteerde stijl is meestentijds flets en braaf. “Het huis zag er met de kale muren en de kamers zonder meubels uit als een verlaten verblijf.” Van een dergelijke zin zullen weinig lezersharten sneller gaan kloppen. Dat geldt nog sterker voor een mededeling als: “Een doffe woede tegenover zoveel onrechtvaardigheid van het lot en van de mensen kolkte in Ibrahim.” Flitsende beeldspraak, boosaardige understatements en superieure ironie ontbreken, net als vinnige dialogen die je als lezer gniffelend tot je neemt. Tegenover de vele zich trouwhartig aaneenrijgende zinnen staat slechts een enkele mooie, tot nadenken stemmende uithaal zoals: “De mensen die we minachten, kennen we meestal slecht.”

Schrijven Magazine

Dat deze roman, als één van de vertrekpunten van een eigen Algerijnse literatuur, van documentair belang is wil ik best aannemen, maar het is de vraag in hoeverre de beslommeringen van Mammeri’s personages aan Nederlandse lezers zijn besteed. Daarom echter niet getreurd, zeker op niet-vertrouwd terrein geldt: nooit geschoten is altijd mis, dus óp naar het volgende deel van de Berberbibliotheek.

Eerder verschenen in Trouw