Maandag, 15 maart, 2021

Geschreven door: Sommer, Iris
Artikel door: Moll, Puck

Het vrouwenbrein

Diversiteit in breinen

Het boek Het vrouwenbrein leert je hoezeer mannen- en vrouwenĀ­hersenen van elkaar verschillen en hoe vrouwen compenseren voor hun gebrek aan hardware.

[Recensie] Vrouwen doen qua intelligentie niet onder voor mannen. Maar hoe kan dat als je weet dat vrouwen gemiddeld maar liefst 11 % minder hersenvolume hebben en 17 % minder zenuwcellen in de hersenschors? Met die vraag trekt auteur Iris Sommer je direct Het vrouwenbrein in. Sommer is hoogleraar psychiatrie aan het UMC Groningen en gespecialiseerd in hersenaandoeningen, zoals schizofrenie en de ziekte van Parkinson.

In haar diepgravende en vlot geschreven boek schetst Sommer hoe vrouwen weten te compenseren voor dit opvallende gebrek aan hardware. Een deel van het antwoord ligt in de hersenarchitectuur van vrouwen. Hun zenuwcellen maken onderling meer verbindingen aan en zijn compacter georganiseerd dan die van mannen.

Ook beschikken ze door geoptimaliseerde mitochondrieƫn over een hoger metabolisme, dat het energieslurpende brein goed uitkomt. Maar het zijn aanwijzingen, een sluitend antwoord voor de discrepantie is er nog niet. Zo weten breinkenners nog tamelijk weinig over de kleine hersenen, en dat terwijl vrouwen voor hun intelligentie juist lijken te bouwen op dat hersendeel.

Technisch Weekblad

Dwarsverbanden

Uiteindelijk blijkt de openingszet van Sommer eerder een aanzet voor de rest van haar boek. Als lezer maak je kennis met de vorming en de rijping van de hersenen bij jongens en meiden, en de grote verschillen in het hormoon-, stress- en immuunsysteem tussen beide geslachten. Vervolgens legt de psychiater dwarsverbanden tussen die systemen en de hersenen.

En gaat ze in op wat die ā€˜huishoudingenā€™ voor effect hebben op het ontstaan en het verloop van hersenaandoeningen. Zo zijn vrouwen en mannen in andere periodes van hun leven vatbaar voor depressies, en verschillen de kenmerken van bijvoorbeeld depressies en autisme tussen de beide geslachten sterk.

Handig weet Sommer ook de invloed van het man-/vrouwbeeld en de daaruit voortvloeiende opvoeding in haar verhaal te verweven. Richting het einde van haar boek echter, waarin ze ingaat op stereotypering en kansengelijkheid, neemt de psychiater een loopje met de rode draad van haar boek en gaat ze meer op de stoel van de socioloog zitten.

Maar haar onderliggende boodschap is dan al duidelijk: de behandeling van hersenaandoeningen vraagt om een aanpak waarbij we juist mĆ³eten differentiĆ«ren tussen mannen en vrouwen.

Eerder verschenen in C2W