Zondag, 13 oktober, 2013

Geschreven door: Blondeau, Thomas
Artikel door: Zeller, Claudia

Het West-Vlaams versierhandboek

West-Vlaamse onnozelheden

Het imago van België is, als we eerlijk zijn, dat van een belachelijk land. Het lachertje van Europa, waar ruzie om een panda kan uitgroeien tot een rel die de natie splijt. En de eenheid van België hangt al aan een zijden draadje. In de nieuwste roman van Thomas Blondeau (1978) fungeert dit imago als achtergrond bij de persoonlijke zoektocht van Raf, protagonist én schrijver van Het West-Vlaams versierhandboek. Het verhaal, in potentie interessant als reflectie op zaken als toe-eigening van grond, mechanismen van uitsluiting en groepsdynamiek, verwordt echter snel tot een platvloerse klucht met een pretentieus randje.

Waar het om gaat is snel verteld: Raf, een gemankeerde schrijver die misschien wel anders heet – daar komen we als lezer niet zo gauw achter –, keert terug naar zijn geboortedorp. De redenen: een depressie, een gestrande relatie, en een schrijfblokkade. Bovendien is het zomer. Het is eigenlijk vreemd dat Raf niet aan de drank is, want verder melkt Blondeau elk beschikbaar clichébeeld van de schrijver tot de laatste druppel uit. Er is een meisje dat versierd moet worden, Roland Barthes moet geciteerd, en ook het genre van ‘het boek over het boek dat eigenlijk geschreven had moeten worden’ wordt met veel bombarie opgevoerd. Als een overjarige gigolo probeert Blondeau zijn lezer(essen) te verleiden. Elke mogelijke versiertruc wordt uit de ouwe doos opgeduikeld, afgestoft en als spiksplinternieuw aan de lezer gepresenteerd.

Minachting

Toch schuilt in de thematiek van een West-Vlaams dorp dat zich afsplitst van de rest van België wel een verhaal dat niet zo flinterdun is als Blondeau het doet voorkomen. De kwesties die hij aanstipt zijn in meerdere opzichten interessant. Wat betekent zelfbeschikking, waar eindigt je eigen vrijheid en waar begint de vrijheid van de ander, wanneer en waarom zeg je als mens: dit is van mij, hier kom ik vandaan? Over al dit valt in Het West-Vlaams versierhandboek nauwelijks een zinnig woord te lezen, omdat Blondeau er niet in slaagt Raf verder te doen kijken dan diens neus lang is.

Dat Raf een ronduit irritante verteller is, helpt ook niet echt. Kijk mij getormenteerd zijn, zie mijn depressie, en aanschouw hoe ik er op een intellectuele manier mee omga. De referenties, verwijzingen en voetnoten vliegen je om de oren, want hier spreekt een belezen man! Een man die in niets lijkt op de achterlijke dorpelingen, de volgers van Jozua Goeminne, leider van de pietluttige opstand; kortom, iemand die niet geassocieerd wenst te worden met de kleinzielige aangelegenheden die de bewoners van het West-Vlaamse gehucht bezighouden:

Wandelmagazine

‘Van vroeger herinner ik me wat verongelijktheid. Maar was die anders of diepgaander dan die van elk ander gehucht? Er was wat gezeik over het sluiten van het gemeentehuis en het verdwijnen van het postkantoor, maar militant werd het nooit. Ook nu heeft het iets gemoedelijks, iets carnavalesks. De buitenwereld kan het blijkbaar ook geen kloot schelen. Het zal helpen dat het zomervakantie is. Soit, als ze mijn kop maar met rust laten.’

Een kwestie van smaak

Je kunt het Blondeau moeilijk kwalijk nemen dat hij met het genre van de fictieve autobiografie aan de haal gaat, of dat hij steeds verwijst naar het Rouwdagboek van Roland Barthes. Dit is namelijk niet eens de meest onaangename eigenschap van de roman. Het is niet erg dat Raf een door en door onsympathiek personage is. Het is ook niet erg dat Blondeau een spel met de lezer speelt. Het probleem is dat dit spel te doorzichtig en te nonchalant is. De absurde gebeurtenissen stapelen zich op, doortrokken van de fragmentarische jeugdherinneringen van Raf, elk voorzien van het verplichte melancholische tintje. Daartussenin de poging van Raf om Het West-Vlaams versierhandboek te schrijven.

Dit had een best charmant boek kunnen zijn. De zinnen lopen lekker, Blondeau schrijft gemakkelijk. Maar in het gemak waarmee hij een zin construeert, voorzien van een flink vleugje couleur locale, proef je snel een zekere gemakzucht, en minachting voor de lezer. Het is hetzelfde soort minachting dat Raf tegenover de dorpelingen lijkt te koesteren, waardoor de overige personages schetsachtig blijven en het niveau van karikaturale, haastig in elkaar geknutselde schepselen niet kunnen ontstijgen. Want Raf is vooral met zichzelf bezig, net als Het West-Vlaams versierhandboek voornamelijk met zichzelf bezig is. Maar misschien klikte het gewoon niet zo goed. In ieder geval hebben we wat mij betreft vooralsnog geen nieuwe afspraak staan.


Eerder verschenen op Recensieweb

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *