Vrijdag, 16 oktober, 2020

Geschreven door: Drehmanns, Peter
Artikel door: Verplancke, Marnix

Het Wezen

Weg van oud continent en op zoek naar een spookdiertje

De eerste zin

“Koen Grondijs keek naar buiten, iets wat hij vaker deed, hoewel hij in wezen een introvert man was.”

Recensie

Wat Koen Grondijs buiten ziet, staat hem niet aan: een oud continent vol domheid en commercie dat zich naar zijn einde rochelt. Als kunsthistoricus is hij uitgekeken geraakt op renaissance, maniĆ«risme, fauvisme, abstract expressionisme, Op Art en Arte Povera. Opgesodemieterd daarmee, denkt hij. Nee, veel liever zou hij zich voortaan onderdompelen in de weldoende sferen van moeder natuur, “daar waar in de loop der eeuwen voortdurend nieuw leven werd ontkurkt,” zoals Peter Drehmanns schrijft in Het Wezen, zijn dertiende en ook meest exuberante roman tot nog toe. En dus neemt Grondijs zich voor naar de Archipel te reizen en op zoek te gaan naar het wezen uit de titel van het boek, een mensachtig halfaapje, een spookdiertje dat voor het laatst gezien werd op 22 september 1999. Al zou het ook een Goetheaanse, mythische homunculus kunnen zijn. Hij pakt zijn spullen, boekt zijn tickets en verhuurt zijn kunstzinnig ingerichte huis aan een stel barbaarse Russen die meteen zijn Thierry De Cordier van de muur haken en deze in de bijkeuken deponeren. En dat is nog maar het begin.

Wordt Vervolgd

Wat volgt is een onderdompeling in een wereld die doet denken aan de combinatie van Louis Couperusā€™ Stille kracht en Joseph Conrads Heart of Darkness, maar dan overgoten met de vileine saus van Evelyn Waughs A Handful of Dust, en dat geschreven in een uitzonderlijk rijke, misschien wel ietwat pervers plastisch aanvoelende taal. Drehmanns gooit zijn Grondijs de jungle in, waar hij maar moeilijk wegkomt van zijn cultuur en achter iedere boom Richard Attenborough denkt te zullen aantreffen. Maar juist daar wil hij dus mee breken, met de toeristenindustrie voor de ā€˜Wekelingenā€™ die hem waarschuwen voor de Epidemie. Hij wil verbrokkelen, zegt hij tegen de Italiaanse taxidermist Dino Drogo waarmee hij samen het onbekende intrekt en die niet liever doet dan imaginaire dieren opzetten, zoals de Wolpertinger bijvoorbeeld, samengesteld uit een konijnenkop, een hertengewei, fazantenvleugels en het lijf van een eekhoorn. En verbrokkelen doet hij, meer dan hem lief is zelfs, zeker nadat het duo gevangengenomen wordt door een lokale stam.

Het Wezen is een grandioos originele roman en een belevenis die je als een vloedgolf over je heen moet laten komen.

Drie vragen aan Peter Drehmanns

Reizen is een terugkerend thema in uw boeken. Ook in deze roman staat een reis centraal. Waarom vindt u ze zo belangrijk?

Drehmanns: “Omdat ik er zelf ook zo van hou. Ik ben nu trouwens op reis. Ik hou ervan mijn protagonisten op reis te sturen omdat ze dan losgeweekt worden van een vertrouwde omgeving en hun alledaagse routine. Daardoor zijn ze extra kwetsbaar, lopen ze het risico te verdwalen en worden ze geconfronteerd met zichzelf en hun eigen zwaktes. De werkelijkheid waarin zij worden ondergedompeld ervaren zij steeds meer als onwerkelijk, als een samenzwering tegen henzelf. Hierdoor raakt de lezer in zekere zin ook gedesoriĆ«nteerd, hoop ik. Het is immers mijn intentie om verhalen te scheppen die bij de lezer een ongemakkelijk gevoel, verwarring en soms zelfs walging oproepen. Volgens mij is het immers niet mijn taak om mijn publiek in de watten te leggen. Liever stuur ik het op reis in een sadistisch universum.”

Uw hoofdpersoon vindt daarom dat we in een verwarrend, neobarok tijdperk leven. Is Het Wezen daardoor ook een neobarokke roman geworden?

Drehmanns: “Koen Grondijs ziet inderdaad een grote overeenkomst tussen onze wereld en die van de barok, toen nieuwe wetenschappelijke inzichten, ontdekkingen van andere werelden, religieuze botsingen en ontwrichtende oorlogen leidden tot desoriĆ«ntatie, complexiteit, fragmentatie en instabiliteit. Volgens Grondijs vertoont onze hedendaagse werkelijkheid verrassend veel overeenkomsten daarmee. Onze zekerheden worden ontzenuwd door technologische, medische en klimatologische ontwikkelingen. Grondijs wil die wereld inruilen voor een eenvoudig, idyllisch alternatief. De ironie echter is dat de vorm van deze roman bij uitstek barok is: extravagant, multidimensionaal, gekunsteld en schaamteloos gebruikmakend van hyperbolen, metaforen en ornamenten.”

Maar kunnen we onze wereld wel achterlaten?  

Drehmanns: “Laat ik me beperken tot Grondijs. Als westerse intellectueel, doordrenkt van westerse esthetische waarden, blijkt hij de natuur van de Archipel haast uitsluitend te kunnen waarnemen door de lens van de sceptische kunsthistoricus die hij is. Als vertegenwoordiger van het decadente westen is hij dusdanig ver afgedreven van een onbesmette, zogenaamd spontane beleving dat het hem niet lukt de natuurapostel te worden die hij zo graag wil zijn. Zodra hij een regenwoud betreedt kan hij alleen maar een kathedraal zien en bij een zonsopgang moet hij aan een doek van Turner denken. De natuur is niet meer dan een construct van de cultuur die hij juist wil afzweren. Ik kan me voorstellen dat Grondijs daar niet alleen in staat.”

Eerder verschenen op Knack