Zondag, 2 mei, 2021

Geschreven door: Dijk, Marc van
Artikel door: Kerkwijk, Marthe

Het wonder van betekenis

Op zoek naar geluk en wijsheid met Paul van Tongeren

[Recensie] Denker des Vaderlands Paul van Tongeren weet ontzettend veel over het werk van Aristoteles en Nietzsche. Maar al die kennis en wijsheid lost het vraagstuk waar hij al lang mee worstelt niet op: hoe kan het toch dat er zo veel betekenis is, zelfs nadat Nietzsche de chaos verkondigde? Een waar wonder, of je dat nu religieus wilt duiden of niet. Met Van Tongeren heeft het Vaderland een Denker die in de rol van leraar het beste uit de verf komt: hij doet voor hoe je zelf kunt nadenken over het wonder van betekenis.

Het is inmiddels een traditie dat van elke nieuwbenoemde Denker des Vaderlands een interviewboek verschijnt. Zo’n boek is dik noch duur (160 pag./€ 15,-) en de interviewer zorgt ervoor dat de filosofie niet te hoog boven de wolken gaat zweven. Een geslaagd interview in deze reeks zorgt voor een goede eerste kennismaking met de nieuwe Denker, en geeft ook een soort mission statement, een idee van wat we van het Denkerschap van deze Denker kunnen verwachten. Journalist Marc van Dijk, die ook het interviewboek met scheidend Denker des Vaderlands Daan Roovers schreef, volgde Paul van Tongeren naar Kreta om hem te interviewen voor het boek Het wonder van betekenis. Van Tongerens missie wordt al snel duidelijk:

“Ik zou het willen hebben over iets wat zolang als ik bezig ben geweest in de filosofie voor mij leidend is geweest: het wonder van betekenis.”

Filosofie – en het leven – gaat namelijk niet over feiten, maar over wat die feiten betekenen. Dat de dingen op een tamelijk directe, onmiddellijke manier aan ons verschijnen als mooi, lelijk, saai, aantrekkelijk of afschuwelijk is voor Van Tongeren een wonder. Dat wonder heeft voor Van Tongeren een religieus karakter, in de zin van ongrijpbaar, maar is tegelijk aards en natuurlijk.

TijdvoorTijdschriften

Orde en chaos

Het wonderlijke van betekenis heeft meer te maken met Gods dood dan met Gods plan. Als God levend en wel was, dan was betekenis niet zo wonderlijk. Maar God is dood. Daar zijn we op gewezen door Nietzsche, en dat kun je overtuigend vinden of niet, stelt Van Tongeren, maar we kunnen er niet meer omheen. We kunnen niet meer zomaar uitgaan van de gedachte dat het universum begrijpelijk geordend is. Het zou zelfs kunnen dat het universum wordt gekenmerkt door chaos en willekeur. Die gedachte kunnen we niet helemaal loslaten, terwijl we tegelijkertijd niet ontkomen aan de betekenis van de fenomenen. Hun betekenis dringt zich als het ware aan ons op, en veronderstelt dat er meer is dan chaos. We geloven dus enerzijds in een soort van orde, terwijl we dat anderzijds niet meer met volle overgave kunnen. Van Tongeren vergelijkt ons met Camus’ Sisyphus: een personage dat beseft dat er geen zin valt te ontdekken in zijn bestaan, en toch zijn geluk vindt in de toewijding aan zijn vergeefse activiteit: het tegen de berg op rollen van een kei.

We kunnen dus niet zomaar de chaos omarmen en de handdoek in de ring gooien, betoogt Van Tongeren. We ontkomen er niet aan te erkennen dat dingen ertoe doen. Zelfs als je zou zeggen dat we de chaos moeten omarmen, zou je impliceren dat het goed of eerlijk of waarachtig is om dat te doen, en dan ben je alweer betekenis aan het toekennen. Zelfs Nietzsche ontkomt er niet aan zichzelf op dit punt tegen te spreken. Nee, dan Aristoteles, de filosoof van de orde. Die leefde ver voor Nietzsche en had geen last van de dood van God. Voor Aristoteles was het nog mogelijk om een standvastig idee van geluk te formuleren. Daarover is het dan ook veel prettiger spreken tijdens een zomercursus op Kreta, waar Van Tongerens grootste probleem niet de dood van God is, maar de aanwezigheid van muggen.

Vakantiegevoel

Meer dan in eerdere boeken van deze serie speelt het decor van de interviews een rol. Van begin tot eind volgen we Van Tongeren op Kreta tijdens zijn cursus over Aristoteliaans geluk. Sfeervolle omschrijvingen van de stranden, de zonnebrand, de lammergieren en de kleffe pizza’s geven het boek, ondanks de stevige filosofie, een vakantiegevoel. Ook heeft Marc van Dijk de vrijheid genomen enkele alinea’s te wijden aan zijn eigen overpeinzingen bij de Kretenzer sterrenhemel. Zo maakt hij van zichzelf een personage waarmee de lezer zich gemakkelijk kan identificeren: de jonge leerling van de wijze Van Tongeren, slim genoeg om scherpe vragen te stellen maar ook menselijk onhandig om- ‘We ontkomen er niet aan te erkennen dat dingen ertoe doen’ dat hij de zeventigste verjaardag van de Denker was vergeten. De ondertitel van het boek luidt Op zoek naar geluk en wijsheid met Paul van Tongeren, maar in mijn hoofd ging het al gauw De filosofische avonturen van Paul en Marc op Kreta heten. Het contrast tussen een verhalend vakantiegevoel en de prikkelende, vaak hersenkrakende filosofie, werkt erg goed. Meer dan eens legde ik het boek even weg om grondig na te denken, maar dan pakte ik het gauw weer op om verder te lezen over de filosoof en zijn cursisten in de brandende zon.

Erudiet, maar geen horzel

 Paul van Tongeren toont zich doorheen het boek een erudiet, integer denker en een ervaren docent. Het is onmogelijk niet gefascineerd te raken door de grote filosofische problemen die hij zo helder verwoordt. Als je colleges van hem hebt bijgewoond, herken je zijn manier van spreken. Je hoort de stiltes die hij laat vallen als hij denkt, de zachte stem die nauwkeurige formuleringen vindt. Een denker van formaat die geen standpunten voorkauwt, maar die voordoet hoe je dat doet, denken. Daarmee daagt hij je uit om zelf dieper te denken dan je deed, om langer stil te staan bij iets dat je wonderlijk vindt. Ook maken we in dit boek een filosoof mee van de oude stempel, iemand die staat boven de waan van de dag. Iemand wiens grootste probleem is hoe de orde van Aristoteles valt te verenigen met de chaos van Nietzsche. Als dat je grootste probleem is, ben je niet het soort filosoof dat, zoals Marx dat liever zag, erop uit is “de wereld te veranderen”.

Verwacht van Van Tongeren geen radicale politieke controverses. Van Tongeren lijkt eerder op Socrates de vroedvrouw, die de beste filosofische gedachten uit zijn gesprekspartners weet te krijgen, dan op Socrates de horzel, die felle maatschappelijke kritiek uit. Toch is Van Tongeren allesbehalve wereldvreemd. Hij neemt een Syrische nieuwkomer in huis als die hem daarom vraagt, past het denken van Nietzsche, Aristoteles en andere denkers moeiteloos toe op alledaagse kwesties en smeert zich in met muggenolie. Een mooie kennismaking met een echte Denker. Het wonder van betekenis.

Eerder verschenen in ifilosofie