Dinsdag, 16 juni, 2020

Geschreven door: Keirse, Manu
Fijen, Leo
Artikel door: Veen, Evert van der

Het wonder van de kleine goedheid

In tijden van eenzaam sterven en beperkt afscheid

[Recensie] Dit boekje is een hartstochtelijk pleidooi uit het hart van beide auteurs, de Vlaams klinisch psycholoog Manu Keirse en programmamaker bij de KRO-NRCV Leo Fijen. Zij schreven elkaar gedurende twee weken brieven over sterven in een tijd van corona en alle beperkingen die dit met zich meebrengt in zieken- en verpleegtehuizen. De auteurs staan stil bij wat zij noemen ‘het wonder van de kleine goedheid’: concrete en bescheiden aandacht voor mensen door met hen mee te leven en voor hen te zijn in de laatste fase van hun leven.

De brieven zijn dan ook een hartenkreet om daar in de huidige tijd van beperkingen vanwege corona ruimte voor te maken. Tal van verhalen over mensen, waar de auteurs bij betrokken zijn, komen in de brieven naar voren. Keirse en Fijen hebben allebei moeite met de regels die menselijk contact beperken en in feite vaak onmogelijk maken met als gevolg dat mensen in eenzaamheid sterven.

De auteurs nemen het voor hen op en voelen zich met hen verbonden en zij vragen zich af: “Waarom zou een bezoek met een kus op het voorhoofd en met een vertrouwd gesprek toch niet te verkiezen zijn, ook al omdat het verblijf van bewoners in een verpleeghuis relatief kort is?”, pagina 28. Zo stellen zij belangrijke ethische vragen bij de huidige gang van zaken waar regels stervenden en hun familieleden in eenzaamheid uit elkaar drijven.

Ontroerend is het voorbeeld waarin dan toch een uitzondering op de regels in een verpleeghuis wordt gemaakt: “ De kleinkinderen mochten aan het bed zijn, eerst kleindochter drie uur, daarna de kleinzoon drie uur. Zo waakten ze bij oma en zo konden ze hun grootmoeder danken voor de zorg die zij altijd voor de kleinkinderen had getoond sinds het overlijden van hun moeder en haar dochter”, pagina 78.

Trouw

Beide auteurs stellen terecht dat het persoonlijke contact van wezenlijk belang is tussen mensen en zeker in de laatste levensfase waarin mensen elkaar graag nabij willen zijn. Keirse en Fijen zien zeker de kansen van alternatieven om toch contact met elkaar te onderhouden: “Vandaag worden de sociale media misschien voor het eerst het vehikel voor echt sociaal contact”, pagina 44. Dat is op zichzelf goed en waardevol maar het blijft een digitale en daarom niet adequate vervanging van het directe menselijke contact. De auteurs vragen zich dan ook af of het quarantaine-beleid wel stilstaat bij het algehele welzijn van mensen. Zij vrezen dat het leed van eenzaamheid – te – groot is.

Het boekje geeft ook aandacht aan de religieuze dimensie en staat stil bij de kracht van geloofsvertrouwen, de betekenis van gebed en rituelen. Hier wordt op integere wijze bij stilgestaan.

Dit boekje staat op liefdevolle wijze stil bij het belang om in elkaars nabijheid te zijn wanneer het leven naar z’n eind toegaat. De troost van de luisterende en zorgvuldige aanwezigheid is van wezenlijke betekenis: “Besef dat troosten niet het antwoord weten is voordat je de vraag goed hebt beluisterd. Het is niet het aanbrengen van allerlei goedbedoelde adviezen. Troosten is helpen te leven met vragen waarop geen antwoorden zijn”, pagina 92.

Het boekje sluit af met een aantal praktische tips van Manu Keirse.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles