Dinsdag, 1 december, 2020

Geschreven door: Galidi, Rodaan Al
Artikel door: Stoel, Jan

Holland

Deze zoektocht naar ‘je thuis voelen’ is onthutsend, ontroert, doet je lachen

[Recensie] Hoe ik talent voor het leven kreeg (2016) van Rodaan Al Galidi werd een bestseller in Nederland. De schrijver is afkomstig uit Irak en woont sinds 1998 in Nederland. De eerste negen jaar, negen maanden, een week en drie dagen verbleef hij in een asielzoekerscentrum. Het boek houdt ons een spiegel voor ogen over de manier waarop wij in dergelijke centra omgaan met mensen – stuitend, mensonterend – en hoe dat hen beïnvloedt. Regeltjes zijn toch zo belangrijk! Aan het eind van dit boek staat Semmier Kariem op het station en gaat hij de vrijheid tegemoet, tenminste dat denkt hij. Of dat zo is komt in Holland aan de orde, een rijk, gelaagd boek, dat als het ware een foto van onze maatschappij maakt, van de mensen die er wonen en van het hoofdpersonage (niet voor niets spelen fotoalbums zo’n belangrijke rol in het verhaal).

“Als een golf die door de lente bevrijd is uit het ijs en net in de wijde oceaan is beland, verliet ik het azc op weg naar mijn leven.”

Na al die jaren in het azc heeft Semmier eindelijk een verblijfsvergunning. Hij wil werken, een eigen bestaan opbouwen, maar is dat het doel van een verblijf in een azc? Er breekt paniek uit als hij geen uitkering wil.  Zonder uitkering of verzekering is er geen kans op werk, heb je geen woning en geen adres. Hoe kom je aan een adres, een IND-kaart? “Maar ik wil niet meer naar Nederlandse ambtenaren luisteren.” Hij wil zo snel mogelijk weg uit Nederland, maar heeft een reisdocument nodig en dat aanvragen kost twee tot vijf weken. Kortom hij is het azc nog niet uit of de regeltjes verstikken hem alweer.

“Wat was de grote verandering die zich in mij had voltrokken in het azc. Niet alleen het verlies van het geloof in de wereld, mezelf en het leven. Ik kon me niet echt meer ergens thuis voelen.”

Hereditas Nexus

Holland lijkt een autobiografische roman te zijn. Al Galidi ‘vertaalt’ echter bij monde van Semmier wat hij zelf meegemaakt heeft. Holland is niet voor niets een roman. Hierdoor kan Rodaan afstand nemen, observeren, interpreteren, een nieuwe betekenis geven. De kern van Holland is de zoektocht naar het  je thuis voelen en de strijd tussen vrij zijn en gebonden zijn. Semmier wil rust, ruimte, een relatie, het heft in eigen handen nemen, wil leven. Hij wil zelf keuzes kunnen maken voor zijn toekomst, maar komt erachter dat het in Nederland niet zo werkt. Het heeft er alles van dat hij geen keuze heeft.

Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van het hoofdpersonage, in de ik-vorm. Het verhaal lijkt chronologische verteld, maar bevat veel flashbacks en flashforwards. Dat zorgt voor dynamiek. In  korte hoofdstukken, het lijkt wel een keten van anekdotes die steeds meer samenhang gaan vertonen, ontwikkelt zich het verhaal langs een aantal verhaallijnen. Het op zoek gaan naar een thuis is een eerste verhaallijn. Na jaren op de vlucht geweest te zijn en na negen jaar in een azc ‘gewoond’ te hebben sta je dan ineens buiten de poort. Hoe verhoud je je tot die voor jou onbekende omgeving, waar hoor je thuis, wat is je plek in de samenleving?  En waar is het eerste dak boven je hoofd? Hoe vindt je dat? Je belt naar mensen die je kent, maar niemand geeft ‘thuis.’ Behalve een man, Calvin. Die helpt hem aan onderdak bij de familie waar hij ook woont. Hij vindt er de ruimte om te reflecteren en na te denken over zijn toekomst en doet er allerlei klusjes. Hij krijgt een bijzondere band met dochter Lidewij, wordt zelfs verliefd op haar, kan haar niet vergeten. Maar “haar binnenkant bleek donkerder dan ik kon vermoeden. Dat heb ik nooit doorgehad. En dat spijt me nog steeds,” zegt Semmier vooruitwijzend.

Hij trekt verder en maakt als het ware een Odyssee door Nederland op zoek naar zijn thuis. Hij leert Holland – en vaak de rafelranden daarvan – kennen: hij werkt als kippenvanger, klusjesman en verhuizer, ontmoet junkies, leeft in een studentenhuis in een piepklein kamertje, en verblijft in een flat in verwaarloosde achterstandswijk een plek waar aan smeltkroes aan illegalen woont. Het blijkt dat mensen die aan de onderkant van de samenleving zitten elkaar meer helpen dan de mensen die het gemaakt hebben en comfortabel leven. In een klooster komt hij uiteindelijk echt tot rust.

De tweede verhaallijn gaat over het inzicht in zichzelf en in Holland. Hij refereert aan zijn verleden in Irak en het azc. Semmier is beschaafd, neemt zijn verantwoordelijkheid als het gaat om mensen te helpen, is empathisch, kijkt op een andere manier naar de wereld. Al Galidi maakt als het ware een fotoreportage van ons land, hoe we met elkaar omgaan, de cultuur, de sociale contacten. Nederlanders hebben geen tijd voor mensen, maar wel voor honden. Als hij met een onzichtbare hond loopt blijken de Nederlanders hem sneller te accepteren. Zo houdt hij constant een spiegel voor. Hij doet dat niet verwijtend, maar steeds terloops, gebruikmakend van mooie metaforen en humor.

“Ik dacht dat ik de Nederlanders zou leren kennen, maar ik kan achteraf beter zeggen dat ik kennismaakte met mezelf.”

De fotoboeken die Semmier overal inziet, meeneemt vormen de laatste verhaallijn. Hij kijkt naar de portretten van de mensen, de ogen en probeert daaruit hun leven te ‘lezen’. Maar in fotoalbums kom je ook weer dat gestructureerde van Nederland tegen met de foto’s die op sleutelmomenten in iemands leven gemaakt zijn, met de blik in de ogen die als je jong bent nieuwsgierig is, maar die later verandert, verflauwt. Hij probeert van al die afzonderlijke foto’s, uit al die albums, families te vormen. De foto’s spelen een ontroerende rol bij de definitieve keuze die Rodaan maakt.

De grote taalgevoeligheid van Al Galidi popt overal op. Hij weet de beschadigingen die Semmier in het azc heeft opgelopen mooi te verwoorden: “Degene die ik was, was ver weg. Ik had gehoopt dat hij klaar zou staan om zich weer bij mij te voegen, nu ik uit dat azc weg was. (…) Nooit had ik gedacht dat de persoon die ik was zou verdwijnen.” Rodaan schrijft prachtig, poëtisch, slaagt erin om ons op een andere wijze naar onszelf te leren kijken. Als hij in een bejaardenhuis werkt schrijft hij: “Niet in elke kamer waren fotoalbums, maar elke kamer was een fotoalbum.”

Het verhaal schuurt, blijft altijd respectvol en levert hilarische momenten op. Eigenlijk is Semmiers tocht een soort van inburgering. Hij leert Nederland beter kennen dan de meeste Nederlanders. En toch moet hij aan het eind van het verhaal een inburgeringscursus volgen. Bureaucratie, nietwaar? Hij zakt prompt. Maar hij maakt wel een keuze voor de toekomst en laat zien dat je van een inburgeringscursus nog geen burger wordt.

“Nederland heeft mij veranderd en die verandering is groter dan de verandering van riet naar fluit. De rietstengel die een fluit geworden is, is haar wortels verloren. En ze krijgt een paar gaatjes. Ze kan niet meer groeien in haar leven en niet meer dansen in de wind, maar ze kan verdwijnen in de adem van anderen. Ik ben mijn wortels verloren, mijn grond, mijn water, mijn lucht. En ik heb overal gaatjes in mijn ziel, in mijn hart, in mijn hand en in mijn tas. Dat is de prijs voor iemand die vlucht en zijn land in de steek laat, terwijl het hem daar nodig heeft.”

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles