Dinsdag, 14 februari, 2012

Geschreven door: Brabander, Eric de
Artikel door: Baggen, Fred

Hot Brazilian wax en het requiem van Arthur Booi

Caribisch waterig soepje

De Curaçaoënaar Arthur Booi is wat je noemt een zweverig figuur. Hij zoekt – op een pseudowetenschappelijke manier – naar de essentie van de ziel. Voor zijn experimenten gebruikt hij dode dieren. Met meetapparatuur en koperen staafjes probeert hij erachter te komen of er na het intreden van de dood nog restjes leven achterblijven in de ziel. Het begint uit de hand te lopen als zijn proeven zich niet langer tot dieren beperken.

Arthur woont in Nederland, samen met zijn vrouw Estelle. In Amsterdam leiden ze een vrij normaal leven: hij studeert geneeskunde en interesseert zich voor alternatieve zienswijzen, zij studeert psychologie. Hun vrienden vragen zich af of Estelles keuze voor Arthur wel de juiste is. Er lijkt iets mis met hem:

‘Maar het gevoel dat er iets niet klopte, was het afgelopen jaar met de dag groter geworden. Een gevoel als betrof het een aneurysma, op het punt van barsten.’

Dan maakt Arthur kennis met Dr. Kretchmer, een dubieuze kwakzalver die zich ‘fysiotherapeut, acupuncturist, iriscopist, hypnotherapeut, voetreflexoloog en spiritueel therapeut’ noemt. Arthur mag in Kretchmers praktijk aan het werk gaan. In die tijd overkomt hem zijn eerste bovennatuurlijke ervaring: hij ziet dingen die er niet zijn en krijgt gewelddadige visioenen. Overheersend is de voortdurende tegenstelling tussen Arthurs conventionele (westerse) medische achtergrond en Kretchmers weinig scrupuleuze werkwijze, waarmee hij zich op het snijvlak van suggestie en bedrog begeeft. Al vrij snel komt het tot een bloedige confrontatie.

Sociologie Magazine

Spijt van zijn daad heeft Arthur niet. Wat hem meer bezighoudt is de geplande reis naar Curaçao, waar hij met Estelle een nieuwe toekomst wil opbouwen. Arthur zal er een huisartsenpraktijk beginnen. Hij krijgt steeds vaker vreemde visioenen. En zo verwordt het verhaal tot de receptuur voor een Caribisch soepje waarin een aantal interessante losse ingrediënten de smaak bepalen. De al genoemde tegenstelling tussen de uitersten van medische ethiek is de overheersende, enigszins bittere essence, die op smaak wordt gebracht met spicy inheemse elementen zoals Papiaments (met verklarende woordenlijst) en een snufje voodoo. Genoeg interessante uitgangspunten voor een veelbelovende roman die de potentie heeft te kunnen zinderen van broeierige, onderhuidse spanning. Maar de vele knullige dialogen, namedropping en niet goed uitgewerkte (en dus bezoedeld met de schijn van toevalligheid) situaties en oorzakelijkheden kunnen niet echt overtuigen. Ook hadden diepere psychologische toetsen aan het smaakpalet kunnen worden toegevoegd. De overdaad aan taal- en tikfouten leidt de aandacht van het verhaal nóg verder af.

Zijn medicijnen betrekt Arthur van mevrouw Da Silva, die bedreven is in het bereiden van geneeskrachtige kruiden en de geheimen kent van voodoorituelen. En terwijl Arthur geheel in beslag genomen wordt door zijn steeds wilder wordende medische theorieën en experimenten, en hij zijn overstuurde geest tot bedaren tracht te brengen met roesopwekkende middelen, begint hij zichzelf te verwaarlozen. Vakbroeders lopen met een wijde boog om Arthur heen.

‘“Maar je hebt ook een tweede soort kwakzalver, John. Dan denk ik aan Arthur Booi […]. Mensen, artsen of niet-artsen, die hun eigen bullshit geloven.”’

Ten slotte werkt Arthur helemaal niet meer: hij ligt de hele dag in zijn tamarindeboomhut te luieren en te slapen. Mevrouw Da Silva is furieus op Arthur – zo wilde hij niet op haar avances ingaan, en lijkt ze hem te verwijten dat zij door zijn toedoen is gearresteerd voor het handelen in softdrugs. Ze bereidt een griezelig ritueel voor.

Hot Brazilian wax en het requiem van Arthur Booi had wellicht baat gehad bij een strenge eindredactie en een zelfkritischer herschrijfexercitie; dat zou een krachtiger verhaal hebben opgeleverd. Nu is het een brouwsel zoals mevrouw Da Silva dat bereid zou hebben: pittig en licht hallucinatoir, maar het bindmiddel ontbreekt. Bij het nuttigen van een waterig gerecht trekt men hooguit een vies gezicht, maar in het geval van de literatuur is het effect dramatischer: men klapt het boek voortijdig dicht.


Eerder verschenen op Recensieweb