Dinsdag, 13 november, 2012

Geschreven door: Hart, Kees 't
Artikel door: Swart, Rein

Hotel Vertigo

Hoogtevrees, Hitchcock, humor en herinneringen

De Nijmeegse middelbare scholier Vincent van Zandt krijgt de gelegenheid een jaar een uitwisselingsprogramma te doen in San Francisco. Hij gaat niet maar school, maar krijgt een baantje bij een filmploeg die aan het storyboard werkt voor Hitchcocks Vertigo. Kees ’t Hart vermengde in de verhalenbundel Engelvisje & andere verhalen fictie en non-fictie, en speelde met het effect van herinnering. In Hotel Vertigo neemt hij een jonge en oudere Vincent als uitgangspunt voor een hele roman.
Vlak voordat Vincent vertrekt blijkt de familie Ellis, bij wie hij gaat inwonen, verhuisd. Een gegeven dat meteen spanning oplevert. Wat is daar aan de hand?

TWEE LAGEN, HET DRAAIBOEK EN TWEE FOTO’S

Vincent komt terecht in een opvangcentrum voor verslaafden dat meneer en mevrouw Ellis samen met een ander echtpaar pas geleden zijn begonnen. Tijdens een rondleiding door de stad ontmoet hij de aantrekkelijke Lee Jones, een hoertje dat voor Hitchcock werkt. Zij nodigt Vincent uit een keer mee te gaan omdat hij goed kan schetsen. Vincent geniet van de vrijheid en de erotiek. Maar de poging zijn spijbelgedrag te verdoezelen leidt uiteindelijk tot een uitwijzing uit de V.S.

’t Hart vertelt het verhaal in twee lagen, die langzaam bij elkaar komen. Het avontuur van de middelbare scholier in 1957 wordt afgewisseld met een reis die de gepensioneerde Vincent in 2008 voor bouwmaatschappij Haskoning maakt met de bedoeling om op een congres in San Francisco contact te leggen met een zakenpartner. Vincent heeft zijn bedenkingen. Na de dood van zijn vrouw heeft hij veel last van hoogtevrees en hij weet niet of hij na zijn eerdere uitzetting nog door de douane komt. Dat blijkt echter geen probleem.

Vincent neemt zijn intrek in het hotel waar Vertigo werd opgenomen en gaat hij op zoek naar Lee, zijn maatje uit die tijd. Hij vraagt zich af waar het draaiboek van de film en twee foto’s gebleven zijn die hij voor de film uit het huis van de familie Ellis wegnam. Een boeiende zoektocht volgt.

Wandelmagazine

HOOGTEVREES NA DE SEKS

Hotel Vertigo gaat in op de filosofie van Hitchcock dat gebouwen spiegelingen zijn van de ziel. Van Zandt heeft daar weinig meer mee, maar hij wordt er op het congres op aangesproken. Als hulpje van de filmploeg maakten ze in opdracht van Hitchcock opnamen van gebouwen die de leegte van de personen moest spiegelen:

‘Gebouwen zijn in Vertigo menselijke wezens. Onbewoonbaar verklaarde huizenwezens. Nooit mocht de camera op ooghoogte staan, altijd de blik van boven af of van beneden. Altijd op hol geslagen gebouwen, alsof ze zich op de toeschouwer willen werpen. In Psycho zette hij dit extreem door, maar ook in Vertigo zijn gebouwen gefilmd als ontremde neuroten; ze spiegelen de psyche van de karakters.’

Ook zijn eigen hoogtevrees wordt geduid. Acteur Scottie lijdt eraan:

‘Bij Hitchcock is hoogtevrees een symptoom van Scotties angst voor zijn verwrongen seksualiteit, hij wil die overwinnen maar is tegelijkertijd bang dat een overwinning het einde betekent van zijn lustgevoel.’

Vincent heeft soms last van hoogtevrees na seks, maar hij doet er ook heel laconiek over. Hij neemt een kamer op de zevende verdieping hoewel de receptionist hem vanwege zijn vrees al lager had ingepland.

ONNAVOLGBAAR NEUROTISCH

Hotel Vertigo wordt mooi afgerold. De verteller sleept de lezer mee door bijna in de huid van de fobische Vincent te kruipen. De vele seks wordt op een vanzelfsprekende, integere manier beschreven. Het verhaal bevat zelfspot en veel humor. Vincent denkt bijvoorbeeld dat de beweging die het uitgangspunt van de verslaafdenzorg vormt, Cinnamon (kaneel) heet in plaats van Synanon.

Tijdens het kennismakingsgesprek tussen twee vertegenwoordigers van de uitwisselingsorganisatie en de ouders van Vincent vindt het volgende plaats:

‘Voordat alles rond was, kwamen twee leden van de organisatie op huisbezoek, ter kennismaking. Ik heb hier een slechte herinnering aan, waar ik nog steeds af en toe van droom. Ik gaf eerst de jongere man een hand, pas daarna de oudere vrouw. Wekenlang dacht ik dat de volgorde van een hand geven een beslissende fout was, dat ik hierdoor geen schijn van kans maakte. Het was een test geweest, dacht ik, ik wist het zeker, ik had eerst de vrouw een hand moeten geven. Ik gaf toen ze weggingen puur van de zenuwen mijn ouders een hand, alsof ik bij de bezoekers hoorde en ook wegging, dit maakte alles nog erger.’

Zo’n beschrijving tekent de persoonlijke stijl van Kees ’t Hart. Neurotisch, hilarisch, onnavolgbaar.


Eerder verschenen op Recensieweb