Zondag, 10 oktober, 2021

Geschreven door: Laing, Olivia
Recensie door: Hurkens, Robin

Ieder een lichaam

Praten, praten, praten over Everybody. A Book about Freedom van Olivia Laing

[Column] Everybody. A Book about Freedom (mooi vertaald door Henny Corver als: Ieder een lichaam. Over verzet, verlangen en vrijheid) begint goed, heel persoonlijk Ć©n herkenbaar – voor mij althans. Olivia Laing vertelt over haar kindertijd, dat ze ongelukkig was zonder te weten waardoor. “Ik was zo verkrampt,” schrijft ze, “dat ik als een dichtklappende muizenval terugschrok als iemand me aanraakte, ik had het gevoel dat ik iets in me opgesloten hield.”
Later ontdekt ze dat ze niet past binnen de gevestigde kaders ‘man versus vrouw’ die ze als verstikkend Ć©n als discriminerend ervaart. Deze laatste uitspraak – dat Laing het als discriminerend ervaart – is zeer relevant. Hier wordt het persoonlijke politiek. Veel dingen die ons als individu lijken te raken, zo legt Laing dit uit, komen voort uit grotere stigmatiserende en buitensluitende krachten, waartegen wij ons kunnen en moeten verzetten.

Een interessant thema, temeer omdat Laing dit op oorspronkelijke wijze koppelt aan de levens van verschillende schrijvers, activisten, feministen en kunstenaars (Agnes Martin, Susan Sontag, Kathy Acker, Andrea Dworkin, Malcolm X, Christopher Isherwood, Bayard Rustin, Nina Simone, Angela Carter), waarbij de hoofdrol is weggelegd voor Wilhelm Reich. (Reich is de zeer omstreden psychoanalyticus die stelt dat ziektes, maatschappelijke misstanden en zelfs oorlogen te wijten zijn aan geblokkeerde seksuele energie, veroorzaakt door angsten en trauma’s.)

Olivia Laing behandelt zowel Reich als de andere besproken schrijvers en kunstenaars kritisch en genuanceerd. Ik begrijp de positieve recensies van Bas Heijne, Tanny Dobbelaar, Wieteke van Zeil en Conny Palmen over dit boek dan ook heel goed, maar toch kan Ieder een lichaam mij persoonlijk niet bekoren. Laing praat maar en praat maar en praat maar. Het is mij veel te veel. Te associatief, te veel details, te veel – niet ter zake doende – informatie. Over Kathy Acker bijvoorbeeld schrijft ze ondermeer:\

“Najaar 1966, een halfjaar na haar borstamputatie, schreef Acker een essay voor The Guardian, getiteld The Gift of Disease. In dat artikel zegt ze een hoop paranoĆÆde, desperate en zelfbegoochelende dingen […] maar ze maakt ook een heel treffend punt […] Ik begrijp wat ze bedoelt, denk ik. Het beangstigende van het stoffelijke lichaam was een van de redenen waarom ik vlak voor mijn dertigste verjaardag ben gestopt als natuurgenezer.”

Ons Amsterdam

Laing maakt zich ook schuldig aan – wat ik noem – ‘mooischrijverij’. Ze gebruikt zo ontzettend veel bijvoeglijke naamwoorden dat ik inmiddels snak naar een bondige samenvatting van dit – in de kern – boeiende boek. Maar het is niet alleen de stijl die mij tegen de borst stuit, er wordt ook erg veel impliciet en expliciet in geoordeeld Ć©n gepsychologiseerd. Er zit een soort indiscretie in dit boek die mij niet aanstaat. Misschien ligt het aan mij, en ben ik niet politiek geĆ«ngageerd genoeg, niet grootstedelijk genoeg, kortom: te provinciaals. Het zou kunnen. Daarom nog een laatste voorbeeld uit Ieder een lichaam. Oordeel zelf:

“In 1973 was Andrea Dworkin zesentwintig en werkte ze koortsachtig aan\ haar eerste boek. Ze was in New Jersey opgegroeid bij linkse Joodse ouders uit de lagere middenklasse met rauwe, niet-verwerkte herinneringen aan de Holocaust, waarvan de gruwelen in de jaren vijftig nog achter een muur van gepijnigd zwijgen weggemetseld zaten. Op haar negende randde een onbekende man haar aan in de bioscoop; ze hield er een blijvend trauma aan over, maar het inspireerde haar wel om haar eigen erotische en intellectuele weg te volgen, het gezapige leven in de buitenwijk achter te laten en van de wereld te proeven. Ze ging studeren aan de vrijzinnige kunstacademie Bennington in Vermont, zat even in de cel wegens deelname aan een demonstratie tegen de oorlog in Vietnam en vertrok na haar afstuderen naar Europa: een gepassioneerde jonge hippie met een zacht, open, lachend gezicht en een bos donkere krullen.”

Eerder verschenen op Robin Hurkens