Zaterdag, 25 juli, 2020

Geschreven door: Leeuwen, Joke van
Artikel door: Friso, Jaap

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand

Nachtelijk bezoek van de vorige bewoonsters

[Recensie] De titel is ook de eerste zin van het boek. Reinier dacht dat het een gewone nacht ging worden maar belandt in de dakgoot als de vlammen uit het huis slaan. Nadat zijn buurvrouw hem aan zijn ellebogen naar binnen heeft getrokken blijft hij, net als zijn ouders ongedeerd. Reiner zegt duizend angsten te hebben uitgestaan. Typisch Joke van Leeuwen om daarna twee pagina’s vol angstige gezichtjes te tekenen, bij natelling blijken het er precies duizend te zijn.

Ik heet Reinier en ons huis is afgebrand is een boek in de lijn van Maar ik ben Frederik, zei Frederik uit 2013. Een vertelling vanuit een jongen met veel tekeningetjes en illustratieve grapjes. Na Mooi boek (zilveren griffel 2016) en Toen ik (2017) waarin vooral de taal zelf voorop stond, weer een Joke van Leeuwen-boek met een hoofdpersoon. Reinier vertelt op bijna laconieke wijze over de brand waardoor zijn gezin nu tijdelijk ergens anders woont tot het nieuwe huis klaar is. Van Leeuwen laat in stripvorm zien hoe dat ongeveer gegaan is. Het ergste voor Reinier lijkt het overlijden van hamster Zwabbertje.

Hij mijmert vooral over het afgebrande huis waarbij hij ’s nacht ‘bezoek’ krijgt van drie vorige bewoonsters van zijn zolderkamertje die hem over de geschiedenis van het pand bijpraten. Dat gaat over armoede een oorlog. Op zijn kamer sliepen eerder onder andere een onderduikster en een dienstmeisje. Het is een reis door de geschiedenis van het huis, die wordt verbonden met die van zijn eigen familie. Zijn moeder graaft de urn van oma uit bij het oude huis. Samen brengen ze oma naar een urnenmuur waar heden en verleden op een toevallige manier samen komen.

De verhalen van de meisjes zijn op zwarte bladzijden geplaatst, over beeltenissen van die tijd, wat ze een wat somber karakter meegeeft. Het verwerkingsproces van Reinier is creatief weergegeven, met stripjes en associatieve  gedachtensprongetjes waardoor het allemaal niet te serieus wordt. Van Leeuwen lijkt daar bijna bang voor te zijn: dat het verhaal indringend wordt of binnenkomt, dat is steeds meer een rode lijn in haar werk. Ernst wordt wel erg vaak afgewisseld met luim, scherts en luchtigheid. Er is niks mis met een gezonde portie relativering maar niet als dat ten koste gaat van het verhaal.

Scènes

Reinier heeft wel degelijk wat te melden, en Van Leeuwen ook, over geborgenheid, geschiedenis en het verloop van de tijd. Maar dat mag best wat gewicht krijgen en wordt nu teveel verstopt tussen geinige tekeningetjes en aandacht voor de vormgeving.

Voor het eerst verschenen op Jaapleest