Vrijdag, 4 mei, 2012

Geschreven door: Loy, Jan van
Artikel door: Steendam, Tom

Ik, Hollywood

Hoe kleiner de uiterlijke man, hoe groter de innerlijke tiran

Hollywood, 1909. De uit New York afkomstige broers Louie en Charlie Peters komen in een ingeslapen dorpje in Californië aan. Weg van hun berooide bestaan als toneelknechten, klaar voor een nieuwe start. Althans, zo lijkt het. De echte reden van hun trek naar de zonnige westkust is iets trivialer: Charlie heeft een affaire met Eleanor Whitfield, de enige dochter van een rijke New Yorker die de armoedzaaier naar de andere kant van het continent heeft gestuurd. Kleine broer Louie komt er in Hollywood al snel achter dat er te weinig van de destijds nog korte filmpjes voorhanden zijn. Het publiek ziet het liefste iedere avond nieuw materiaal en door deze wens te vervullen maakt hij al snel carrière in de filmwereld. Met een verrassend einde als gevolg.

Het forse Ik, Hollywood (640 pagina’s) is niet de eerste roman van Jan Van Loy (1964) die handelt over gelukszoekers in de Verenigde Staten. Ook in Alfa Amerika uit 2005 proberen de hoofdpersonen, ditmaal vier moderne Vlamingen, de American Dream waar te maken. Een andere overeenkomst: Alfa Amerika bereikte in 2006 de longlist van de Libris Literatuurprijs, Ik, Hollywood schopt het dit jaar zelfs tot de shortlist.

De beginhoofdstukken van Ik, Hollywood beloven veel goeds: Van Loy schotelt een mooi tijdsbeeld voor van een burgerlijk Hollywood dat probeert op te boksen tegen de toestroom van ongemanierde jongens als de broers Peters. Een bankmedewerker bij wie Louie een startkapitaal probeert los te peuteren stuurt hem direct weg: ‘Over mijn lijk, Louie Peters! Over mijn lijk zullen jij en jouw slag dit bolwerk van fatsoen kunnen slopen!’ De eerste decennia van het twintigste-eeuwse Hollywood zijn een tijd van drooglegging, zwarte bediendes, opkomend antisemitisme en van actrices afkomstig uit het mysterieuze Constantinopel die al meer dan een miljoen dollar per jaar verdienen en de eerste lijntjes cocaïne snuiven.

Louie boert goed in Hollywood, vooral dankzij de hulp van praatjesmaker Charlie die in de roman verder een bijrol vervult – hij verlaat om onbegrijpelijke redenen soms plotseling het verhaal om een aantal hoofdstukken later ineens weer op te duiken. Nu de cultuurhoeders die vonden dat de filmpjes ‘de beschaving bedreigden’ zijn stilgevallen, heeft Louie meer vrijheid om zijn imperium uit te bouwen. Een harde en zakelijke houding is hierin noodzakelijk, vindt hij, en dit levert wonderlijke uitspraken op als ‘Een film die winst oplevert is een goede film’ en ‘Populaire filmpjes zijn goede filmpjes’. Louie lijkt bovendien wel blij te zijn met de Eerste Wereldoorlog, want die vergroot zijn concurrentiepositie met het strijdende Europa.

Scènes

Zijn onsympathieke karakter komt nog sterker naar voren in zijn omgang met vrouwen. Omringd door hordes vrouwelijk schoon weet hij slechts Daisy, de dienstmeid van zijn eerste en ongeneeslijke zieke vrouw Valerie, te bezwangeren – die hij overigens doelbewust huwde om weduwnaar te worden want ‘een weduwnaar […] had de aura van de grote levenservaring.’ Het kalmpjes voortkabbelende plot schreeuwt op dit moment om een zekere verdieping, maar nee: de dienstmeid blijkt plotseling gevlogen en Louie kan opgelucht ademhalen. Van Loy haalt vaker dergelijke kunstgrepen uit om te voorkomen dat Louie het moeilijk krijgt. Al eerder vloog toevallig de filmstudio van een concurrent in de brand en stierf plotseling een belangrijke zakenman die een rechtszaak tegen de broers had aangespannen.

Ik, Hollywood krijgt zo iets James Bond-achtigs: de actie is een tikkeltje ongeloofwaardig en de held komt altijd op z’n pootjes terecht. Het probleem is: Louie is geen held, hij is een schurk. Dat is op zich niet erg, zeker niet wanneer het – zoals in dit verhaal – overtuigend wordt gebracht. Wanneer Louie echter plotseling ook grappig, charmant en emotioneel blijkt te kunnen zijn, komt dat nogal vreemd over. De uitersten die Van Loy in het karakter van zijn hoofdpersoon heeft aangebracht zijn te extreem.

Van Loy presenteert deze ongebalanceerde personages in een merkwaardige mix van Nederlands en Vlaams. Hij doorspekt de roman met een flink aantal belgicismen: Charlie zit niet op de wc maar op het ‘gemak’, de teckel van een actrice doet niet zijn behoefte maar zijn ‘gevoeg’, een van de steracteurs loopt rond in een ‘zakkige’ broek die wordt opgehouden door ‘bretellen’. En dit zijn nog maar een paar voorbeelden. Misschien zorgt het Amerikaanse decor ervoor dat dit Belgisch-Nederlands misplaatst aanvoelt. Landgenoot en collega-schrijver Tom Lanoye slaagt er bijvoorbeeld wel in om zijn boeken van een prachtige mix van Nederlands met Vlaamse invloeden te voorzien, en die spelen zich dan ook vooral in Vlaanderen af.

Hier komt nog bij dat Van Loy vaak een te plechtige toon hanteert: Louie denkt terug aan de vrijpartijen met dienstmeid Daisy als ‘zaligmakende bezigheden’, een acteur wordt omschreven als ‘een perfect geroskamde jongeman’, Charlie met een ‘ochtendlijke stoppelbaard’. Door deze archaïsche beschrijvingen komen de hoofdfiguren nooit echt tot leven.

Na meer dan vijfhonderd pagina’s is het gros van de hoofdfiguren inmiddels bejaard en lang niet meer zo succesvol als in hun hoogtijdagen. Het verhaal lijkt een stille dood te sterven – totdat er plotseling een compleet nieuw boek begint. Hierin wordt de drankzuchtige schrijver Dirk Jansen gevraagd om ghostwriter te worden van ene Bob, die aan de biografie van de 108-jarige Louis Peters (met een -s, inderdaad) werkt. De raakvlakken met het eerste deel schemeren duidelijk door. Zo beschrijft Dirk Louis met de rake formulering ‘Hoe kleiner de uiterlijke man, hoe groter de innerlijke tiran’. Dit gedeelte verrast nu wél: het verteltempo is hoog, de personages zijn overtuigend, de wendingen verbluffend. Het is echter te laat om met deze nieuwe verhaallijn de roman te redden. Een gemiste kans dus, en een fatale: Ik, Hollywood zal de Libris Literatuurprijs 2012 niet winnen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *