Vrijdag, 7 september, 2018

Geschreven door: Thomése , P.F.
Artikel door: Vervoort, Hans

Ik, J. Kessels

Tja

[Recensie] “Stront, seks en foute grappen. Ik heb Ik, J. Kessels schuddend van het lachen zitten schrijven,” laat schrijver P.F. ThomĂ©se in de Volkskrant weten. Dat schept verwachtingen, want wie wil nou niet schuddend van het lachen een boek lezen over stront en seks met foute grappen? ThomĂ©se stelt niet teleur. Slap geouwehoer is een vĂ©Ă©l te zwakke kwalificatie voor het pulpverhaal dat hij schrijft over de auteur P.F. ThomĂ©se die van zijn uitgeverij (toen nog AtlasContact) een manuscript retour gestuurd krijgt dat hij niet geschreven blijkt te hebben.

Na zijn twee eerdere romans over de rokende, snuivende, drinkende en onder elke rok nattigheid voelende Brabantse journalist J. Kessels, heet dit manuscript Ik, J. Kessels en zou door het personage zelf geschreven zijn.

GĂ©Ă©n theoretische mogelijkheid, want J. Kessels bestaat echt. Hij is columnist bij het Eindhovens Dagblad en was als jonge journalist bevriend met P.F. ThomĂ©se, met wie hij enkele welbesproeide reizen ondernam naar Duitsland en de Verenigde Staten. Maar Kessels heeft meermalen laten weten niet gecharmeerd te zijn van ThomĂ©se’s pastiche over hem.

Net zoals Telegraafjournalist Jan Spierdijk weinig gecharmeerd was van de belevenissen van de op zijn lijf geschreven Koos Tak, zoals jarenlang gerapporteerd in de Haagse Post door ‘pestkoppen’ Eelke de Jong en Rijk de Gooijer.

Schrijven Magazine

Op zoek naar de waarheid achter het aan hem geretourneerde maar niet door hem geschreven manuscript trekt P.F. ThomĂ©se naar hun beider hometown Tilburg en schrijft over deze tocht een duidelijk hilarisch bedoeld verslag dat nu onder de gestolen titel Ik J. Kessels verschijnt bij zijn nieuwe uitgeverij Pluim. En natuurlijk is Tilburg nog steeds Tilburg, het ‘O lĂ  là’ Parijs van Brabant, en als je een pilsje gaat drinken zijn de nachtfeeĂ«n daar nog steeds:

“Ik had plotseling ontzettende zin om met ze te neuken, die lieve lellebellen, uit dankbaarheid voor iets, maar ik kon niet kiezen. En zij ook niet. Telkens als ik zacht en romig ergens binnengleed, voelde ik een fijnzinnig handje dat mijn knoeperd weer naar buiten de kou in stuurde, waarna hij vanzelf ergens anders weer naar binnen glibberde. Maar van wie de ene en van wie de andere flamoes nog was, daar kon ik geen wijs meer uit. Ik lag onder, dus ik had er zelf geen zicht meer op. Soms meende ik de blonde te herkennen aan de ongearticuleerde geluiden die ik oppompte, maar ook in de andere schede waren de scheten niet van de lucht. We leken met z’n drieĂ«n wel een hoempaorkest.”

Het is heel goed denkbaar dat lezers na het roken van hasj en/of het drinken van teveel bier de slappe lach krijgen bij het lezen van Ik J. Kessels.

Zo’n boek als dit moet daarom natuurlijk kunnen bestaan. Maar daarmee is wel alles gezegd.

Eerder verschenen op Literaire Nederland en Hans Vervoort