Zaterdag, 21 april, 2018

Geschreven door: Cooke, C.J.
Artikel door: Voskamp, Nico

Ik weet alleen mijn naam nog

Hier is … de Whatdunnit

[Recensie] Een vrouw wordt wakker op een strand, haar lichaam zit onder de schrammen en blauwe pekken. Ze heeft geen idee wie ze is of hoe ze daar terecht is gekomen. Ze wordt opgevangen door vreemden en probeert er stapje voor stapje achter te komen wat er is gebeurd. Aldus de premisse van dit werkje van C.J. Cooke. En alsof dat alles al niet genoeg nieuwsgierigheid opwekt, doet de titel daar nog een schepje bovenop.

C.J. Cooke doceert in het dagelijks leven o.a. creative writing aan de universiteit van Glasgow en is ze dichter en redacteur. Ze schreef  met dit boek haar eerste psychologische thriller. Qua psychologie zit deze roman absoluut snor. Eloïse, de vrouw waar het hier over gaat, deelt haar gedachten met de lezer vanaf de allereerste zin. Verwarde, angstige gedachten zijn dat, omdat ze haar ogen opendoet op een zandvlakte bij een zee, op een eiland zelfs, en geen enkele hint van een schaduw van een splinter van een idee heeft hoe het zo gekomen is.

Wij ook niet, onschuldige thrillerliefhebbers die aan dit boek begonnen zijn. Niets weten we, en Eloïse maakt het ons niet gemakkelijker om meer te weten te komen. Wat is haar geschiedenis? Hoe komt ze op dat eiland? Wie zijn die mensen die haar helpen (hoewel, is het wel helpen, of juist tegenwerken?) Waarom heeft ze haar man en zoontje in de steek gelaten. WTF is hier gebeurd??

Cooke komt de lezer bij deze feitenlacune niet bepaald tegemoet. Tergend langzaam geeft ze brokjes informatie vrij, maar steeds net niet voldoende om alles in een begrijpelijke context te zetten. Eloïse zit met een paar mensen vast op een onbevolkt Grieks eiland, waar ze kunnen overleven in een oude boerderij. Zolang het duurt. Zowel het schaarse voedsel als het spaarzame water raakt namelijk snel op. En natuurlijk wil ze wel weg, maar hoe ontsnap je van een onherbergzaam eiland zonder bruikbare boot?

Foodlog

Tegenover de mistige avonturen van Eloïse staat, telkens vanuit het andere perspectief verteld, de hellevaart van haar man Lochlan die in Londen is achtergebleven met zoontje Max. Ook hij hoort vanuit het niets dat zijn vrouw is vermist, sterker nog, van de wereldbol verdwenen is. Tot zijn totale verbijstering en wanhoop kan noch de politie, noch hun vriendenkring of haar ouders een spoortje licht werpen op dit mysterie. Overbodig te zeggen (maar ik doe het toch) dat hij langzaam gek wordt, daarbij flink geholpen door een buitengewoon stressvolle baan in de financiële wereld en collega’s die met een minimum aan empathie zijn bedeeld.

Zo trekt Cooke ons achterstevoren door het boek heen. Met een miniem kruimelspoor van aanwijzingen over Eloïse aan de ene kant, en de gekmakende gedachte van een vermiste, onvindbare geliefde bij Lochlan aan de andere kant. Puntje van aandacht: dat kruimelspoor is iets té dun gezaaid om 300 bladzijden de aandacht vast te houden. De spanning wordt wel erg lang opgebouwd c.q. uitgesmeerd; je hebt als lezer de aanvechting om door te bladeren om een beetje op te schieten.

Wel weer strak beschreven zijn Lochlan’s perikelen. Hij moet zijn tijd en aandacht verdelen tussen een ongeduldige baas, te veel werk en zijn zoontje die wel weet dat zijn moeder zoek, en zijn vader wanhopig is. Het gejongleer van de jonge vader met een onwillige peuter is zeer levensecht, ik vermoed de neerslag van eigen ervaring. Het geeft het boek in elk geval genoeg levensechtheid om te willen weten wat de afloop is. Whatdunnit? Op die vraag tovert Cooke een onverwacht antwoord uit de hoge hoed. Een vindingrijk antwoord dat het boek meteen een ster meer waard maakt.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van alles