Vrijdag, 27 september, 2019

Geschreven door: Biesheuvel, J.M.A.
Artikel door: Lalagè

In de bovenkooi

Vermakelijke verhalen van Maarten Biesheuvel

[Recensie]Misschien heb je al eens gehoord van de Biesheuvelprijs, die vorig jaar [2015/red.] voor het eerst werd uitgereikt aan Rob van Essen voor zijn geweldige boek Hier wonen ook mensen. Dit jaar ging de prijs naar Marente de Moor voor haar bundel Gezellige verhalen. Ondertussen was ik benieuwd geworden naar Maarten Biesheuvel zelf: zijn verhalen moeten wel heel goed zijn, dat er een prijs naar hem is genoemd. Dus toen Meulenhoff met een mooie heruitgave kwam (in mijn lievelingskleur!) van zijn debuut uit 1972, In de bovenkooi, besloot ik het te kopen.

De eerste twee verhalen gaan over de psychiatrie. Vaak is Biesheuvel zelf de ik-persoon, maar soms ook niet. Blijkbaar is hij zelf ook opgenomen geweest en daarom kan hij er prachtig over vertellen, zoals hoe het is als je denkt dat je de Messias bent. Soms verzandt hij in een stroom van gedachten en dat vind ik een beetje saai. Gelukkig zijn de meeste verhalen wel vermakelijk. Thema’s die terugkomen zijn, naast de psychiatrie, het leven als ketelbink op een schip (vandaar ook de titel) en Biesheuvels gereformeerde opvoeding. Hij laat zich echt in de ziel kijken en dat vind ik dapper.

Waar het gaat over Biesheuvels leven van nu doet hij me sterk denken aan Maarten Koning uit Voskuils serie¬†Het Bureau. Beide Maartens hebben een vrouw, geen kinderen, wel katten, ze denken veel na en reizen nooit per auto maar altijd met de trein. Bij de absurde verhalen denk ik aan¬†Belcampo, waarmee Biesheuvel ook zijn gereformeerde opvoeding deelt. Ook zijn er wat verhalen over ellendige¬†gebeurtenissen waarbij ik denk: “neeee!” (zoals wanneer hij zijn bril ergens laat liggen) en dat doet me denken aan W.F. Hermans. Ze hebben allemaal gemeen dat ze ietwat ouderwets taalgebruik hanteren en ik me als lezer in de jaren zeventig waan. Waarin Biesheuvel afwijkt is dat hij naast cynisch ook heel gelukkig kan zijn, ondanks bijvoorbeeld het pak slaag dat hij als ketelbink een aantal keren krijgt.¬†Daardoor wordt het toch niet zwaarmoedig.

De verhalen tellen drie tot negentien bladzijden en dat vind ik ideaal. Naar het einde toe lees ik wel wat sneller, vooral waar Biesheuvel afdwaalt naar allerlei gedachten die er niet toe doen. Ook valt hij soms wat in herhaling als het alweer gaat over het leven op het schip. Toch kijk ik erg uit naar het extra Biesheuvel-verhaal en het boek van Marente de Moor die ik binnenkort zal ontvangen vanwege de crowdfunding-actie voor de Biesheuvelprijs.

C2W

Eerder verschenen op lalageleest