Vrijdag, 4 januari, 2019

Geschreven door: Proust, Marcel
Artikel door: Leppers, Ger

In de schaduw van meisjes in bloei

De puberjaren van de verteller

[Recensie] In de schaduw van meisjes in bloei is het tweede deel van de reusachtige romancyclus Op zoek naar de verloren tijd, waaraan Marcel Proust werkte van 1907 tot aan zijn dood in 1922. Wie onvoorbereid aan dit deel 2 begint, dat nu in een nieuwe vertaling verschijnt, zal misschien  de indruk krijgen dat hij terechtgekomen is op een feest dat al een tijdje aan de gang is, en waar hij als enige nog niemand kent.

Eerst deel één lezen, is dus het parool! Dat is dan wel huis-, maar heel beslist geen strafwerk. Proust is één van de grootste schrijvers uit de wereldliteratuur. Menigeen die zich – soms na enig tegenstribbelen, dat wel – eenmaal heeft overgegeven aan de lange zinnen vol ironische nuances die het ene perspectief na het andere openen, aan de subtiele psychologische overwegingen en de stroom spitsvondige karakteriseringen en rake beelden, en die de tientallen zeer uiteenlopende personages uit  vooral de betere kringen van Parijs in zijn hart heeft gesloten, is voor de rest van zijn leven reddeloos verloren. Van dat deel één bestaan goede vertalingen, en weinig is zo heerlijk als op deze lange winteravonden de tijd nemen om weg te zinken in de fascinerende wereld van het Parijs uit de late negentiende en de vroege twintigste eeuw die Proust onnavolgbaar tot leven brengt met zijn salons, excentriekelingen, begenadigde kunstenaars maar ook eenvoudige zielen.

Alles wordt gezien door de ogen en beluisterd met de oren van de oplettende, vroegrijpe en overgevoelige verteller Marcel. In de zeven dikke delen van de romancyclus volgen wij diens leven en ontwikkeling vanaf zijn vroege jeugd tot aan het moment van de openbaring van zijn schrijverschap. Een bonte stoet personages vergezelt de jonge Marcel op zijn levensweg. Ook van hen volgen wij er heel wat, en wie aan het eind van de roman is gekomen, heeft het gevoel dat hij een hele wereld heeft zien veranderen over een periode van enkele tientallen jaren.

Eén van de zaken die het boek van Proust fascinerend maken, is dat velen van zijn personages zo veel dimensies blijken te hebben. Telkens als ze weer opduiken, verschijnen ze in een ander licht en ontdekken wij nieuwe, onvermoede kanten van hun persoonlijkheid, die soms in tegenspraak lijken met hun eerdere gedaante. Deels is dat te danken aan de ontwikkeling van die personages zelf, maar deels ook, laat de schrijver zien, aan de persoon van de waarnemer. In de liefde bijvoorbeeld –  en daar gaat het bij Proust vaak over –  creëren wij “als het ware een extra persoon, die losstaat van de mens die in de samenleving dezelfde naam draagt, een persoon voor wie de meeste bouwstenen aan onszelf zijn ontleend.” Naarmate je meer over Prousts personages te weten komt, worden ze, paradoxaal genoeg, geheimzinniger. De onuitgesproken mogelijkheid dat er in die verschillende personages nog weer andere onbekende lieden huizen, geeft de roman, niet alleen mysterie, maar voor de lezer ook het gevoel van een onuitputtelijke psychologische diepte..

Bazarow

In de schaduw van de meisjes in bloei bestaat uit twee episodes uit de puberjaren van de verteller, elk met de lengte van een forse roman. In de eerste wordt de schuchtere  verliefdheid van de verteller op Gilberte, een leeftijdgenote en dochter van de voormalige courtisane Odette Swann, beschreven.

Het tweede deel speelt twee jaar later, wanneer Marcel voor zijn gezondheid met zijn grootmoeder een zomer in de badplaats Balbec doorbrengt. Met veel venijn schildert Proust de vertegenwoordigers van de Parijse en de plaatselijke beau monde, waarvan velen er een dagtaak aan hebben de standsverschillen te (laten) respecteren. Het societyleven is voor hen het voeren van oorlog met andere middelen. Marcel intussen fladdert er van het ene meisje naar het andere, onder wie Alberte met wie hij later een verhouding zal krijgen, en sluit er enkele belangrijke vriendschappen. In beide delen excelleert Proust in het oproepen van verbondenheidsgevoelens tot in hun subtielste details – die bij hem trouwens vaak juist beperkingen van de mogelijkheid tot hechting inhouden.

Het is kenmerkend voor Prousts manier van schrijven dat de verteller steeds zoekt naar de vaste patronen die de veranderlijkheid van de mens beheersen. “Modes veranderen omdat ze nu eenmaal zelf voortgekomen zijn uit een behoefte aan verandering,” verklaart hij bijvoorbeeld in een terzijde. Ook het gedrag van de teerbeminde moeder van de verteller is niet vrij van ambivalentie, maar – en dat geeft aan hoe veelvormig Prousts ironie kan zijn – in haar geval biedt dat juist zicht op haar goedhartige karakter: “Aangezien ze niet in staat was om tegen mijn vader te liegen, deed ze haar best om de ambassadeur te bewonderen, zodat ze niet hoefde te veinzen als ze lovend over hem sprak.” Dat is een beetje ontluisterend, maar tegelijk vooral vertederend.  Het boek van Proust speelt dan wel in de hoogste Parijse milieus van een dikke eeuw geleden, maar de gevoelens van de personages en de overdenkingen van de schrijver zijn zo universeel dat de hedendaagse lezer moeiteloos wordt meegesleept.

Eén van de problemen van de vertaler van Proust is daarbij wel dat in de standsbewuste maatschappij van toen de aanspreek- en omgangsvormen sterk verschilden van wat we nu in Nederland gewend zijn. Philippe Noble en Désirée Schyns leggen in een mooi nawoord uit hoe zij dit probleem door het hele boek heen overtuigend en zorgvuldig opgelost. De vertalers hebben een vlot leesbare Nederlandse tekst afgeleverd, en dat is een prestatie van formaat. Slechts een heel enkele maal ontspoort één van Prousts lange kronkelzinnen lichtjes, en lezers die niet vertrouwd zijn met het Vlaams zullen zich wellicht verbazen over de enkele keren voorkomende uitdrukking ‘wel integendeel’ – een in het Zuiden van ons taalgebied gangbare letterlijke vertaling van het Franse ‘bien au contraire’’, waarin het woordje ‘bien’ een versterking van ‘aucontraire inhoudt –  en waar ik overigens zelf zo één twee drie ook niet een kernachtig Nederlands equivalent voor kan verzinnen.

Bij ons is Simon Vestdijk indertijd erg door Proust beïnvloed. Het was de eerste keer dat ik Proust las in vertaling, en zowel door de stijl als door de ironie, door de lyrische taal die wordt getemperd door ontnuchterende, maar nuanceringen, had ik regelmatig de indruk dat ik Vestdijk aan het lezen was.  Dat was, wat mij betreft, allerminst een bezwaar.

Eerder verschenen in Trouw 

Marcel Proust: In de schaduw van meisjes in bloei. Uit het Frans vertaald door Philippe Noble en Désirée Schyns, geannoteerd door Ieme van der Poel en Ton Hoenselaars, met een inleiding van Ieme van der Poel en een verantwoording van de vertalers. Lees ook het interview met de vertalers.