Woensdag, 14 november, 2018

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Lendering, Jona

In Defense of a Liberal Education

Pleidooi voor de Humaniora

[Recensie] De humaniora zijn een breed educatief programma dat erop is gericht het eigen denken beter te begrijpen. Ik zal niet beweren dat mensen met zo’n opleiding beter of menselijker zijn. Daar gaat het ook niet om. De humaniora zijn geen individualistisch ideaal: ofschoon de letterenstudenten hun opleiding krijgen als individuen, is het de bedoeling dat we van de humaniora profiteren als samenleving.

Een samenleving zonder inzicht in het eigen denken verarmt. Beperk de lengte van de opleidingen tot onder het minimaal noodzakelijke, beknibbel in het middelbaar onderwijs op vakken als geschiedenis, pretendeer dat een studie van de eigen taal zinloos is omdat je die taal al spreekt, vervang in het culturele aanbod inzicht door beleefbaarheid – en presto, je bereikt dat je je eigen denkbeelden niet langer voldoende doorgrondt en geen weerstand meer hebt tegen populisme. De door Nieuw Rechts verspreide karikatuur van de wijze waarop in de jaren zeventig gesproken zou zijn geweest over multiculturaliteit, alsof het een ‘weg met ons!’ was, is maar Ă©Ă©n voorbeeld. Ander voorbeeld: de zwartepietendiscussie is zo uitzichtloos geworden doordat het essentialisme van de twee tegenover elkaar staande kampen nauwelijks wordt herkend. Enzovoort.

Ik dacht bij het schrijven van de vorige alinea aan Nederland, waar de universitaire opleidingen immers te kort zijn, de culturele sector een soort grabbelton aan het worden is en het middelbaar onderwijs wordt vernietigd door ondeskundigen als Paul Schnabel. In de Verenigde Staten is het niet veel anders en het is sympathiek dat Fareed Zakaria, die ik tot nu toe alleen kende als auteur voor de Washington Post, een boekje heeft geschreven In Defense of a Liberal Education. (De liberal arts zou je kunnen beschouwen als wat wij humaniora noemen.) [Het boek is overigens, ook in vertaling beschikbaar onder de titel Lof van de geesteswetenschappen/red.]

Het is een leuk, persoonlijk en daardoor ontroerend boek. Een boek ook dat aan het denken zet. Mijn exemplaar, dat ik cadeau kreeg en dus met meer zorg had moeten behandelen, staat inmiddels vol onderstrepingen en aantekeningen. Dat bewijst dat ik erover moet nadenken en geen eenduidig standpunt heb. Een blogstukje, waarin je doorgaans in 700 woorden Ă©Ă©n punt maakt, is daardoor niet mogelijk. Laten we het boek maar doornemen.

Foodlog

Meteen aan het begin blijkt dat Zakaria de problemen niet schuwt: hij vertelt over zijn geestelijke ontwikkeling en neemt daarmee het risico dat het lijkt alsof hij zichzelf verschrikkelijk wijs vindt. Hij komt er echter mee weg: hij komt uit Bombay en zijn keuze voor de liberal arts was ook een keuze voor Amerika. Daarmee kan hij meteen een leuke gedachte introduceren: de afkeer van de liberal arts is onAmerikaans. Hij wijst erop dat waar overeenkomstige opleidingen bestaan (in bijvoorbeeld Europa), die meer zijn gericht op het verwerven van vaardigheden. Daarvoor valt iets te zeggen, al heb ik het idee dat het weinig meer is dan een accentverschil.

Hierna biedt Zakaria een braaf en in feite overbodig hoofdstuk over de geschiedenis van het humanistische onderwijsprogramma, waarna hij in het derde hoofdstuk ter zake komt: het belang van een liberal education is volgens hem dat “it teaches you how to think”. Hij let hierbij vooral op het belang van de schrijfcultuur: goed schrijven helpt om goed te denken. Ik ken geen wetenschappelijk onderzoek dat dit bevestigt, maar heb wel de ervaring dat ik schrijvenderwijs de formuleringen vind waarmee ik mijn gedachten orden. (Daarom blog ik.) Zakaria wijst ook op het belang van goed spreken en vooral goed leren.

Schrijven, spreken en leren zijn in feite manieren om beter te denken. Daar zit toekomst in: Zakaria wijst erop dat sommige werkzaamheden wél door automatisering kunnen worden overgenomen maar niet die waar flexibel gedacht moet worden. Denk maar aan iemand die kunstgeschiedenis heeft gestudeerd en in staat is ideeën uit de ene cultuur naar de andere om te zetten. Belangrijk zijn ook bezigheden waarbij informatie moet worden beoordeeld of waarbij gezond verstand een rol speelt, zoals het opstellen van een hypothese of het indelen van een kast. Zakaria wijst ook op verhalen om informatie over te dragen. Allemaal zaken waar de samenleving profijt heeft van de humaniora.

Zakaria wijdt een vierde hoofdstuk aan verbetering van de liberal education. Hij stemt in met de Amerikaanse founding fathers dat het nodig is dat er mensen zijn met zulke opleidingen, omdat het doorgronden van de eigen gedachten noodzakelijk is voor een gezond politiek leven. Het ontsporen van de discussies in Nederland suggereert dat er inderdaad een verband is met de teloorgang van de humaniora.

Zakaria vindt bovendien dat het niet voldoende is als enkele mensen een liberal education hebben gehad. Iedereen ervan moet kunnen profiteren. Een van Zakaria’s verrassendste observaties is hoe belangrijk de Amerikaanse GI Bill is geweest, die dienstplichtigen toegang bood tot hoger onderwijs. Dat zou waar kunnen zijn: van mijn eigen onfortuinlijke diensttijd herinner ik me dat er in de kazerne behoorlijk werd gestudeerd en ik heb ook zelf geprofiteerd van de kortingen die dienstplichtigen kregen op schriftelijk hoger onderwijs.

Minder geslaagd is Zakaria’s enthousiasme over digitaal onderwijs. Hij miskent wat een docent doet. Die kan een groep van twintig mensen tot grote hoogten brengen, omdat hij met iedereen persoonlijk contact heeft, maar krijgt moeite bij dertig leerlingen. Dan is het niet meer mogelijk te controleren wat er op de achterste banken gebeurt. Bij online-cursussen vervalt het contact geheel en neemt het effect van de kennisoverdracht af. Een kanttekening bij deze kanttekening: een online cursus kan wel door tienduizenden mensen over de hele planeet worden bekeken. De goed gemotiveerde student in Sri Lanka of Malawi staat nu niet langer met lege handen.

Een vijfde hoofdstuk gaat over het belang van kennis en de waarde die we eraan hechten. Welbeschouwd is dat een belachelijk thema: de waarde van juiste informatie staat niet ter discussie. Door zijn focus op onderwijs verzuimt Zakaria hier te zeggen dat een voorwaarde is dat inzichten ook met de samenleving worden gedeeld, wat natuurlijk veel te weinig en veel te onprofessioneel gebeurt. Het zesde hoofdstuk, In Defense of Today’s Youth, ontroert omdat Zakaria aangeeft dit boek te hebben geschreven ter verdediging van de toekomst van zijn eigen kinderen.

In Defense of a Liberal Education is geen perfect boek maar ik heb het met veel plezier gelezen. Misschien wel door de radicaliteit van Zakaria’s boodschap: uit de boedel van de humaniora wil hij het pedagogische programma redden, maar over het academisch onderzoek rept hij nauwelijks. Ik voor mij denk dat onderwijs en overdracht niet van onderzoek gescheiden mogen raken, maar ik deel zijn mening dat van de diverse aspecten van het programma niet het onderzoek maar vooral de maatschappelijke taken verdediging verdienen.

Eerder gepubliceerd op Mainzer Beobachter