Dinsdag, 29 december, 2020

Geschreven door: Brouwers, Marjan
Artikel door: Bakkenes, Renske

Leegland

“Ik heb echt geprobeerd een roman te schrijven die ik zelf ook zou willen lezen”

Je leeft al lang van de pen, eerst als redacteur en tekstbewerker. Nu schrijf je ook romans. Wat zijn de grootste verschillen tussen redactiewerk en het schrijven van een roman? 

[Interview] “Je bent met beide met taal bezig. Het redacteur zijn kwam bij mij heel natuurlijk. Ik wilde altijd al schrijven, maar als auteur van alleen romans kun je moeilijk je brood verdienen. Ik zocht ook een baan om geld mee te verdienen. Na mijn studie Engels heb ik veel vertaal- en correctiewerk gedaan. Toen ik uiteindelijk mijn eigen tekstbureau startte hielp mijn ervaring hierin wel. Voor mijn tekstbureau schrijf ik eigenlijk in elk genre, ik neem interviews af, ik schrijf voor websites en columns. Het is ook veel zakelijke tekst die je schrijft, iets dat totaal niet lijkt op het schrijven van een roman.”

Waarom ben je naast je tekstbureau ook romans gaan schrijven?

“Dat begon eigenlijk toevallig. Ik schreef toen al veel vanuit journalistiek oogpunt en ben samen met Jeannette van Ditzhuijzen (journalist en schrijver van boeken o.a. over natuur  en tuinieren/rb.) een non-fictieboek gaan schrijven over kastelen in Nederland. Hoewel dit nog geen roman was, hielp het wel met ontdekken hoe het samenstellen van een boek gaat. Het hele proces van een boek schrijven, zeg maar. Nadat wij het boek over kastelen uitgewerkt hadden, schreven we een aantal jaar later nog een boek. Dit was de roman Ren, Janina, ren!. Het is een roman gebaseerd op een waargebeurd verhaal, dus ook weer geen compleet fictief verhaal.”

Sociologie Magazine

Wat was voor jou het lastigste om te schrijven, een non fictie boek of een roman? 

“Wat ik bij het schrijven van een roman heel erg moest leren was het schrijven van dialoog. Dit was een nieuw aspect voor mij en het is niet alsof je je dit in een keer eigen kunt maken. Het is net als met andere schrijftechnieken een leerproces. Daarnaast was levendig schrijven ook wel een ding. Soms wil je teveel uitleggen als romanschrijver. Ik vond dat persoonlijk nooit leuk om te lezen. Als lezer wil je ook je fantasie gebruiken. Je moet in een roman bepaalde gaten in de informatie laten vallen. Op die manier prikkel je de lezer meer tot zelf nadenken en eventueel invullen. Denk aan het uiterlijk van je personages tot in detail beschrijven, of de leefomgeving van je personages. Oog voor detail en beschrijvingen is belangrijk als auteur, maar de balans van het beschrijven van deze elementen is net zo belangrijk.”

Kun je iets vertellen over je schrijfproces? Plan je alles uit of schrijf je aan een stuk door?

“Dat verschilt per artikel of boek dat ik schrijf. Wel werkt het goed om weg te stappen uit de dagelijkse sleur. Ik schrijf beter als ik een week ergens anders ben en mij compleet focus op alleen schrijven. Dit heb ik wel via de harde weg, om het zo te zeggen, geleerd. Het idee voor Leegland, kwam tijdens een online schrijfmarathon. Ik deed aan deze marathon mee en langzaamaan vormde zich het idee voor Leegland. Na afloop had ik een aantal hoofdstukken staan, maar het project lag daarna voor een tijd stil. Uiteindelijk heb ik het weer opgepakt. Steeds in etappes, ook omdat ik nog veel aan het leren was over het schrijven van een roman. Dit maakte dat ik veel aanpassingen deed. In totaal heb ik wel zeven versies geschreven. Juist omdat ik elke keer bleef herschrijven met nieuwe inzichten.” 

Leegland is de eerste roman waar je volledig zelf aan hebt gewerkt. Je hebt vijf jaar lang aan deze roman gewerkt, een lange periode en eerder werkte je samen met Jeannette van Ditzhuijzen. Hoe voelde het toen Leegland af was, je eerste echte eigen werk?

“Het feit dat dit toch echt mijn eerste eigenroman is, voelde geweldig. Ik was heel trots toen ik te horen kreeg dat de uitgeverij er meer in zag en het wilde uitgeven. Helemaal zelfstandig schrijf je natuurlijk nooit, maar het maakt me trots om te weten dat dit echt mijn verhaal is. Het voordeel van alleen werken is dat je het verhaal aan kunt passen zoals jij het wilt hebben. Dat neemt niet weg dat je als auteur geen advies kunt vragen, maar advies vragen is iets anders dan samen met een collega schrijver een complete verhaallijn schrijven. De verhaallijn is helemaal van mij en soms houd je dan vast aan bepaalde scènes. Zo kreeg ik hier en daar commentaar op een gebeurtenis die ik aan het einde van het boek laat plaatsvinden. Ik heb voet bij stuk gehouden, voor mezelf. Ik wilde die scène erin hebben, ook al kreeg ik advies om dit er uit te laten.

Zoals ik eerder aangaf schreef ik Leegland in etappes. Dit maakt dat het lastig was om vloeiend te schrijven. Juist vanwege het in etappes schrijven moest ik elke keer weer in een bepaalde schrijfflow komen. Dit maakt dat het proces langer duurde dan nodig was. Daarnaast werk ik natuurlijk ook nog aan opdrachten voor mijn eigen tekstbureau. Ik heb de roman dus niet als fulltime auteur geschreven en dit maakt dat mijn schrijfproces een stuk langer duurde dan bij andere auteurs. Dit is tevens een les geweest. Als ik een vervolg schrijf of nog een roman ga ik dit anders inplannen. Ik zou er dan bewust voor kiezen om minder opdrachten aan te nemen bij mijn tekstbureau en meer focussen op het schrijven zelf.”

Welke schrijver zou je tot je grootste inspiratiebron rekenen? 

“Dan moet ik toch heel cliché Tolkien noemen. Hoewel Leegland niet specifiek in het fantasygenre valt, zoals Tolkien zijn werk schreef, heeft hij wel veel invloed gehad op mijn liefde voor lezen en zijn manier van wereldopbouw heeft mij zeker geïnspireerd. Oorspronkelijk had ik ook het idee om het verhaal Europa-breed te trekken en ik heb hier nog ideeën voor staan in mijn aantekeningen. Uiteindelijk besloot ik de focus te leggen op Nederland omdat de hele wereld simpelweg niet in één boek past.” 

Hoe is het idee voor Leegland ontstaan?

“Tijdens de eerder genoemde schrijfmarathon. Een belangrijke inspiratiebron was toch wel de film van Al Gore, An Inconvenient Truth. Die heb ik gekeken en raakte mij heel erg. Ik ben altijd actief bezig geweest met het klimaat maar deze film zette me verder aan het denken. Wat als er nu echt een oorlog komt over het klimaat, en we in een vergane wereld terecht komen? Hoe ziet Nederland er dan uit? Is het mogelijk dat er overlevenden zijn? Hoe ziet hun wereld er dan uit? Met deze vragen in gedachten ben ik gaan schrijven.”

Heb je een favoriete dystopische roman?

“Oef, dat is een lastige vraag, ik denk dat The Handmaid’s Tale toch wel een favoriet is. Al vond ik 1984 en Brave New World ook allemaal erg goed. Ik vond het leuk dat ik een aantal reacties kreeg op mijn roman, waarin mensen het met The Handmaid’s Tale vergeleken. Hoewel die vergelijking eervol is, zag ik toch niet veel overeenkomsten op het genre na. Beide zijn te beschrijven als dystopische romans, maar daar blijven naar mijn idee de overeenkomsten ook bij.”

De roman heeft een hoog tempo, je krijgt als lezer in een korte tijd heel veel informatie binnen. Was dit een bewuste keuze? 

“Ja, ik wilde graag tempo in mijn roman hebben. Als ik een boek lees waarin een eindeloze proloog en langdradige beschrijvingen voorkomen verlies ik mijn interesse. In dat opzicht heb ik echt geprobeerd een roman te schrijven die ik zelf ook zou willen lezen. Dat hoge tempo heeft ook deels te maken met dat ik veel te vertellen heb. Dit was een balans die ik lastiger kon vinden, vertel genoeg, maar niet teveel, maar ook niet te snel want dan mis je de diepgang. Die balans was lastig en dat is zeker iets waar ik in mijn volgende roman aan wil werken.”

In Leegland spelen meerdere zaken tegelijkertijd. Zo is er een klimaatoorlog geweest, is er voedselschaarste en er heerst een pandemie. Om nog maar te zwijgen over het politieke regime en de terroristische organisaties. Waarom heb je al deze elementen in een enkele roman gestopt? 

“Omdat juist al deze elementen relevant zijn. Het virus gaat een grotere rol spelen in het vervolg maar het is meer dan dat. Het was voor mij erg van belang dat er wel een bepaald realisme in mijn roman zat. En al deze elementen spelen zich ook af in onze wereld. Ik heb ze in mijn roman alleen uitvergroot. Ik denk dat een toekomst zoals ik in Leegland beschrijf helemaal niet zo onwaarschijnlijk is en dat heeft 2020 eigenlijk alleen maar bevestigd. 

Ik bracht mijn laatste versie naar de uitgever op 15 maart 2020. De dag dat Nederland in de eerste lockdown ging. Het was zeker een aparte gewaarwording dat mijn roman zo aansloot op de toen huidige situatie en ook nu maanden later nog steeds zo relevant is. Dat had ik van tevoren niet kunnen voorspellen.”

Je bent momenteel bezig met deel twee. Wat kunnen we exact verwachten van het tweede deel? Krijgen we dan meer te horen over het politieke regime en de andere organisaties die zich bevinden in Leegland? Zo ook Europa-breed? 

“Ja, ik wil in het tweede deel meer informatie verschaffen over hoe de rest van de wereld er uit ziet. Een deel van de personages uit Leegland komt weer terug in deel twee. Ik heb voor mijzelf de wereld wel in grote lijnen opgezet, maar ik probeer nu per land een beeld te vormen en op te schrijven hoe ik alles voor mij zie. Ik merk wel dat ik nog steeds veel te vertellen heb over de wereld waar Leegland zich in bevindt, wie weet maak ik er wel een drieluik van. Wat meer plannen zal wel nodig zijn. Dat heb ik namelijk voor deel één niet gedaan. Ik zal meer moeten gaan plannen wanneer ik wat duidelijk wil maken en waar ik precies naar toe wil werken.” 

Leegland is positief en goed ontvangen, het staat bijvoorbeeld in de Nieuwe Leeslijst die Bazarow heeft samengesteld. Wil je nu fulltime romans gaan schrijven?

“Niet fulltime, daarvoor werk ik te graag in de journalistiek en aan andere tekstprojecten voor mijn bureau. Wel zal ik meer tijd vrijmaken voor het schrijven zelf, dus minder klussen aannemen en elke week bepaalde dagen vrij maken speciaal voor de roman. Op deze manier hoop ik dat het schrijven niet stil komt te liggen zoals gebeurde bij Leegland.”



Voor het eerst verschenen in Bazarow Magazine

Lees hier ook de recensie van Leegland door Steffie Verspeek-Dielis