Woensdag, 16 januari, 2019

Geschreven door: Baar, Mirjam de
Artikel door: Leeuw, Karin de

Jaarboek De Zeventiende Eeuw 2018

Cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief

Geheimen in de Zeventiende Eeuw

[Recensie] Sommige jaarboeken en themanummers van tijdschriften kunnen de concurrentie met goed leesbare artikelenbundels ruimschoots aan. Ze zijn interessant, ook voor de wat beter geïnformeerde leek. Ze zijn informatief en aantrekkelijk vormgegeven.

In 2018 hield de Werkgroep Zeventiende Eeuw een congres over Geheime praktijken, secreten, spionage en stiekem gedoe. Dit is ook het thema van het Jaarboek dat de vereniging deed uitkomen.

Geheimen zijn verrukkelijk. Iedereen wil er van weten of is bang dat ze ontdekt worden. Geheimen triggeren emoties. Tegelijk zijn er niet zo veel geheimen die echt geheim zijn. Driehonderd jaar na de zeventiende eeuw kunnen we over heel wat geheimen van toen schrijven. Ze zijn toch op enig moment openbaar geworden.

Boekenkrant

Maar de mensen in de zeventiende eeuw hielden ook van geheimen en deden veelvuldig aan verstoppen, achterhouden, verhullen en onthullen. In het jaarboek zijn zogenaamde themadossiers en twee artikelen opgenomen over geheimen uit de Gouden Eeuw.

In het hart van de zeventiende eeuw staat het stadhouderloze tijdperk waarin Johan de Witt de scepter zwaaide over ons land. Geen wonder dat zijn persoon prominent aanwezig is in twee van de vier themadossiers. In het diplomatieke leven waren gecodeerde berichten een gewone vorm om met elkaar in contact te blijven en informatie over te dragen die niet voor ieders ogen bestemd was. Meestal gebeurde dat door letters en namen van personen en landen te vervangen door cijfercombinaties.

De twee dossiers waar het hier over gaat betreffen de spannende jaren 1664-1665, de aanloop naar de Tweede Engelse Oorlog. Met de Nederlandse ambassadeur in Engeland, M. van Gogh, onderhield de Witt een briefwisseling waarin gedeelten gecodeerd werden weergegeven. Er zijn sleutels (lijsten van cijfercodes) bekend, maar dat zijn niet altijd de goede. Daarnaast zijn er ook afschriften van de brieven bewaard waarin de versleutelde passages wel in normaal schrift zijn opgenomen. Daarmee komt men een stuk verder. In het verleden is de correspondentie van De Witt met ambassadeurs in fragmenten uitgegeven. Ingmar Vroomen en Lidewij Nissen geven in het onderhavige artikel echter aan hoe belangrijk het is studie te maken van de originele brieven, waarin men kan zien welke passages geheim gehouden moesten worden. In de oudere tekstuitgaven was dit niet aangegeven.

Het tweede dossier gaat over een geheime missie van Michiel de Ruyter naar Afrika. Jan Daalder deed er onderzoek naar. De Ruyter kreeg opdracht om een aantal Nederlandse forten op de kust van West-Afrika, die door de Engelsen waren ingenomen, te heroveren. Maanden lang wist men deze missie geheim te houden voor de Engelse ambassadeur in Nederland, Sir George Downing. Of geheim? Was het zo geheim? Of waren er zoveel geruchten dat het helemaal niet zo vreemd was dat Downing dat ene gerucht ook voor onwaar aanzag? Ook in de zeventiende eeuw was het moeilijk om fake van echt nieuws te onderscheiden en de juiste analyse te maken.

Maar het jaarboek gaat niet alleen over politieke geschiedenis. In de vroegmoderne tijd was geheimhouding binnen wetenschap en kunstbeoefening heel gewoon. We kunnen daarbij denken aan de alchemie, maar bijvoorbeeld ook veel kunstschilders waren ware onderzoekers wanneer zij zich bezighielden met het zelf samenstellen van verf. Sommigen lieten zelfs geen leerlingen in hun ateliers toe.

Tegelijk de geheimzinnigheid stond in het begin van de moderne tijd echter ook een steeds grotere nadruk op het belang van kennisoverdracht. Er was sprake van de opkomst van de (gedrukte) kunstliteratuur. Daarin werden de geheimen van het vak prijsgegeven; of toch eigenlijk niet? Het artikel dat Arjan de Koomen schreef over werkplaatsgeheimen en boeken van openbaring vond ik zelf het meest onderhoudende van de bundel

Het jaarboek onthult nog meer geheimen. De werkgroep Zeventiende Eeuw heeft hiermee een mooie afronding aan het thema van haar congres gegeven. De inleiding van Djoeke van Netten, mede-organisator van het congres en geregeld recensent op de pagina’s van De Leesclub van Alles, verbindt alle lijnen vaardig met elkaar.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles