Donderdag, 2 september, 2021

Geschreven door: Berkum, Sandra van
Visch, Loes
Artikel door: Stoel, Jan

Jan Verschoor

Verstilde beweging in vloeiende vormen

[Recensie] Ter gelegenheid van het dertigjarige bestaan van Museum JAN in Amstelveen zijn twee boeken verschenen: Museum Jan – ontstaan en collectie en Jan Verschoor. Dit laatste boek, onder redactie van kunsthistorica Sandra van Berkum en Loes Visch is een eerbetoon aan Verschoor, beeldend kunstenaar én betrokken bij het ontstaan van Museum Jan van der Togt (nu Museum JAN). Verschoor (1943) was vijfentwintig jaar lang directeur van het museum dat vernoemd is naar de oud-industrieel (Tomado) Jan van der Togt. Van der Togt kocht ooit werk van hem waarna een hechte vriendschap ontstond. Verschoor was bovendien adviseur van Van der Togt. Toen het museum in 1991 geopend werd was het als het ware om het woonhuis van Verschoor heen gebouwd. Onder leiding van Verschoor werd de collectie van het museum uitgebreid en verdiept. Museum JAN is vernoemd naar Jan van der Togt en Jan Verschoor.

Het boek is meer een kijkboek en een liber amicorum dan een monografie. Vrienden, bekenden, verzamelaars, kunstenaars, museumdirecteuren, politici en bestuurders leveren korte, persoonlijke bijdragen over Verschoor. Anekdotes over hun ontmoetingen, de aankoop van een werk, over het verzamelen van zijn werk door meerdere generaties uit hetzelfde gezin, passages over zijn plek in de kunstwereld en zijn betekenis voor het culturele leven in Amstelveen, maar ook artikelen die gaan over de beleving die Verschoors kunstwerken oproepen. Jan Rudolph de Lorm, directeur van Singer Laren beschrijft een van de beelden van Verschoor als volgt: “Een bronzen plastiek dat oogt als een lint dat gewichtloos in de ruimte zweeft. Soms verschijnt een menselijk profiel, dan vervloeit het weer tot iets anders. Van alle kanten toont het een ander gezicht.” We leren Verschoor kennen als gedreven kunstenaar, als inspirator voor collega’s, als gedreven museumdirecteur, maar ook als een gastvrij en aangenaam mens.

Sandra van Berkum zet in haar openingsbijdrage met als titel Bij Jan en Rob het kunstenaarschap en betrokkenheid bij het Museum centraal. Verschoor was begin jaren zestig van de vorige eeuw afgestudeerd aan de Amsterdamse Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en kwam, op zoek naar een atelier, in de Dorpsstraat in Amstelveen terecht. Hij kwam er Dien de Hoop tegen. Het achterste deel van haar huis stond leeg en misschien was het parochiebestuur wel bereid het te verhuren. “De gevel was scheef en de ruimte mocht niet worden bewoond, maar werken was er toegestaan. Jan ging op zolder wonen. In 1962 ontmoette hij Rob Brünnmayer met wie hij nog altijd samen is. Ze knapten samen het huis op en toen Dien verhuisde kochten ze het hele pand en transformeerden het tot het Museumhuis – zoals we dat tot op de dag van vandaag herkennen. Rondom hun huis kreeg Museum JAN vorm. Heerlijk om te wonen op een plek waar je door kunst omringd wordt.

Verschoor timmerde aan de weg als autonoom kunstenaar en kreeg in 1971 zijn eerste grote opdracht. Voor de centrale hal van het Nederlands Congres Centrum in Den Haag maakte hij een manshoge bol van polyester. In 1975 ontmoette hij Jan van der Togt die toen al zeventig jaar was. Van der Togt (die alles kocht wat hij mooi vond en wel een beetje afgeremd moest worden en dat deed Verschoor) wilde een ruimte om zijn eigen verzameling te bekijken. Verschoor was een van de mensen die hem stimuleerde die expositieruimte een publieksfunctie te geven. Brünnmayer was belangrijk voor Verschoor. Hij was technisch geschoold en tekende voor de inwendige constructies die leidden tot de beelden die Verschoor maakt. Verschoors werk is opgenomen in museale en privécollecties en je komt werk van hem tegen in de openbare ruimte.

Awater

De meest inhoudelijke bijdrage komt van Piet Augustijn, oud-conservator hedendaagse kunst van het Gorinchems Museum. Hij kenschetst zijn werk als ‘verstilde beweging in vloeiende vormen.’ Zijn artikel gaat over de stijl van Verschoor, het materiaalgebruik, de continue ontwikkeling van zijn kunstenaarschap door onder meer in glas te gaan werken. Augustijn: “Hij heeft een sterke voorkeur voor abstractie. (…) Zijn werken hebben een monumentale uitstraling. Hij is gefascineerd geweest door de eigenschappen en mogelijkheden van uiteenlopende materialen. (…) Esthetische perfectie staat centraal in zijn werk. Zijn beelden kenmerken zich door vloeiende vormen en een glad oppervlak. Constanten in zijn hele oeuvre zijn de bolvorm, de materiaalcombinaties en de suggestie van beweging. Jan Verschoor is geen houwer maar een bouwer die experiment en durf paart aan perfectie en overtuiging.”

Bladerend door het boek – dat prachtig vormgegeven is – spat de creativiteit van Jan Verschoor je tegemoet. Je verwondert je constant en het werk zet je verbeelding aan het werk. Altijd is er spanning in Verschoors werk, biedt hij een verrassend nieuwe blik als je om het ruimtelijk werk heenloopt. In zijn glasobjecten zijn het abstractie en transparantie, het spelen met vormen, ruimte, stapeling en kleur die opvallen. Verschoor kun je een vernieuwend kunstenaar noemen, die altijd op zoek is naar een verdere ontwikkeling en daarvoor allerlei materialen gebruikt van marmer, tot kunststof, van aluminium, staal en brons tot glas en hout. En altijd is er die perfecte afwerking, dat vakmanschap.

Achter in het boek staat de afmetingen, het materiaalgebruik aangegeven. Titels hebben zijn werken niet Verzamelaar Guido van Woerkom formuleert het als volgt: Je moet naar zijn werken kijken, je laten inspireren en laten meevoeren in verwondering. Namen geeft hij niet aan zijn kunstwerken, laat je fantasie de vrije loop en benoem zelf wat je ziet.”

Bezoek Museum JAN en maak daar kennis met het werk van Jan Verschoor. Er gaat een wereld voor u open, zeker als u een bezoekje kunt brengen aan het Museumhuis, de woonkamer van Verschoor en Brünnmayer.

Ter ere van het 30-jarige bestaan van het museum is tot en met 31 december 2021 de tentoonstelling Schitterend glas te bezoeken in Museum JAN, Dorpsstraat 50, 1182NH, Amstelveen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles