Dinsdag, 30 april, 2019

Geschreven door: Aleman, André
Artikel door: Broek, Aart G.

Je brein de baas

De noodzaak van meer onderzoek

[Recensie] Met de titel Je brein de baas krijgen we in zekere zin een pretentieus boek toegeschoven. Als mij een ding duidelijk is geworden, dan hebben hersenwetenschappers vooralsnog slechts bij benadering enige grip op het functioneren van onze hersenen. Met grote regelmaat struikel ik in het boek van André Aleman over de woorden “de noodzaak van meer onderzoek”. Het brein de baas?

De auteur zelf meent overigens dat de titel “speels en prikkelend” is, zo laat hij in het nawoord weten. Daarin verduidelijkt hij ook dat met het ‘je’ in de titel “de naar schatting 10 procent bewuste activiteit [wordt] bedoeld waarmee de rest van het brein aangestuurd kan worden”. Strikt genomen is die tien procent mede van onze hersenen afhankelijk. Zodoende kan een neuroloog als Dick Swaab dwingend “wij zijn ons brein” roepen en een neuroloog als Victor Lamme “de vrije wil bestaat niet”. Dat is toch wat kort door de bocht en reduceert ons tot een speelbal van de 80 miljard neuronen in onze kop, die onderling een waanzinnig aantal verbindingen aangaan.

De hoogleraar psychiatrie René Kahn maakte met de hoogst toegankelijke publicatie De tien geboden voor het brein (2011) al duidelijk dat we ons niet tot neuronen moeten laten reduceren. We zijn, zo meent ook Aleman, geen passief slachtoffer van ons brein. Er is “manoeuvreerruimte” voor zoiets als zelfstandig (doel)bewust denken en handelen. We zijn sowieso ook de rest van ons lichaam en, wel zo belangrijk, we zijn altijd een mens te midden van andere mensen en bevinden ons constant in netwerken van onderlinge afhankelijkheid. We zijn sociale wezens. Aleman stelt – ook in het nawoord – dat dit “cruciaal [is] voor wie we zijn – onze persoonlijkheid, onze identiteit, wat we denken of voelen”. Ik onderschrijf dit van harte, maar Aleman heeft dit gegeven toch maar magertjes laten meespelen in zijn boek.

In het aftasten van voornoemde manoeuvreerruimte trekt hij ons door hoofdstukken over emotieregulatie, neurofeedback en mindfulness. Ik werd er warm noch koud van. Het onderzoek dat was verricht was steevast hoopgevend en buitengewoon interessant, zo meende de auteur.  Het spreekt dat, zoals gezegd, er dan ook nog veel meer onderzoek naar moest plaatsvinden. Ik wil het geloven, maar bespreek die noodzaak vooral binnen het wetenschappelijke circuit.

Wordt Vervolgd

De algemeen geïnteresseerde lezer onderkent het bestaan van processen die ‘onbewust’ plaatsvinden, de mogelijkheden en, bovenal, beperkingen ervan. De rechtsfilosoof Harald Merckelbach illustreerde recentelijk in Intuïtie maakt meer kapot dan je lief is (2017) hoe dikwijls we uitglijden. De beschrijving van die indringende concrete voorbeelden boeit die lezer. Het is maar goed dat we ‘bewust’ kunnen nadenken om ons ‘brein’ aan- en bij te sturen. Een zegen is bovendien dat we dat we dit niet per se in ons eentje hoeven te doen. Gelukkig kunnen we elkaar daarbij helpen. Dát denken is inspannend en zodoende vermoeiend. Daniel Kahneman wist de complexiteit in de vuistdikke en fascinerende studie Thinking, fast and slow ( 2011) wereldwijd onder de aandacht te brengen.

Je brein de baas is in het licht van wat er al beschikbaar is, niet echt een uitdaging. Mogelijk is dit mede toe te schrijven aan het gegeven dat Aleman werkt vanuit een wetenschappelijk probleem, namelijk de vraag of we wel/niet nog iets – of een beetje – over ons brein te vertellen hebben. Niet-gespecialiseerde lezers pakken een boek op met in het hoofd de praktijk van alledag die tot luchtige en zwaarwegende keuzes dwingt.

Zo zou ik de neurologen wel willen horen over een praktische keuze als in het verhalende gedicht Het huwelijk getekend. Dat deed de Belgische auteur Willem Elschot (1882-1960) als twintiger in 1910. Hij dichtte over een man die gebukt gaat onder de aanhoudende sleur van het huwelijk en het ouder worden, overweegt zijn echtgenote te doden, het huis in brand te steken en op zoek te gaan naar een nieuwe, jongere liefde. Hieruit volgen de meest geciteerde Nederlandstalige dichtregels, waarin zowel juridische, sociale als emotionele – en zodoende neurologische – aspecten zijn verwerkt. Een eigen wil? Baas in eigen brein?

“Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Eerder verschenen op Managementboek.nl