Zondag, 3 mei, 2020

Geschreven door: Vos, Marjoleine de
Artikel door: Trouwborst, Jannie

Je keek te ver

[Recensie] Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 1957) schrijft over kunst, literatuur en koken en heeft een tweewekelijkse, beschouwelijke column over zingeving op de opiniepagina van de NRC. Een selectie van deze columns werd gebundeld in Nu en altijd: bespiegelingen (2000),  Het is zo vandaag als altijd (2011) en Doe je best (2018).
In 2000 verscheen haar eerste po√ęziebundel¬†Zeehond graag¬†(genomineerd voor de VSB Po√ęzieprijs 2002), gevolgd door¬†Kat van sneeuw¬†(2003) en¬†Het waait¬†(2008). In haar laatste bundel¬†Uitzicht genoeg¬†(2013) vinden we dit gedicht:

Ruimtevrees

Achter weilanden weiden, daar weer achter
dijken, zee en Zweden. Waar zou je heen?
De blik verliest je met zichzelf in de ruimte
waar aankomst ver en ver is te zoeken.
Niet voor de woerd die plotseling en onbedaarlijk
groen het zonlicht en je oog in zwemt.
Kijk bij je voet, maant hij, waar speenkruid
bloeit, de lucht gespiegeld blauw is in het diep.
Voel warmte op je neus, zie ’t vroege blad
van vlier. Je keek te ver. Dat wat je zoekt is hier.

In Je keek te ver werkt ze die gedachte verder uit, in wat je zou kunnen noemen: een persoonlijk doorleefd, po√ętisch essay.

Schrijven Magazine

Groningen

Marjoleine de Vos woont in het Noord-Groningse Zeerijp. Elke dag maakt ze een wandeling vanuit haar huis, ongeacht het weer of het seizoen. Bezoekers van elders begrijpen niet wat er zo bijzonder is aan het grootschalige landschap met de wijkende einder. Maar Marjoleine stelt: er is niets te zien, en tegelijk heel veel. Voor wie daar moeite voor doet en er voor open wil staan.
En daarom neemt ze ons mee op haar wandelingen en in haar mijmeringen. Ze spreekt ons aan en ook zichzelf. Verwacht geen routebeschrijving, geen chronologie. Associatief leidt ze ons door het landschap, langs dichters en filosofen, door de geschiedenis en in de richting van de toekomst. Maar ze staat vooral stil bij het hier en nu.

Lezen van het landschap

In het eerste hoofdstuk leert ze ons het landschap te lezen aan de hand van de geschiedenis. Wie daar weet van heeft, ziet veel meer. Er valt altijd iets te ontdekken, je kunt je ergens pas over verwonderen als je de historie ervan kent. 
Bovendien is het landschap nooit hetzelfde, al lijkt dat zo. Een andere lichtval, een ander jaargetijde, volle of gerooide akkers, bomen in lentetooi of met herfstbladeren. Wie wandelt maakt deel uit van het landschap en beleeft het directer. Als je drukke hoofd vol gedachten dat tenminste niet dwarsboomt.

Niet dat ze geen oog heeft voor het te grootschalige landschap met rechtgetrokken waterlopen en enorme boerderijen. Maar erover mopperen heeft geen zin, je moet kijken naar wat nog herkenbaar is van vroeger, zoals kerkjes en wierden, en naar de simpele dingen in de natuur.

“Maar zoals gezegd: zien moet je leren. Zoals voor wie niets weet van het verleden, het Drentse essenlandschap als het ware niet bestaat, zo bestaat ook middeleeuws Groningen niet voor wie niet weet dat er zoiets was als middeleeuws Groningen. Je moet de sporen ervan leren herkennen, anders zijn er eenvoudigweg geen sporen.”

Wie zo kijkt, weet beter wat het behouden waard is. Maar ook wat nooit meer terug zal komen. Voorgoed, missen: het zijn woorden om over te filosoferen, om dichters te citeren. En tot de conclusie te komen:

“Kun je ook te ver in het verleden kijken? In ieder geval wel te veel. Misschien is alles wat uit verlangen bestaat wel “te”. Je moet niet verlangen. The art of losing bestaat uit niet-verlangen maar zijn. Er is ook nu: een hoogte, een smalle, kleine kerk, een schitterend uitzicht, schapen op de ijsbaan, stilte. Groningerlandstilte.”

Het echte leven

Voor stadsbewoners die op bezoek komen speelt het werkelijke leven zich toch af in de stad, beweren ze. Marjoleine de Vos geeft voorbeelden van wat zij onder het echte leven verstaat. De subtiele verandering in de natuur in de loop van de seizoenen, het oogsten en zaaien, de weidsheid van de luchten, de geringe beschutting tegen de elementen en de vriendelijkheid in de winkels, de praatjes op straat en de tafeltjes met de oogst van de moestuintjes langs de kant van de weg. De rust, de ruimte, de stilte van het platteland.

Al filosoferend en dichters en schrijvers citerend wandelt ze steeds opnieuw door haar Groninger landschap. Denkt na over de onveranderlijkheid van sterke gevoelens door eeuwen heen, over de ontoereikendheid van woorden om uit te leggen wat je voelt, over de tekortkomingen van herinneringen en over de zin van het bestaan. Een vol druk hoofd, dat maar blijft nadenken en dat alleen tot zwijgen gebracht kan worden door te wandelen en te zien. 

“Het is alsof je, buiten lopend, je leven weer terug krijgt. Ik sta op de Eenumerhoogte – een wierde die in de derde eeuw al bewoond was, nu naast het eigenlijke dorp gelegen dat op een eigen wierde staat. Ze hebben de kaak van een bruine beer in de bodem gevonden – ongelooflijk toch, hier tussen de suizende akkers. Het moet hier zo anders geweest zijn, zonder aardappels en puntige kerktoren. Met beren.
Maar enfin, als je daar staat en uitkijkt dan is het of je ook van binnen ruimer wordt. En zolang je op doortocht bent, niet aangekomen, zonder haast, zolang is het leven eigenlijk wel uit te houden.”

Een bijzonder boekje dat je al mijmerend en filosoferend meeneemt op pad door het Groninger landschap en alle aspecten van het leven.

Eerder verschenen op mijnboekenkast

Meer over de gedichten van Marjoleine de Vos vind je onder  Moderne Nederlandse dichters op de site van de KB.