Zondag, 27 december, 2020

Geschreven door: John Dickie
Artikel door: Voskamp, Nico

De Orde

Een mythe ontmanteld

[Recensie] Een hoeksteen, zo’n extra dikke grote steen die de muren van een huis verbindt, daar lijkt De Orde qua uiterlijk en gewicht sprekend op. Stevig gebonden en, belangrijker, afgevuld met 464 dichtbeschreven pagina’s duikt het diep in de geschiedenis van de Vrijmetselarij.

Van vrijmetselaars heeft iedereen weleens gehoord, maar weinigen kennen de historie, terwijl de Orde toch al sinds de zesde eeuw bestaat. Waarschijnlijk is het curieuze recruteringsbeleid nog het meest bekend. Men houdt namelijk de helft van de wereldbevolking buiten de deur: de Orde is uitsluitend toegankelijk voor mannen. Tegenwoordig zijn die teugels wel wat meer gevierd, maar nog altijd maken mannen de dienst uit.

Historicus en journalist John Dickie met als specialisatie ‘geheime organisaties’ zoals de maffia, voelt zich perfect thuis in deze mysterieuze wereld. Hij zet het ontstaan en de ontwikkeling van De Orde helder uiteen maar vergeet niet er een mooi verhaal van te maken. Als geoefend verteller sleurt hij de lezer mee in de rituelen en oude gebruiken die tot op de dag van vandaag geldig zijn. Het levert een erg complete studie op van een invloedrijke organisatie.

Om maar wat te noemen: het huidige Amerika is gegrondvest op de overtuigingen van Vrijmetselaar George Washington en het Britse wereldrijk werd sterk gesteund door de Vrijmetselaarsnetwerken. Daarentegen meenden Hitler en Mussolini dat Vrijmetselaars foute pacifistische en socialistische ideeën verspreidden en heulden met de Joden.

Archeologie Magazine

Dickie lezen is een ontdekkingsreis maken. Dat begint al met deze prachtige openingsanekdote:

“Op 14 maart 1743 werd John Coustos, een veertigjarige juwelier uit Londen, vastgegrepen, geboeid en in een kleine koets geduwd. Niet veel later bevond hij zich in een van de meest gevreesde gebouwen in Europa. Aan de noordzijde van de Rossio, het centrale plein van de stad, verrees dreigend het Estauspaleis dat het Portugese hoofdkwartier van het Heilig Officie der Inquisitie huisvestte.

Net als honderden heksen, ketters en Joden die daar vóór Coustos naartoe waren gebracht werd ook hij kaalgeschoren en tot op zijn ondergoed uitgekleed.” 

Na de andere helft van deze anekdote blijkt Coustos’ verhaal niet wat lijkt, maar laat wel zien dat de ‘onvoorwaardelijke geheimhoudingsplicht’ die leden van de club opgelegd wordt, voor buitenstaanders zowel fascinatie als argwaan wekt. De Inquisitie ontwrong die geheimen dan ook maar al te graag aan onschuldigen. Hier gebeurt dat op een pijnloze wijze: als een terriĂ«r leest de auteur zich in de mysteriĂ«n in.

Spoiler: al die geheimen en rituelen zijn minder spectaculair dan ze lijken. Zo wordt het ‘het inwijdingsritueel’ dat een kandidaat doorloopt voordat hij lid van de Orde wordt beschreven. De kandidaat is geblinddoekt en moet ‘de werkplaats’ betreden. Daar wordt hem gevraagd te knielen van een gebed, waarna hij driemaal door de logeruimte wordt rondgeleid voordat hij wordt voorgesteld aan de gezagdrager van de loge, die verklaren dat de kandidaat minstens eenentwintig jaar oud is en ‘een vrij man van goede naam.’ Dit is nog maar het begin van een reeks rituelen die de toelating begeleiden, rituelen die lichtjes bizar aandoen maar zoals Dickie stelt: “Vertrouwde rituelen verbinden mensen omdat het om een gedeelde ervaring gaat die wordt gedeeld binnen een gemeenschappelijk referentiekader.”

Het boek is zo dik met een reden: er zijn in de wereld ongeveer zes miljoen Vrijmetselaars en we lezen hoe ze in Londen leven, in Parijs, in Napels, in Salamanca, in New York en aan elk van hen wordt aandacht besteed. Ook leren we wie de eigenlijke grondleggers zijn en hoe dat zo kwam. De symbolen worden geduid, die stammen uit het werk van steenhouwers. Vandaar ‘Vrijmetselaars’ en de steenhouwersgereedschappen die het embleem van de orde domineren.

Een fascinerend boek dus over een nog altijd mysterieuze groepering. Een pluim voor Dickie: hij leest alles wat hij vinden kan, legt verbanden om die daarna te duiden. Steeds verder tilt hij het geheime gordijn op, tot er slechts een naakt podium overblijft waarop bijna alle maconnieke manoeuvres in een oogverblindend spotlicht komen te staan, daarbij onvermijdelijk iets van hun glans prijsgevend.

Ook verschenen op Nico’s recensies