Dinsdag, 3 januari, 2017

Geschreven door: Holleeder, Astrid
Artikel door: Reinewald, Chris

Judas

Manipulatie boven een bord andijvie

[Recensie] De onbedoelde, nieuwe onverbiddelijke bestseller Judas, een familiekroniek van Astrid Holleeder is zo’n boek dat (bijna) iedereen wil lezen. Zeker met het diabolische optreden van Willem Holleeder, de criminele broer van de schrijfster/juriste in College Tour nog op het netvlies. Dankzij deze serieuze, onvooringenomen aandacht ontpopte Holleeder zich als knuffelcrimineel.

Gelukkig bleek die sterrenstatus tijdelijk, toen zijn ware manipulatieve aard duidelijk werd na de openbaar gemaakte bandopnames van gesprekken met zijn zuster Astrid; de moedige schrijfster van dit boek. Geweld bepaalt het leeuwendeel van onze amusementsbeleving. In films en fantasy-games schieten bikkelharde kerels hun uzi’s leeg op crashende en ontploffende tankwagens van de vijand. Of ze maken als avatar extraterrestiale wezens meerdere koppen kleiner.

Keurige landgenoten opteren voor een Britse whodunnit, een Duitse krimi, een Amerikaanse CSI of  Vlaamse Flikken: tv-series, waarin moord & doodslag en het oplossen ervan de normaalste zaak van de wereld zijn. Maar dat is het niet en mag het ook nooit zijn. Dat besef je des te meer bij het lezen van Astrid Holleeders semi-biografische boek Judas over haar door haar oudere, criminele broer Willem gedomineerde leven. Mat, bonkig en beurtelings wanhopig en berustend schetst ze in fragmenten hun familiegeschiedenis: een Jordanees gezin van een drankzuchtige vader met zeer losse handjes. Het verraderlijke is dat het ware geweld zich met een alledaags, joviaal gezicht tooit: dat van broer Willem, Wim

Door het tv-interview, films en documentaires leek de biografie van de Heineken-ontvoerder genoegzaam bekend. Zo gauw hij de fysieke kracht daarvoor kreeg ramde de getergde zoon zijn vader in elkaar. Rambo wraak. Tenminste: zo wilde Willem ons bij de College Tour doen geloven.

Boekenkrant

In werkelijkheid deed niet hij dat maar zijn jongere broer Gerard. Willem Holleeder schept zijn eigen mythes, net zoals hij veel ernstigere zaken naar zijn hand zet. Van afstand bekeken is hij een Shakespeariaans personage uit een bloedig koningsdrama maar dan op binnenkamerformaat.

Verwacht echter geen thriller. Astrid – “Assie” – vertelt zakelijk en wonderwel genuanceerd haar verhaal met korte, door de tijd springende hoofdstukken. De urgentie van haar boodschap voorkomt iedere vorm van mooischrijverij. Dit is zo’n onontkoombaar verhaal dat het wel verteld móet worden. Het neemt bezit van de verteller die – als orakel – niets anders kan dan het vertellen en weer verder vertellen. (Jorge-Luis Borges beschrijft dat fenomeen overigens erg mooi in zijn korte verhaal El evangelo según Marcos; 1970)

Toch slipt er af en toe een prachtige, beeldende observatie doorheen. Zo probeert Willem zijn “zussie” te lijmen door haar geld te geven: tijdens het eten. Met het beeld van het 100 guldenbiljet, aangereikt boven een bord dampende andijvie zou de verfilming van dit oer-Hollandse misdadigersdrama moeten beginnen. De nogal lullige familiefoto’s in het beeldkatern spreken daarbij boekdelen.

Gelukkig is de familie Holleeder niet gespeend van een meedogenloos-Amsterdamse galgenhumor. Behalve over Willem beschrijft Astrid haar eigen strijd om als advocate niet mede-gecriminaliseerd te worden. Ze vindt steun bij crime-watcher en fighter Peter R. de Vries, ooit bevriend geraakt met Cor van Houts, Willems in ongenade gevallen maatje. Beplakt met afluisterapparatuur gaat ze een Judas-rol spelen in de door Willem afgedwongen contacten. Ondanks zijn dreigementen lijkt hij haar nog steeds te vertrouwen. Zijn neefje, een kleuter zet hij echter zonder pardon een pistool tegen zijn hoofd.

Het moment dat Astrid de recherche – de “Petten”- benadert en toegeeft dat haar broer zijn zwager en boezemvriend Cor van Hout “heeft gedaan” (laten doden) is een emotioneel breekpunt.

Vanaf dan weet zij dat haar leven in permanent gevaar is. In de omgeving van Willem doet niemand iets dat onbestraft door hem zal blijven. Maar ook hier toont Astrid Holleeder zich een echte Holleeder. Spijkerhard onderhandelen zij en haar zus Sandra met de Petten hun getuigenverklaringen tegen Willem uit. Daardoor krijgt het boek op driekwart ook iets van een juridisch verweer.

Maar meer dan dat geeft het een afschrikwekkende inkijkje in het brein van een paranoïde psychopaat die zelf nooit bloed aan zijn handen heeft. Als lezer kun je niet anders dan deemoedig lezen wat zij schrijft. Juist het gegeven dat er geen woord aan verzonnen lijkt maakt Judas beklemmend als geen ander boek.

De zusters Holleeder en ook de exen van hun broer maken zich geen illusies meer. Ook zij zullen “gedaan worden.” Maar zover komt het hopelijk nooit, waardoor het boek een “open eind” lijkt te krijgen.

Is het ongepast hierbij te denken aan de Jiskefet-sketch met de proleten Johnny en Willy (Michiel Romeyn en Kees Prins) die onder bedreiging van een winkeldame een boek aanschaffen dat beslist geen open einde mag hebben? Kort erna komen ze de boekhandel verruïneren omdat het gekochte boek wèl een open eind bleek te hebben.

Het kan niet anders of Judas wordt een film of toneelstuk. Michiel Romeyn zou daarin een uitstekende Willem H. kunnen neerzetten.

Voor het eerste gepubliceerd op De Leesclub van Alles