Woensdag, 25 september, 2019

Geschreven door: Hameleers, Marc
Artikel door: Weterings, Vera

Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703

Kaartboeken van Amsterdam

[Recensie] Het kaartenboek van Amsterdam 1559-1703 is het vierde deel in een reeks uitgaven over kaarten. In de reeks verschenen in 2013 de boeken Kaarten van Amsterdam 1538-1865 en Kaarten van Amsterdam 1866-2012 en in 2015 het boek Gedetailleerde Kaarten van Amsterdam. Deze drie delen bevatten een topografisch overzicht van de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam door de eeuwen heen. In dit vierde deel, Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703, staan de achttien kaartboeken centraal die het Stadsarchief Amsterdam bewaart. De boeken werden gemaakt in opdracht van de gemeentelijke overheid en door de regenten van het Sint-Pietersgasthuis, het Burgerweeshuis, het Huiszittenhuis en het Leprozenhuis. De kaartboeken omvatten maar liefst 641 kaarten die het grondbezit van de vijf hierboven genoemde organisaties tonen.

Het boek is verdeeld in een achttal hoofdstukken, waarvan drie inleidende en vijf die betrekking hebben op de vijf Amsterdamse organisaties die een of meerdere kaartboeken samenstelden. Het eerste hoofdstuk geeft een beeld van wat een kaartboek is en wat hun rol was. Het plaatst de Amsterdamse exemplaren in een landelijke context. Zo wordt in dit hoofdstuk duidelijk dat de Amsterdamse kaartboeken in een bredere traditie passen. Jarenlang onderzoek naar prekadastrale kaartboeken resulteerde in een lijst van ongeveer 350 bekende exemplaren. Verder wordt in dit hoofdstuk ook aandacht besteed aan een definiëring van de kaartboeken en een uitgebreide typologie, waarbij verschillende soorten kaartboeken en opdrachtgevers beschreven worden. De lezer leert in dit hoofdstuk dat het verschil in typen kaartboeken samenhangt met de verschillende redenen waarvoor de boeken werden samengesteld. Verder is er aandacht voor de geografisch spreiding van het voorkomen van de kaartboeken in Nederland en wordt er ook naar de temporele spreiding gekeken. In deze uitgebreide inleiding wordt ook de opbouw van de kaartboeken onder de loep genomen, evenals een analyse van de cartografische weergave en de tekenstijl van de landmeters. Vervolgens krijgt de lezer in het tweede hoofdstuk een beeld van de cartografie van de Amsterdamse kaartboeken en in het derde hoofdstuk behandelen de auteurs de fysieke toestand van het genoemde achttiental kaartboeken. Er wordt dan specifiek ingegaan op onderwerpen zoals papierherkomst, banden, schades en restauraties. Dit is een invalshoek die nooit eerder aan het fenomeen kaartboeken gegeven werd.

Na deze inleidende hoofdstukken volgen vijf hoofdstukken die dieper ingaan op de vijf organisaties die de kaartboeken uit de collectie van het Stadsarchief Amsterdam samenstelden. Elk van deze hoofdstukken is in drie delen opgebouwd, startend met een algemene historische inleiding op de organisaties die een of meer kaartboeken lieten vervaardigen. Hierna worden alle bladen die in de kaartboeken opgenomen zijn beschreven, het gaat om titelbladen, kaarten, ontwerpen, topografische tekeningen, teksten en registers. Tot slot is er aandacht voor wat de kaarten interessant maakt voor het historisch onderzoek.

De kaartboeken uit de collectie van het Stadsarchief werden in de periode van 1559 tot 1703 samengesteld. De landerijen die zij in bezit hadden werden verhuurd en met de pacht die dit opleverde, konden wezen en zieken worden verzorgd. Omdat de huur afhankelijk was van de oppervlakte, werden de percelen gemeten en getekend. Ze waren echter niet afdoende voor de rentmeester omdat niet ieder stuk land op zijn inningstochten te vinden was; sommige lagen wel vijftig kilometer buiten Amsterdam. Daarom werden de percelen op kaarten in hun omgeving gelokaliseerd. Juist die topografische informatie is voor de geschiedenis van het grootste belang. Vaak tonen ze de oudst bewaarde afbeeldingen die we kennen. Deze afgebeelde topografie is wat de kaartboeken voor historisch onderzoek van groot belang maakt. Zo zijn op de getekende kaarten waterlopen en oeverbebouwing, bruggen en overhalen, begraafplaatsen, buitenplaatsen, molens, poorten, herbergen en heel wat boerderijen afgebeeld. Ook zien we tientallen dorpskerken buiten de hoofdstad. De hoogste financiële ambtenaren van de stad en de regenten van de vier instellingen beoogden met de kaartboeken meerdere doelen. Naast een inzichtelijke administratie moest de rentmeester voor inspecties en het innen van de pacht de weg naar de percelen kunnen vinden. Daarnaast hadden de grotere kaartboeken ook een representatief doel. Ze lagen in bestuurskamers waar de regenten ‘door hun bezit konden bladeren’. Veel  kaartboeken zijn daarom buitengewoon fraai geïllustreerd. Dit alles te samen maakt dat de kaartboeken behoren tot de topstukken van het Amsterdamse culturele erfgoed.

Technisch Weekblad

Vanwege de kwetsbaarheid van het materiaal worden de kaarten zelden tentoongesteld. Ter gelegenheid van de publicatie van Kaartboeken van Amsterdam 1559-1703 is een selectie van de kaarten tijdelijk te zien in de Schatkamer van het Stadsarchief. Daarnaast zijn voor de lezer van het boek enkele honderden kaarten en details blijvend – soms paginagroot – afgebeeld. Op deze manier biedt het een rijk geïllustreerde introductie op de kaarten. Deze kaarten zijn ware juweeltjes met prachtige details van bolwerken tot dorpskernen met kerken en van lijnbanen tot overtomen. Daarnaast wordt in het boek ook de geschiedenis van de kaarten uitgebreid beschreven. Al met al een prachtig illustratief en informatief naslagwerk over de kaartboeken uit de collectie van het Stadsarchief Amsterdam.

Eerder verschenen op Hereditas Nexus