Vrijdag, 9 oktober, 2020

Geschreven door: Feuth, Thijs
Artikel door: Verplancke, Marnix

Kafka is dood

Grandioze filosofische spielerei

De eerste zinnen

“Botten, vlees en haar. Vooral dat laatste, heel veel haar.”

Recensie

Franz Kafka’s klassieke verhaal De gedaanteverwisseling begint ermee dat Gregor Samsa op een ochtend wakker wordt en verbijsterd vaststelt dat hij veranderd is in een kever. Hoe dat in zijn werk is gegaan en wat hij daarbij dacht en voelde, kom je nooit te weten. Misschien wel doordat Kafka in een tijd leefde waarin men zich weinig vragen stelde bij lichamelijke veranderingen, dacht de Nederlandse schrijver en arts Thijs Feuth, maar vandaag ligt dat wel even anders. Vandaag putten we onze identiteit zowel uit wie we zijn als uit wat we denken. En dus schreef hij Kafka is dood, een roman waarin hij bijna tweehonderd pagina’s lang een mens in een hond laat veranderen en daarbij het geestelijke menigmaal in conflict laat komen met het lichamelijke.

Boekenkrant

JP woont aan de Ierse Westkust, samen met de hond Kafka die op een dag voor zijn deur zat en nooit meer wegging. Zijn naam dankt Kafka aan het wat gammele geluid dat hij voorbrengt, “kaf-kaf” in plaats van “waf-waf”. Maar dan wordt Kafka ziek en sterft. JP is er het hart van in, slaapt een etmaal lang en wordt wakker als een ander mens. Voortaan ligt hij graag op Kafka’s dekentje voor de tv en struint hij regelmatig wat wezenloos door het huis. JP wil niet langer een mens zijn omdat die mens opgesloten zit in een doorgeslagen gemeenschapszin terwijl hij juist uit is op vrijheid, en dus wordt hij een hond. Al wil het lichaam aanvankelijk niet echt mee, merkt hij na het verorberen van een rauwe maaltijd die hem twee dagen koorts en misselijkheid oplevert.

Feuth schrijft bijzonder melodieus en laat zijn zinnen elegant over het papier walsen, waarbij hij net zo frivool omspringt met zijn ideeën. Hij gaat aan de haal met Diogenes en Descartes, voorziet ieder hoofdstuk van een grandioos grappige uitspraak van Franz Kafka zelve en laat JP ontdekken dat er op Amazon t-shirts verkocht worden met het opschrift “I’m a dog trapped in a human body”, en dat die uitverkocht zijn. Is hij dan toch niet alleen?

Kafka is dood is enerzijds een grandioze filosofische spielerei, maar het is ook een boek dat serieuze vragen stelt over wat identiteit precies is. En over de mens in de hond natuurlijk, en omgekeerd.

3 vragen aan Thijs Feuth

Een terugkerend thema in je boeken is de spanning tussen de mens als gemeenschapsdier en zijn drang naar individuele vrijheid. Je bent zelf een naar Finland uitgeweken Nederlander die ook een tijdje in Afrika heeft gewerkt. Het lijkt me daarom een persoonlijk thema te zijn?

Feuth: “Ik denk inderdaad dat het escapisme en de cynische afkeer van de maatschappij die uit mijn boeken opklinkt een rode draad vormt in mijn leven. Ik wil me niet aan de maatschappij onttrekken, maar ik heb ook de neiging niet om erin te verdwijnen. Toen ik pas in Finland was, ervoer ik een enorme vrijheid. Het drukke Nederlandse leven viel van me af en dat voelde goed. Mijn vrouw en ik hebben net een dochtertje en we vragen ons af hoe het nu verder moet. Moeten we in het zuiden van Finland blijven, waar we nu wonen, of moeten we terug naar Lapland, waar we vroeger woonden? Of wordt het toch weer Afrika? Dat blijft spelen.”

Je bent arts. Daardoor kun je je toch nooit helemaal aan de gemeenschap onttrekken?

Feuth: “Geenszins inderdaad. En dat sociale gegeven komt mijn praktijk ook ten goede. De tijd dat een arts iemand was die lichamen opkalefaterde is voorbij. We zitten vaak met een individuele behoefte van een patiënt die los staat van het pure lichamelijke. Veel van mijn werk heeft te maken met oudere mensen, met een verminderde weerstand, die daardoor vatbaarder zijn voor ziekte. Onze maatschappelijke regels zijn dan niet meer vanzelfsprekend, omdat die mensen klaar zijn om afstand te nemen van het leven. Ik wil daar als arts bij helpen en daarom informeer ik bij mijn patiënten ook naar hun algemeen welbevinden, en niet alleen naar wat hen fysiek scheelt. Het gaat over zingeving, denk ik.”

Net als je boek natuurlijk, dat me een filosofische zoektocht lijkt naar wat het betekent om een mens met een lichaam en een geest te zijn. Wat heb je uiteindelijk uit die zoektocht opgestoken?

Feuth: “Het boek in wording is met me meegereisd, de halve wereld rond. Het is daardoor een filosofische landkaart van mijn eigen leven geworden, van de zaken die ik belangrijk vind en de wijze waarop ik mijn leven wil inrichten. Het cynisme van JP zit in iedereen, denk ik, als middel om maatschappij en individu in evenwicht te houden. En dus ook in mij, en daar is niets fouts aan.”

Eerder verschenen op Knack