Zondag, 20 december, 2020

Geschreven door: Saramago, José
Artikel door: Groot, Ger

Kaïn

De anti-held Kaïn is rechtvaardiger dan God

[Recensie] Bijna twintig jaar geleden parodieerde de latere Nobelprijswinnaar José Saramago het Nieuwe Testament in zijn roman Het evangelie volgens Jezus Christus. Dat leverde veel rumoer op en liep uit op Saramago’s vertrek uit Portugal naar het eiland Lanzarote. Maar Het evangelie volgens Jezus Christus is zijn beste boek gebleven. Speels, humoristisch en snijdend fileert Saramago daarin de verhalen waarin het christendom zijn oorsprong vindt. Veel blijft er niet over van de getuigenis van liefde en mensenzorg die de kerken er altijd in hebben willen lezen. Eerder ziet Saramago in de evangelieverhalen een boosaardige god die de mensen koeioneert en de zwaksten slachtoffert.

In de laatste roman die Saramago kort voor zijn dood, enkele maanden geleden [2010/red.], voltooide keert hij opnieuw naar de Bijbel terug. In Kaïn wil hij het Oude Testament ontmaskeren. Ook hierin ontdekt Saramago een doorlopend verhaal van geweld, onrecht en geestelijk knechtschap, uitgeoefend door een kwaadaardige knorrepot die in misdadigheid alles overtreft wat je kan bedenken.

Net als in veel van zijn andere romans laat Saramago zich daarbij leiden door een hoofdfiguur die haaks staat op de wereld waarin hij te leven heeft. Kaïn, die na de moord op zijn broer Abel in de Bijbel snel uit zicht verdwijnt, groeit bij Saramago uit tot een anti-held: scherpzinniger, eerlijker en rechtvaardiger dan God zelf. Tijdens zijn omzwervingen raakt Kaïn verzeild in een reeks sleutelepisodes uit het Oude Testament, waarvoor Saramago hem kriskras door de tijd laat reizen. Steevast ontdekt Kaïn dat God daarin de aanstichter is van alle kwaad. Uiteindelijk valt het boek uiteen in een reeks tragikomische episodes, geïnspireerd op hoogtepunten in het Oude Testament: ironisch genoeg precies de ‘bijbelse geschiedenissen’ die in de katholieke cultuur de lezing van het hele boek moesten vervangen.

Ook bij Saramago blijft negentig procent van het Oude Testament uit zicht. Voor zijn boodschap maakt dat niet veel uit. Dat de oudtestamentische verhalen ons vandaag de dag voor nogal wat morele problemen plaatsen heeft Saramago goed gezien. Maar nieuw kun je dat inzicht anno 2010 nauwelijks noemen. Het rumoer dat twintig jaar geleden bij Saramago’s evangelieparodie nog opklonk, bleef deze keer dan ook uit.

Trouw

Dat er intussen nogal wat veranderd is in het debat over religie, lijkt te zijn voorbijgegaan aan de man die ervan overtuigd was dat onderdrukking daarvan een einde zou maken aan alle oorlog. Een dergelijk simplisme moet Saramago ook parten hebben gespeeld bij zijn bijbelkritiek. Vergeleken met wat theologie en exegese al te berde brachten, steekt zijn ironisch-letterlijke lezing banaal af.

Dat betekent niet dat Kaïn een literaire mislukking moest worden. Maar door een herhalingsoefening te maken van Het evangelie van Jezus Christus haalde Saramago elke verrassing weg. Des te pijnlijker maakt het zichtbaar hoe sleets zijn verteltechniek is geworden. Het effect van de droge commentaarstem waarmee hij in zijn evangelieboek elke hoogdravendheid ontnuchterde, is na 15 romans uitgewerkt. Met Kaïn dooft zijn schrijverschap als een nachtkaars.

Eerder verschenen in NRC