Woensdag, 12 juli, 2017

Geschreven door: Steen, Paul van der
Recensie door: Palm, Jos

Keurkinderen

Oefencentra voor de nieuwe mens

Ze waren was van een oneindige knulligheid, de twee elitescholen die de nazi’s in Nederland stichtten. Met het kweken van de Übermensch wilde het er dan ook niet zo vlotten, blijkt uit het boek van Paul van der Steen.

[Recensie] Welbeschouwd gaat het alleen nog om voetnoten bij het werk van Loe de Jong. Zo beschreef Hans Blom ooit de toekomst van de oorlogsgeschiedschrijving in een interview in het Historisch Nieuwsblad. Hij deed dat in alle onbescheidenheid hem eigen, want de vooruitgang van de wetenschap hing af van detailonderzoek. Niet in het grote verhaal, maar in de kleine verhalen zat de waarheid over de oorlog verstopt. Kijken waar De Jong niet verder keek, werd de opgave voor een hele nieuwe generatie, want daar was te vinden wat we nog niet wisten.

Eén zo’n plek, die bij De Jong inderdaad niet meer is dan een voetnoot, is de verwerkelijking van Hitlers droom van stoere jongens en frisse meiden. De beperkte realisatie van die droom hier te lande is het onderwerp van het boek Keurkinderen, een journalistiek opgeschreven studie naar Hitlers elitescholen in Nederland van Paul van der Steen, historicus, biograaf van oud-premier Jo Cals en recensent van Trouw. De vraag is natuurlijk of ook bij dit onderwerp van een waarachtige voetnootachtige statuur de wet van Blom opgaat. Anders gezegd: leren we iets van Hitlers knapenkweeklust en meidenbemoederij als we het bekijken op de vierkante millimeter?

Het verhaal van de elitescholen in ons land is gauw verteld. Het begon met een mislukt probeersel, en het vervolg was al niet veel beter. Zegge en schrijve twee oefencentra voor de nieuwe mens van de nieuwe tijd werden in ons land tot stand gebracht: een voor meisjes in Heythuysen, en een voor jongens in Valkenburg. Geheel indachtig het motto van de Führer dat het Derde Rijk geen ’inschikkelijke en buigzame veelweters’ nodig had, werd er vooral aan beweging gedaan.

Pf

De meisjes volksdansten en breiden, de jongens marcheerden, renden, en deden ’moedproeven’ als van een dak springen (voor boksen en schermen, Hitlers favoriete sporten, ontbraken de voorzieningen). Vanzelfsprekend werd er ook aan ’Germaanse cultuuroverdracht’ en ideologie gedaan. Maar wat wel eens gezegd is over Mussolini’s fascisme lijkt ook op te gaan voor Hitlers Germanen in korte broek en rok. Het lichaam is alles, zelfs de geest kan getraind alsof het een bundel spieren is. Dat is de gedachte. Sterke jongens en baargrage meisjes kweken; veel meer – men vergeve de woordspeling – lijkt het allemaal niet om het lijf te hebben gehad.

Voor de duidelijkheid: Van der Steen beschrijft niet zozeer de ideologie maar veeleer de praktijk van de elitescholen. Die was vanuit naziperspectief gezien treurig. De Duitsgezinde leiding moest zich behelpen met voormalige kloostergebouwen, waar alle hakenkruisen en Führerportretten ten spijt de roomse geur niet zomaar verdwijnen wilde (elke pater had dat de nazi’s kunnen uitleggen, maar hun goddeloze oren wilden dat natuurlijk niet horen).

Dan was er ook nog, zeker rond de stichtingsinitiatieven, het gezeur van NSB’ers die zich net meer vaderlander dan Germaan voelden en daarom niet flink mee stapten, maar mee hobbelden. En er was altijd een gebrek aan middelen en goede leiding – de meisjes hadden bijvoorbeeld de pech te worden opgescheept met de hysterische freule Julia op ten Noort, die een intimus was van Himmler (’lieve Juul’ zo begon hij zijn briefjes aan haar).

Na lezing van Van der Steens boek blijft de lezer achter met een gevoel van medelijden. Allereerst met de jongens en meisjes die de rotzooi over zich heen kregen en daar na de oorlog vaak nog allerlei ellende van ondervonden – enkelen haalden het einde niet eens en kwamen om als putjesgraver aan de Siegfriedlinie. Meer algemeen geldt het medelijden de oneindige knulligheid van de elitescholen hier te lande. Wat een gepruts, wat een amateuristisch gefröbel, dat nazisme, denk je onwillekeurig.

En precies daar zit het ongekend troostrijke van dit boek. Hitler had, erg genoeg, de invulling van zijn negatieve ideaal – het uitroeien van de Untermensch – voor elkaar; maar met het kweken van de Übermensch, zijn positieve ideaal, schoot het in Nederland althans niet echt op. Zou dat gegeven misschien symptomatisch zijn voor het nationaalsocialisme, die belangrijke vraag blijft vanzelf over na kennisname van dit boek over ogenschijnlijk een onbeduidend filiaaltje van het nazisme in een onbeduidend landje.

Eerder verschenen in Trouw