Woensdag, 14 september, 2016

Geschreven door: Keun, Irmgard
Artikel door: Kops, Istvan

Kind van alle landen

Een bijzonder portret van kinderlijke onschuld

[Recensie] Het was in de zomer van 1936 dat in Oostende een aantal auteurs op de vlucht voor het naziregime in Duitsland hun toevlucht zocht. Met uitzondering van Irmgard Keun (1905-1982) waren het allemaal mensen met een Joodse achtergrond. Onder deze schrijvers waren enkele bekende namen, zoals Joseph Roth en Stefan Zweig en hun literaire vruchten uit deze periode werden al snel aangeduid als exil-literatuur. Een ontmoeting tussen Irmgard Keun en Joseph Roth leidde tot een romance en was indirect de aanleiding tot het schrijven van Kind van alle landen.

“De wereld is donker geworden, want het regent en het is oorlog. Oorlog is iets wat komt en alles doodmaakt. Dan mag ik nergens meer spelen en bovendien vallen er dan bommen op mijn hoofd.” Aan het woord is het 10-jarige meisje Kully dat samen met haar moeder in de jaren vlak voor de Tweede Wereldoorlog door Europa van hotel naar hotel trekt. Zij zijn in de verschillende hotels in afwachting van Peter, de vader van Kully, een drankzuchtige en constant naar werk zoekende schrijver. Hij gebruikt ze letterlijk als onderpand, omdat hij zelden of nooit het geld heeft om de hotelrekeningen te betalen. Deze vader zal de lezer wellicht doen herinneren aan Joseph Roth, wiens talent en belangstelling voor zelfdestructie eveneens sterk aanwezig waren.

Door voor de stem van een tienjarig meisje te kiezen om de dreigende nadering van de Tweede Wereldoorlog te beschrijven, doet Irmgard Keun een erg slimme zet. Juist door de kinderlijke onschuld en onbevangenheid van Kully word je als lezer gedwongen om zelf bepaalde gebeurtenissen in te kleuren en conclusies te trekken. Kully weet zelf ook dat ze als kind nog te weinig intellectuele vermogens heeft om zelf conclusies over bepaalde onderwerpen te trekken. Dat maakt het boek op momenten zowel ontwapenend als confronterend. Zo zegt ze bijvoorbeeld over Hitler: “Als ik volwassen ben hoor ik wel wat er niet aan hem deugt.” En hoewel ze genoeg redenen heeft om een negatief oordeel te vellen over haar rondzwervende ouders, is ze zeker niet van zins haar ouders af te vallen. Ze vertrouwt als elk kind van haar leeftijd zelfs bijna blindelings op hen. De aanpak van Irmgard Keun pakt zo wonderwel effectief uit, want de waanzin van de jaren waarin ze leeft wordt door de kinderlijke blik van Kully extra voelbaar en tastbaar.

Het maakt het lezen van Kind van alle landen tot een bijzondere ervaring. Zelden zal de naderende dreiging van de Tweede Wereldoorlog zo bijzonder zijn verwoord. Door de lichtvoetige en onbevangen toon vergeet je als lezer soms bijna de dreiging die over deze donkere jaren moet hebben gelegen om daarna des te sterker tot het besef te komen welke vreselijke consequenties en onzekerheden dit tijdperk voor zoveel mensen moet hebben ingehouden.

Boekenkrant

Eerder verschenen op Hebban