Vrijdag, 11 oktober, 2019

Geschreven door: Adam, Olivier
Artikel door: Nooij, Marjon

Kliffen

Het gewicht van de doden

“Het is mijn jeugd en een ander heb ik niet”
Henri Calet

“Eigenzinnige boeken die een plezier zijn om te lezen vanwege hun verfijnde stijl en hun superieure vertaling” , staat er te lezen op de site van Uitgeverij Vleugels.Ā Tja, daar word ik bijzonder nieuwsgierig door gemaakt en wanneer ik dan ook nog lees dat een aanzienlijk deel van het fonds bestaat uit de zogenaamde ‘Franse reeks’, begint mijn francofiele hart sneller te kloppen.

Kliffen is er Ć©Ć©n van, een hartverscheurende coming of age-roman van een jeugd waar de basis uit verdwenen is.Ā In navrant en droefgeestig, maar wonderschoon proza vertelt de ik-verteller – pas ruim halverwege het boek komt de oplettende lezer te weten wat zijn naam is – zijn schrijnende verhaal. Een onthecht leven achter de rug hebbende, zit hij ’s nachts op het balkon van kamer 103 – zijn vrouw en dochtertje liggen te slapen – van hotel Des Corsaires in Ɖtretat. De plek waar hij twintig jaar geleden, met zijn ouders en oudere broer Antoine een korte vakantie zou spenderen, een vakantie die anders is verlopen dan de planning was. Hij probeert de voorgaande jaren te reconstrueren.

“Ik ben eenendertig jaren mijn leven begint net. Ik heb geen kindertijd gehad, en vanaf nu neem ik genoegen met willekeurig welke kindertijd. Mijn moeder is dood en al mijn dierbaren zijn verdwenen. Het leven heeft tabula rasa gemaakt, een lege tafel waaraan Claire en ik hebben plaatsgenomen en waar ChloĆ© is aangeschoven met een lief lachje rond haar mond.”

De gelaagdheid zit hem in de sprongen in de tijd. Het steeds terugkijken naar de gebeurtenissen in de twintig jaren die achter hem liggen.

In hun woning in een van de grauwe buitenwijken van Parijs, ziet hij zijn moeder ’s nachts in nachtpon en op blote voeten het huis verlaten, om na een paar uur verkleumd weer terug te komen. Ze kruipt bij haar jongste zoon in bed, waarop hij opgelucht weer in slaap valt. Wanneer hij er getuige van is dat zijn moeder doelbewust een heet strijkijzer op haar hand zet, wordt ze zes weken opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Als ze haar na die tijd ophalen, reist het gezin voor een paar dagen naar Ɖtretat, maar moeder wil niet naar buiten en mee naar het strand. In de derde nacht slapen hij en zijn broer Antoine op het balkon en is hij er getuige van dat zijn moeder een laatste stap neemt en in het donker omlaag valt van de kliffen, om bij eb weer aan te spoelen.

In totale ontreddering blijven de andere gezinsleden achter. Hij is dan elf jaar en van de tijd ervoor herinnert hij zich niets. Na haar allesbepalende dood heeft hij heel lucide dromen, waardoor hij het gevoel heeft dat ze altijd bij hem is.

“Mijn moeder nam er genoegen mee ’s nachts achter mijn oogleden te leven en te sterven, verdronken of begraven in het zand. Ze bleef maar aan me verschijnen in een nauwelijks waarneembare maar onmiskenbare flits, een klein, bleek en wazig spook, als ik de keuken binnen kwam, de woonkamer of de slaapkamer. Ik meende haar echt te zien. Ik knipperde met mijn ogen en dan verdween ze weer, slechts een hartverscheurende herinnering achterlatend, de wrede teleurstelling die volgt op een luchtspiegeling.”

De grimmige tijd na de uitvaart laat echter diepe sporen na. Familie laat het afweten en zijn vader transformeert tot een ware tiran. Jarenlang hebben de jongens als een dief in hun eigen huis rondgeslopen, met het gevoel dat ze zelfs bijna niet konden ademhalen.

De twee onafscheidelijke jongens voelen zich in hun huis niet veilig meer, verlaten het huis en vluchten uiteindelijk in hun eigen lethargie op zoek naar troost, warmte en een stem. Een wereld vol drank, joints, seks, muziek, vrienden en nog meer gevallen van zelfmoord en verlies…….uiteindelijk raakt hij iedereen kwijt. Zijn grootste geluk is de ontmoeting met Claire, die hem een reden geeft om voor te leven.

De verteller in dit boek zou een onbetrouwbare ik-verteller kunnen zijn. De vele nare gebeurtenissen zouden zijn beeld gekleurd kunnen hebben, vooral in de perioden dat het psychisch niet goed met hem ging. Toch ben ik van mening dat het in dit verhaal van generlei belang is om te weten wat wel en wat niet waarheidsgetrouw zou zijn. De jeugd van de ik-verteller was overduidelijk een onzekere, eenzame en hartverscheurende periode, maar hij is er in geslaagd om in een magnifieke schrijfstijl de gebeurtenissen te schetsen en te documenteren.

Het verhaal grijpt je absoluut bij de strot, vooral door de wetenschap dat er nog veel verborgen leed huist achter andere voordeuren. Hoe uitzonderlijk knap om in een dergelijk poƫtische en subtiele stijl dit schrijnende verhaal te schrijven, zonder dat het druipt van sentimentaliteit.

De belofte van de uitgever dat ik een eigenzinnig boek zou lezen dat een plezier is om te lezen vanwege een verfijnde stijl en een superieure vertaling is hiermee meer dan uitgekomen. Een juweeltje!

“Ik ben eenendertig jaar en lange tijd was in leven blijven voor mij een dagvullende bezigheid, een programma, een horizon. Een schijn van evenwicht behouden. Niet uit elkaar vallen of in tranen uitbarsten. Niet inzakken, me niet op een dwaalspoor laten brengen door hen die voortaan ver van me zijn, met wie ik ooit verbonden was en die nu op me drukken.”

Over de auteur

Olivier Adam (1974) debuteerde in 2000 met Je vais bien, ne tā€™en fais pas, dat ook werd verfilmd. Sindsdien schreef hij twaalf romans en een tiental jeugdboeken. Oliviers verhalen spelen zich vaak af in de banlieue, waar hij zelf is opgegroeid.

Adam is als schrijver beĆÆnvloed door Amerikaanse auteurs als Raymond Carver en John Fante, en van Franse bodem Annie Ernaux, Patrick Modiano en Philippe Djian. Zijn roman Kliffen werd genomineerd voor zowel de Prix MĆ©dicis als de Goncourt. [Bron. uitgeverijvleugels.nl]

Eerder verschenen op metdeneusindeboeken.nl