Woensdag, 10 juli, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Nooij, Marjon

Korte verhalen uit de Middeleeuwen

Verhalen van een nieuwsgierige en ‘lastige’ leerling

[Recensie] Nadat Uitgeverij Historische Verhalen – opgericht door Rik van der Vlugt in 2015 – eerder al verhalenbundels heeft uitgegeven, zoals onder andere Korte Verhalen uit de Oudheid en Korte Verhalen uit Gouden Eeuw, is er voor deze nieuwste bundel gekozen voor een iets andere opzet.

Wat hetzelfde is gebleven is dat het boek wederom korte verhalen bevat, negenentwintig om precies te zijn, maar ditmaal zijn alle verhalen geschreven door Ă©Ă©n en dezelfde auteur, namelijk Paul Christiaan Smis. De verhalen zijn gebaseerd op waargebeurde feiten uit de Middeleeuwen, die ongeveer de periode van 500 tot 1500 na Chr. beslaan. De ‘twist’ die aan elk verhaal is gegeven, is het fictieve deel dat de auteur door de feitelijkheden heeft verweven in zijn verhalen. Om het spannend en afwisselend te houden voor de lezer, heeft de redactie ervoor gekozen om de chronologische volgorde in tijd los te laten. Smis heeft een fijne pen, schrijft heldere proza in prachtige zinnen en levendige dialogen.

Smis is al vanaf zijn schooltijd gefascineerd door de Middeleeuwen. Dat werd destijds aangewakkerd door een argeloze geschiedenisleraar die beweerde: “De Middeleeuwen, dat was een duistere periode, daar weten we niet veel van.”

Dat had hij beter niet kunnen beweren, want Smis herkende hierin direct de uitdaging om de leraar ‘lastig te vallen’ met allerlei vragen, waar de beste man het antwoord op schuldig moest blijven. Toch wel gĂȘnant voor iemand die geschiedenis al hoofdvak heeft gekozen in de studie na de middelbare school en dit vak nu zelf doceert. Smis werd gebombardeerd tot lastig, waardoor deze leergierige leerling verder verstoken bleef van aandacht tijdens de geschiedenislessen.

Omdat hij toch een grote en aanhoudende behoefte voelde om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen en kennis te vergaren, ging de auteur gedreven op onderzoek uit. Zijn oordeel kan hij eerlijk gezegd niet delen met die leraar, want:

“Ik begrijp inmiddels dat het wel meevalt met dat ‘duistere’. De wijze waarop kennis werd vergaard, doorgegeven en zelfs opnieuw werd ontdekt, vind ik bijna sprookjesachtig mooi. De periode[…] was niet een tijd van verval. Natuurlijk, er was soms chaos of achteruitgang, maar de middeleeuwen kenmerkten zich voornamelijk door veerkracht en groei. Het is fascinerend om te zien hoe er, na het afbrokkelen van de oude gemeenschappen, heel nieuwe vormen van samenleven ontstonden. De middeleeuwse kunstuitingen, de wijze van bouwen en de uitvindingen waren ronduit indrukwekkend.”

Dit boek laat ook deze keer weer ervaren dat de ingenieuze mix van feiten & fictie een zeer leuke manier is om geschiedenis te lezen en er de nodige feiten van op te steken. We reizen achterop de fiets (paard en wagen, te voet, of op het paard) van de auteur mee over het Europese continent, van noord naar zuid, van oost naar west en door de duizend jaar die liggen tussen 500 en 1500 na Chr.

De 14 pagina’s tellende inleiding is verzorgd door Peter Hoppenbrouwers van de Universiteit Leiden, sectie Middeleeuwse Geschiedenis. Hij beschrijft op een heldere wijze hoe deze periode is opgebouwd en trakteert de lezer op een zeer informatief en interessant college.

In een interview met Hebban verklapt Smis hoe zijn schrijverschap in zijn werk gaat.

“Mijn inspiratie gaat als volgt: ik lig in bed of ik zit in bad, ik ben volkomen ontspannen. AssociĂ«ren gaat als vanzelf, de ideeĂ«n stromen binnen. Ik doe er niets voor en laat alles gewoon op me afkomen. Na een tijdje half dromend voor me uit te kijken, spring ik plotseling overeind en mompel in mijn baard: “Dat is het, dat moet ik opschrijven.” Als ik eraan gedacht heb, ligt er een opschrijfboekje klaar en als ik onvoorbereid was, moet ik rennen naar mijn toetsenbord, anders vergeet ik de inval weer. Dat moet er soms gĂȘnant uitzien.”

Doordat Smis zelf in de hand heeft gehad welke personen en handelingen hij op het toneel van een feitelijke gebeurtenis laat verschijnen, zijn de verhalen verrassend met hier en daar een komische noot achter een traan. Zo lezen we in het verhaal Bericht uit Tolosa, dat zich in Damascus afspeelt in het jaar 721:

“‘Papa?’
‘Ja, lieverd.’
‘Heeft Abdul straf verdiend? Hij heeft een hele stad zoekgemaakt.’
Yazid wierp een vernietigende blik op zijn vizier.’ Ja, mijn lieve geschenk uit de hemel, hij heeft een flinke straf verdiend.’
‘Papa, als je die man gaat straffen, mag ik dan daarna met zijn hoofd spelen?'”

De Grote Pestepidemie – de Zwarte Dood – die vanaf 1346 heel Europa in zijn greep hield en, met een voorzichtige berekening, zeker een derde deel van de bevolking van het continent het leven heeft gekost, wordt opgevoerd in De preek. Onze hoofdstad – Aemstelredamme – gaat gebukt onder de besmetting, die als actualiteit een hele kerkdienst behelst. De preek klinkt, naar de hedendaagse maatstaven, angstaanjagend en verre van opbeurend voor de gemeente.

“Met deze pestilentie, die veel vrienden en geliefden treft, en die ook elk moment ieder van jullie kan neermaaien, zoals een zeis een korenhalm neer maait, protesteert de Almachtige tegen jullie zondige gedrag. Maria Magdalena, wiens gedenkdag wij vandaag vieren, was minder zondig dan jullie, en bij haar waren, zoals de apostel Lucas ons leert, wel zeven duivelen uitgedreven.”

Wat zijn er bijvoorbeeld nog meer aan onderwerpen te verwachten: De Honderdjarige Oorlog van 1337 tot 1453, de christelijke kruisvaarders in de dertiende eeuw, Otto I de Grote, die keizer was van Het Heilig Romeinse Rijk en een thuiswedstrijd voor mijzelf met het verhaal over Floris V, graaf van Holland en Zeeland, die jarenlang oorlog heeft gevoerd om West-Friesland onder zijn gezag te krijgen.

De cover verdient absoluut ook aandacht. Er is voor een werk gekozen, uit de collectie van het Rijksmuseum, van een onbekende schilder, met de titel De heren van Montfoort, gedateerd omstreeks 1400.

Wat het geheel een extra waarde geeft, is dat elk verhaal wordt afgesloten met een verantwoording van de historische feiten. Zo wordt helemaal duidelijk welk stukje geschiedenis gebruikt is als decor en wat de fictie is die is toegevoegd. Als tip kan ik meegeven dat het soms ook handig kan zijn om vooraf de historische verantwoording te lezen, in plaats van naderhand. Op die manier kom je voorbereid het podium op en komt het geheel meteen duidelijk op je netvlies.

Het is weer ruim 300 pagina’s heerlijk lezen – je waant je direct in de middeleeuwen – en zeer informatief om je kennis aan te vullen of bij te spijkeren. Elke avond voor het slapen gaan een verhaaltje en daar nog een poosje over nadenken. En dan de volgende dag op het internet te zoeken naar nĂłg meer informatie.

Gelukkig zijn we ervan verzekerd dat er een volgende bundel uit zal komen. Half 2019 zal er wederom een bundel uitkomen met novellen van Smis, Marjolijn van Gender en Key Tengeler. Ik kijk er in ieder geval weer naar uit.

Veel dank aan Rik van der Vlugt die het initiatief heeft durven nemen om Uitgeverij Historische Verhalen geboren te laten worden.

Eerder verschenen op metdeneusindeboeken.nl