Donderdag, 8 oktober, 2020

Geschreven door: Hengelaar-Rookmaker, Marleen
Henderson, Roger D.
Artikel door: Veen, Evert van der

Kunst D.V.

(Neo)calvinistische perspectieven op esthetica, kunstgeschiedenis en kunsttheologie

“Toch ben ik niet zo in de greep van bijgeloof dat ik zou menen dat beelden in het geheel niet geduld mogen worden. Omdat beeldhouwen en schilderen gaven van God zijn, wil ik echter graag dat die beide kunsten zuiver en rechtmatig gebruikt worden…”, pagina 19.

[Recensie] Deze opvatting van Calvijn heeft de protestantse traditie in sterke mate beĂŻnvloed. Er is ruimte voor beeldende kunst wanneer die aan bepaalde religieuze criteria voldoet en dienstbaar is aan het geloof in God.

Het boek Kunst D.V. begint met een uitgebreide toelichting op de inhoud. In het eerste hoofdstuk geeft Marleen Hengelaar-Rookmaker een interessant overzicht van kunsthistorische ontwikkelingen vanuit protestants perspectief. In dit korte overzicht komen onder andere Rembrandt en Henk Helmantel met hun religieuze werken ter sprake.

In hoofdstuk 2 wordt de visie van Calvijn onderzocht en hier blijkt dat er in de praktijk toch wel de nodige beperkingen zijn in het gebruik van beeldmateriaal in de calvinistische traditie. Het Woord van God staat absoluut centraal en wordt voornamelijk in menselijke woorden – prediking – uitgedragen. Deze visie leidt ertoe dat het gesproken woord de protestantse traditie in kerkgebouwen en erediensten bepaalt.

Schrijven Magazine

Hoofdstuk 3 staat stil bij wat een neocalvinist kan worden genoemd: Abraham Kuyper, theoloog en politicus. Hij beschouwt het gehele geschapen leven en alle dimensies van ons menselijk bestaan in relatie tot God. Er is niets dat buiten God om gaat, overal is zijn hand te herkennen. In zijn visie op kunst gaat hij terug naar de Griekse kunst waarin schoonheid allesbepalend is. Ook kunst komt uiteindelijk bij God vandaan en daarom “… is het de kunst verlagen en de kunst onderschatten, zoo ge de vertakkingen, waarin de kunststam zich splitst, buiten verband denkt met den wortel, dien alle menschelijk leven bezit in God”, pagina 74.

Door heel het boek heen zijn er mooie beschouwingen over oude kunstwerken. Het boek is niet overal en voor iedereen gemakkelijk toegankelijk. Enige theologische kennis is toch wel een vereiste om alles goed te kunnen begrijpen. Een nadeel van een dergelijke bundel, waarin opstellen van diverse auteurs bij elkaar zijn gebracht, is het gebrek aan duidelijke innerlijke samenhang en eenzelfde wijze van schrijven en benaderen.

Theoloog Wessel Stoker beschrijft de visie van de theologen Gerardus van der Leeuw en Paul Tillich die zich met kunst hebben bezig gehouden. Van der Leeuw had oog voor kunst van niet-westerse religies en Tillich stond open voor seculiere kunst. Stoker komt tot een verhelderende typologie van religieuze kunst:

  • niet-religieuze stijl, niet-religieuze inhoud
  • religieuze stijl, niet-religieuze inhoud
  • niet-religieze stijl, religieuze inhoud
  • religieuze stijl, religieuze inhoud

Voor meer ingewijden is het zeker een waardevolle bundel die een mooi overzicht biedt van de protestantse omgang met – religieuze – kunst.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles