Donderdag, 24 oktober, 2019

Geschreven door: Kooiman, Mirjam
Maciesza, Nathalie
Schuiten-Kniepstra, Renee
Artikel door: Stoel, Jan

Kunstmeisjes

Kies voor ‘slow-looking’

[Recensie] Het ligt ver achter ons. Pierre Janssen die met zijn ‘Kunstgrepen’, tussen 1959 en 1972 op televisie  fantastisch wist te vertellen over kunst. Henk van Os die aan het eind van de jaren negentig met zijn serie ‘Beeldenstorm’ met beelden en verhalen de kunstwerken op een nieuwe manier naar voren wist te brengen. Vertellers pur sang die je kunst deden beleven.

Tegenwoordig zien we Jeroen Krabbé met zijn rode Volvo, en stapels boeken onder zijn armen op zoek gaan naar Picasso of Van Gogh, Onno Blom op iedere plek waar Rembrandt geweest zou kunnen zijn tasje openen om er zijn iPad uit te halen, Diederik van Vleuten altijd maar zeggen ‘Hier zou Leonardo da Vinci’ hebben kunnen zitten. Hierdoor gaan die programma’s irriteren. Opnieuw gaat de tas van Blom open, daar is de volgende reproductie die Krabbé laat zien. We kijken even en dan loopt het beeld alweer door.

Onderzoek heeft laten zien dat bezoekers aan musea doorgaans niet langer dan twintig seconden voor een kunstwerk staan, inclusief het lezen van het kaartje dat bij het kunstwerk hangt. Dat moet toch beter kunnen dachten Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra . De dames zijn kunsthistorica en zeggen dat over vrouwelijke kunsthistorica wat neerbuigend wordt gedaan. Ze worden kunstmeisjes genoemd. Voor het drietal een geuzennaam. Sinds 2016 hebben ze een blog ‘De Kunstmeisjes’.

Bazarow

In hun boek De Kunstmeisjes komen vijftig favoriete kunstwerken van hen aan de orde, werken die tot de vast collecties in Nederlandse musea behoren. In dit boek weten ze de kunstkijker laagdrempelig, in compacte hoofdstukken met aantrekkelijke titels, enthousiast te maken voor kunst. “Ons eigen enthousiasme is ons uitgangspunt: kunst kan ontroeren, ons opnieuw leren kijken, ons versteld doen staan of ons aan het lachen maken.” Kunst ontroert inderdaad. Na lezing van het boek ga je echt anders kijken naar de twee spinnen, ‘Spider Couple’ van Louise Bourgeois (eigenlijk een portret van de kunstenares en haar moeder; Kunstmuseum Den Haag) en krijgt het inpakken van kunstwerken door Christo een andere lading (inpakken betekent ‘dicht bij je houden’).

De Kunstmeisjes is geen boek voor kunsthistorici, maar voor iedereen die kunst beter wil leren kennen. De Kunstmeisjes hanteren een toegankelijke schrijfstijl, verwerken anekdotes in hun beschouwingen, zetten de werken in de context waarin ze gemaakt zijn én – als kers op de taart – leggen ze een verbinding met nu: Rembrandt maakte zelfportretten en de kunstmeisjes verwijzen naar de selfies. Het maakt het boek speels en toegankelijk. Humor is nooit ver weg.

Het boek omvat acht thematische delen voorzien van een prikkelende titel en een korte, maar goede inleiding waarin het thema wordt neergezet en waarin kort de werken waarvoor de dames gekozen hebben aangestipt worden. Zo is het eerste thema ‘de schoonheid van het alledaagse’ . Het bevat een ode aan kunstenaars die ‘het kleine’ groots hebben gemaakt. Zoals het werk ‘Mère’ van Sophie Calle, te zien in Museum De Pont in Tilburg. Het werk gaat over een break-up (typisch iets van deze tijd om Engelse woorden te gebruiken). Met de nodige humor wordt over een naderende breuk geschreven (‘iemand die al weken elke ochtend met spastische kaakbewegingen cruesli staat te vermorzelen’). Er wordt verwezen naar de tv-serie Sex and the City waarin een relatie beëindigd wordt met een post-it. Calle werd zelf ‘gedumpt’ met een e-mail en hing vervolgens de vuile was buiten. Ze vroeg 107 vrouwen de e-mail te analyseren en er commentaar op te even: een advocaat, een clown, haar moeder. Dat werd haar kunstwerk. In het artikel wordt allerlei achtergrond informatie gegeven over Calle en haar kunst. Met deze kennis als bagage ga je zeker langer dan twintig seconden naar dit kunstwerk kijken.

Het boek gaat ook over de rol van vrouwen in de kunst. Hoeveel vrouwelijke kunstenaars kun je opnoemen? Misschien kun je een reeks namen noemen als Marina Abramovic, Yagoi Kusuma, Marlene Dumas en Kara Walker (allemaal opgenomen in het boek) ‘of hoorde je enkel luidruchtig geknisper van krekels inde verte terwijl je hersenen kraakten ‘. Waarom zijn er zo weinig solotentoonstellingen van vrouwen? En hoe zit het met ‘zwarte’ vrouwen in de kunst? Het heeft te maken met de positie van de vrouw die pas de laatste vijftig jaar zo veranderd is. De Guerilla Girls vroegen daar aandacht voor met briefjes in krullige letters geschreven op roze briefpapier. De briefjes zijn zelf kunst geworden. In het hoofdstuk ‘Sexy Mona Lisa’ gaat het over ‘Meisje met de parel’ van Johannes Vermeer. Wie was zij? Was het niet zo dat inde 17e eeuw een openstaande mond stond voor verliefdheid en was de parel geen oorbel? Dat is niet in het artikeltje te lezen. Een andere omissie vind je in ‘Kunst op schoot’, opnieuw zo’n prikkelende titel. Dat gaat over ‘het ei’ van Brancusi. Er wordt veel aandacht gegeven aan de speciale T-vormige sokkel die Stanley Brouwn ontwierp. Maar afgebeeld is de combinatie van de sokkel met het kunstwerk niet. Iets voor de volgende druk.

Er valt veel te genieten in dit boek, dat ook aandacht besteedt aan fotografie en film. Door de extra informatie die gegeven wordt ga je anders, beter kijken. Zo maakte de Belgische kunstenaar David Claerbout een video-animatie met de titel KING. Dat deed hij naar aanleiding van een foto die Alfred Wertheimer in 1956, net voor Elvis Presley’s doorbraak, maakte in het huis dat Presley voor zijn familie gekocht had. Een foto zie je op een plat vlak, maar Claerbout heeft overal gezocht naar foto’s van The King en zijn huid beeldje voor beeldje opgebouwd en van de originele foto een persoon weggehaald. Artistieke vrijheid dus. Maar je komt wel dicht bij The King.

De Kunstmeisjes maken je enthousiast. Hop: Museumjaarkaart mee en kijken naar al dat moois! Kies voor ‘slow looking’, net zoals dat past bij het werk van Maaike Schoorel, die je dwingt langer te kijken. Pas dan kun je nieuwe dingen herkennen. Vertragen dus.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles