Maandag, 26 oktober, 2020

Geschreven door: Water, Sebastiaan
Artikel door: Moll, Puck

Kweekvlees, fake vlees & pizza’s uit de printer

Nat√ļ√ļrlijk eten

Wat zijn anno 2020 de technologische snufjes om maaltijden dier- en planeet­vriendelijker te maken? En staan we wel open voor een insect of vleesvervanger op ons bord? Kweekvlees, fake vlees & pizza’s uit de printer duikt erin.

[Recensie] Van de redactie kreeg ik het boekje¬†Kweekvlees, fake vlees & pizza‚Äôs uit de printer¬†voorgeschoteld. Een ‚Äėboekje‚Äô, omdat de inhoud van dit net honderd pagina‚Äôs tellende schrijfsel prima in twee uur te verteren is, zo bleek naderhand. Hierin vertelt journalist Sebastiaan van de Water over de toekomst van ons voedsel; dat moet sowieso klimaatvriendelijker en ook de roep om diervriendelijkere productiemethodes wint aan volume.

Maar wat zijn eigenlijk de voedzame alternatieven voor dat malse, smakelijke stuk biefstuk? Van de Water duikt daarvoor in de (on)mogelijkheden van insecten, vleesvervangers, kweekvlees, verticale landbouw, microbes en 3D-printers. Weinig van de opgediende technologsche feiten waren echt nieuw voor mij; al ben ik geen leek, ik zie mezelf ook niet als heel goed ingevoerd op dit vlak.

Historisch perspectief

Awater

Voor mij zit de flair van dit boek in het bij elkaar brengen van al die onderwerpen; van kakkerlakfabrieken, via alternatieven voor fetal bovine serum (FBS), de inzet van extrusiemachines voor het juiste mondgevoel, vertical farms die zelf hun zon moeten betalen tot je vastbijten in de potentie van algen. Het is duidelijk dat voor bedrijven het oordeel van de consument doorslaggevend is, ongeacht of ze de technologische uitdagingen kunnen overwinnen en het kostenplaatje op orde krijgen. Eens een keer iets anders dan echt vlees, mij best, zo lijkt de gemiddelde afnemer te denken. Maar dan moet het wel net zo smaken en geen gekke uitsteeksels hebben.

Wat goed werkt, is dat Van de Water de ontwikkelingen her en der in een historisch perspectief plaatst. Zo noemen veel mensen het eten van tegenwoordig ‚Äėonnatuurlijk‚Äô en is voor velen genetische modificatie uit de gratie gevallen (zie hoofdstuk 5 over Spelen met genen; voor de meeste van jullie gesneden koek overigens). Terwijl, zo schrijft de auteur: “Aubergines hadden ooit het formaat van eieren, met stelen vol stekels. Rijpe tomaten waren groen, klein en absoluut niet zoet.” Of zoals bioloog Richard Dawkins het zei: “We eten al millennia niets natuurlijks meer.”

Jammer is dat Van de Water in zijn over¬≠enthousiasme te breed uitwaaiert. Zo komt het hoofdstuk over 3D-printen over als, vooralsnog, √©√©n groot fiasco en sciencefiction-scenario‚Äôs als maaltijdpillen; ach ja, over een ver-van-mijn-bed-show gesproken. Ik had liever gezien dat de auteur zijn al beperkt aantal beschikbare pagina‚Äôs verder had gevuld met relatief realistische scenario‚Äôs voor in 2050 waarin zomaar een mix van de eerder, degelijk, behandelde technologie√ęn elkaar zouden kunnen gaan aanvullen. Nu maakt Van de Water hier in het laatste hoofdstuk slechts een wat al te gemakkelijk begin mee.

Eerder verschenen in C2W