Vrijdag, 23 december, 2016

Geschreven door: NDiaye, Marie
Artikel door: Leppers, Ger

Ladivine

Moraalschets van Franse samenleving met wonderlijk einde

De Franse schrijfster Marie NDiaye, dochter van een Senegalese vader en een Franse natuur‐ en scheikundelerares, debuteerde in 1985, op haar achttiende, overrompelend met Quant au riche avenir. In het maatschappelijk debat laat ze zich regelmatig horen: in 2009, na de verkiezing van Nicolas Sarkozy tot president van Frankrijk, verhuisde zij, uit weerzin tegen ‘s mans vulgariteit en zijn neiging alle maatschappelijke problemen op te lossen met meer blauw op straat, met echtgenoot en drie kinderen van Bordeaux naar Berlijn – twee steden die in haar nieuwe roman een belangrijke rol spelen.

In dat nieuwe boek waagt NDiaye een zeer vermetele worp: één van haar hoofdpersonen verandert aan het eind van de roman in een hond. Nu is de metamorfose al minstens sinds de Latijnse schrijver Ovidius een vaste gast in de wereld van de literatuur, maar doorgaans wordt deze kunstgreep vooral in moralistische of satirische teksten toegepast. Gregor Samsa, de held van Kafka’s meesterlijke verhaal Metamorfose, ontwaakt op een dag als insect zonder dat dit zijn gezinsleden erg lijkt te storen. De conformistische bewoners van het stadje waar Eugène Ionesco’s toneelstuk Rhinocéros zich afspeelt, veranderen de één na de ander in een neushoorn, om niet bij elkaar achter te blijven en uit de toon te vallen.

Wat Marie NDiaye in Ladivine durft en doet, opnieuw in de prachtige taal waarvan zij het geheim bezit, is van een geheel andere orde. Zij neemt de gedaanteverwisseling van haar personage volstrekt serieus, en bereidt die in haar boek ook zeer zorgvuldig voor met toespelingen en vooruitwijzingen. De centrale hoofdpersoon, Malinka, woont met haar man en dochter in het doodse provinciestadje Langon, waar de brede Gironde traag door oneindig laagland stroomt. Elke eerste dinsdag van de maand neemt zij de trein naar Bordeaux om haar moeder, Ladivine (“de goddelijke”), een schoonmaakster in ruste, te bezoeken en wat geld toe te stoppen. Maar verder houdt Malinka haar moeder zo ver mogelijk weg van haar bestaan in Langon: Ladivine weet niet dat Malinka getrouwd is met een arts, dat zij met hem een dochter heeft die eveneens Ladivine heet, en dat Malinka in Langon door het leven gaat onder de naam Clarisse. Na een kwart eeuw huwelijk gaat haar man, die nochtans altijd een voorbeeldig echtgenoot was, bij Malinka/Clarisse weg uit een gevoel van onlust, omdat hij de indruk heeft dat hij haar nooit echt heeft leren kennen. Haar dochter trouwt, verhuist naar Berlijn, krijgt daar twee kinderen.

Die aaneenschakeling van gebeurtenissen vormt het geraamte van deze roman. Marie Ndiaye kleedt het aan met mooie, aandachtige observaties. In twee schitterende bladzijden beschrijft zij hoe Malinka op slag op haar man verliefd wordt wanneer zij hem als serveerster in een café bedient. En over een zwerver die de aandacht van Malinka wil vasthouden, schrijft ze bijvoorbeeld: “Hij praatte vlug en veel, verward ook, waarschijnlijk hopend dat in die vloed van woorden de ernstigste van de taalongerechtigheden waaraan hij zich bij herhaling schuldig maakt verloren zouden gaan, want van zijn eigen taal had hij slechts een vage kennis, doortrokken van rancune en achterdocht, de taal zelf minachtte hem en voerde hem in hinderlagen die uitsluitend bedoeld waren om zijn nietigheid aan het licht te brengen.”

Boekenkrant

De literaire kritiek was in Frankrijk bijzonder over Ladivine te spreken. Maar wie op het internet een kijkje neemt op Franse boekbesprekingssites, ziet dat vele lezers zich daarentegen niet goed raad wisten met Malika’s buitenissige reïncarnatie aan het slot van de roman. Een verhaal over  identiteits‐ en authenticiteitsproblemen, over verantwoordelijkheid voor degenen met wie je je leven deelt, en over de onbestendigheid van het karakter van de mens mag van hen best, maar te geloven in het bestaan, al is het maar op papier, van mensen die in een hond veranderen vraagt nogal wat van de welwillendheid van de lezer. Wat wil de schrijfster zeggen met haar boek: dat alle vormen van leven deel uitmaken van een ononderbroken continuüm, in de ruimte en in de tijd, en wil zij, door het opvoeren van het bovennatuurlijke, het bestaan van een hogere eenheid aannemelijk maken?

Ook mij liet dit boek uiteindelijk onbevredigd achter. Ondanks de inzet van NDiaye’s niet geringe literaire middelen, de prachtige beschrijvingen van het bestaan in een Frans provinciestadje, de levendige psychologie van de ouder wordende personages, overtuigt Ladivine minder dan Drie sterke vrouwen, haar prachtige vorige boek waarvoor de schrijfster zowel de Prix Goncourt ontving als de Europese Literatuurprijs.

Eerder verschenen in Trouw