Maandag, 2 oktober, 2017

Geschreven door: Hoekstra, MaartenJan
Artikel door: Bracke, Astrid

Landmarks

Woorden voor de natuur

Het geluid van golven die op de rosten slaan heet op de Shetland-eilanden ‘bretsh’. En in East Anglia bestaat een woord voor het geluid dat gras maakt als er een zacht windje over waait: ‘fizmer’. In Groot-Brittannië maakt men zich zorgen over het verdwijnen van zulke woorden voor natuur.

[Reportage] De Britse auteur Robert Macfarlane verzamelde dit soort bijzondere woorden voor landschap en natuur in zijn in 2015 verschenen boek . Sommige begrippen zijn waanzinnig specifiek, zoals ‘lambin’ storm’ – een flinke storm halverwege maart.

Volgens Macfarlane is het belangrijk om landschapswoorden te behouden. Zodra we woorden voor landschap en natuur kwijtraken, kunnen we het landschap ook niet meer omschrijven, kunnen we er geen aandacht meer aan geven en zullen we ook minder geneigd zijn het te beschermen.

Macfarlane is een van de belangrijkste schrijvers in het genre ‘new nature writing’. Schrijven over natuur – en de relatie tussen taal en natuur – is in Engeland al sinds 2000 een ware hype. In maart 2015 verscheen het boek Uncommon Ground: A Word-Lover’s Guide to the British Landscape. Fotograaf Dominick Tyler vraagt daarin aandacht voor het verdwijnende Britse landschap door bijzondere woorden – zoals ‘meol’ voor begroeide duinen en ‘gryke’ voor geulen in kalksteen – aanschouwelijk te maken met indrukwekkende foto’s.

Archeologie Magazine

De dichters Paul Farley en Michael Symmons Roberts betogen in Edgelands uit 2011 net als Macfarlane dat we landschappen niet zien en waarderen als we er geen woorden voor hebben. Zij zijn niet zozeer begaan met landschappen die door urbanisatie en industrialisatie verdwijnen maar juist met de landschappen die daardoor ontstaan. ‘Edgelands’ zijn bijvoorbeeld braakliggend terrein nadat een gebouw is gesloopt, of de rommelige, rafelige rand waar de stad overgaat in het platteland. Volgens Farley en Symmons Roberts moeten we juist ook deze landschappen benoemen om af te komen van het idee dat natuur alleen een idyllisch wild landschap is.

Uitgegumd

In het Nederlands bestaan natuurlijk ook woorden voor landschap. ‘Duin’ en ‘polder’ bijvoorbeeld zijn wellicht minder poëtisch dan veel van Macfarlanes voorbeelden, maar wel typisch Nederlands. Ze zijn zo uniek dat ze overgenomen zijn in andere talen. In april 2015 verscheen Dorp, stad, land. De Lage Landmarks van taal- en bouwkundige MaartenJan Hoekstra. Hoekstra wijst erop dat zelfs het oudste geschreven Nederlandse woord een landschapswoord is. ‘Wad’ komt namelijk als de plaatsnaam Vadam (het tegenwoordige Wadenoijen, bij Tiel) voor in een Romeinse tekst uit 107 na Christus – duizend jaar eerder dan het bekende ‘Hebban olla uogala’.

Uit het overzicht van ongeveer duizend woorden van Hoekstra blijkt al snel dat niet alleen Nederlandse literatuur, zoals Maarten ’t Hart ooit schreef, een literatuur van stadsmensen is, maar dat ook onze taal vooral veel woorden voor bebouwing bevat. Waarschijnlijk hebben we een stuk minder kleurrijke woorden voor natuur en landschap dan de Britten, domweg omdat wij het nou eenmaal met een stuk minder dramatisch landschap moeten doen dan zij.

“Er is hier weinig natuur,” zegt MaartenJan Hoekstra. “Dat is er wel geweest, maar het is uitgegumd. Ons land is door mensenhanden gemaakt. Als je de gemiddelde Nederlander vraagt naar een voorbeeld van natuur, dan noemt hij de Oostvaardersplassen of de Veluwe. Beide gebieden zijn natuurlijk door mensen aangelegd.” Of verdwijnende taal ervoor zorgt dat mensen minder goed waarnemen, vindt hij een lastige vraag, maar Hoekstra denkt dat er in ieder geval een sterke wisselwerking is tussen wat we zien en wat we erover zeggen. “Als we ergens geen woorden voor hebben, is het ook lastig om te duiden.”

Grutto

Eerder dit jaar lanceerde de Britse organisatie Project Wild Thing, met steun van auteurs als Macfarlane, een petitie om de samenstellers van het Oxford Junior Dictionary zover te krijgen om meer woorden voor natuur op te nemen. Tot woede van veel Britten zijn in de nieuwste herziene editie van het jeugdwoordenboek vijftig woorden voor natuur en landschap verdwenen – ten gunste van moderne begrippen. Woorden als ‘acorn’ (eikel), ‘dandelion’ (paardebloem) en ‘newt’ (salamander) zijn vervangen door termen als ‘chatroom’ en ‘MP3player’.

Marja Verburg, hoofdredacteur van de Van Dale-kinderwoordenboeken, schat dat bij de laatste herziene editie van het Van Dale Juniorwoordenboek (voor kinderen van 8 tot 10 jaar) zo’n 250 van de zevenduizend woorden zijn vervangen. Daar waren nauwelijks natuurwoorden bij, aldus Verburg: “Verdwenen zijn aalbes, afrikaantje, apennoot, bijenkorf, hooiwagen en zode. Maar we hebben biobak, ecologisch en biologisch toegevoegd! Oester, oerwoud, oever, octopus staan er nog steeds in, net als heide en paardebloem.”

Ook in een volgende druk zullen maar weinig woorden voor natuur verdwijnen, verwacht ze. Planten en dieren, met name hondenrassen zoals spaniël of golden retriever, vinden kinderen nu eenmaal interessant, meent Verburg. Ze betwijfelt of Macfarlanes stelling werkelijk opgaat: “Mensen denken soms dat als je een woord weghaalt, ook de zaak verdwijnt. Maar de woordenschat in een woordenboek is altijd een afspiegeling van het taalgebruik. ‘Strippenkaart’ gaat er natuurlijk uit, omdat de zaak waarnaar het verwijst is verdwenen. De grutto staat erin met een prachtige tekening. Maar de grutto wordt steeds zeldzamer in Nederland. Als hij hier niet meer voorkomt, wat ik persoonlijk heel erg zou vinden, dan zou dat zijn weerslag vinden in het woordenboek. Misschien nemen we dan wel ‘spelt’ op, een graan dat nu heel populair is.”

Er komen ondertussen ook wel nieuwe woorden bij voor landschap en natuur. Behalve ‘edgelands’ is ‘petrichor’ al langer een bekende term. Australische wetenschappers verzonnen dat begrip in 1964 om de typische geur te omschrijven van een regenbui na langdurige droogte. MaartenJan Hoekstra noemt ‘nevelstad’ en ‘waterpleinen’ als uitdrukkingen van het hedendaagse Nederlandse landschap.

Maar is het dan puur een Brits verschijnsel, stukjes natuur die we langzaam uit het oog verliezen inclusief de woorden ervoor? Hoekstra denkt dat ‘geestgronden’ misschien wel een goed Nederlands voorbeeld is: “Dat woord zit bij de gemiddelde Nederlander niet meer in de actieve woordenschat, alleen nog als rudiment in plaatsnamen als Oegstgeest. Maar weinig mensen die erdoorheen rijden zijn zich ervan bewust dat er iets zit tussen de duinen en het laagland daarachter.”

Van Macfarlane werden eerder vertaald The Wild Places (De Laatste Wildernis, 9789023473138) uit 2008 en The Old Ways uit 2012 (De Oude Wegen). Landmarks zal niet in het Nederlands verschijnen, wegens onvertaalbaar.

Mooie woorden uit Macfarlanes boek

Plab – Gaelic woord voor ‘een zacht geluid alsof een lichaam in het water valt. Denk aan de vergelijkbare Nederlandse klanknabootsing ‘plempen’.

Glaab – een opening tussen heuvels of eilanden waardoor je een object in de verte kunt zien (woord van de Shetland-eilanden)

In het graafschap Kent noemen ze een lage maar steile heuvel ‘pinch’.

Eerder verschenen in Trouw