Maandag, 19 januari, 2009

Geschreven door: Jong, Pia de
Artikel door: Winter, Karlijn de

Lange dagen

Slapeloze nachten

Wanneer een Oer-Hollandse Familie Doorsnee een reis plant naar de onherbergzame toendra, is het voorbij met hun overzichtelijk voortkabbelende bestaan. Zo vertrouwd als hun huiselijke leven was, met als dagelijks rustpunt het avondeten van gekookte aardappels en bloemkool of stoofpeertjes, zo zwaar zal de reis hen vallen. In haar debuutroman Lange dagen toont Pia de Jong hoe de onderlinge relaties tussen de ouders en hun twee puberende kinderen op scherp komen te staan. Al vanaf het moment dat de eerste kaart is opengelegd voor het uittekenen van de route heerst er een felle onenigheid in huis.

In een bij dat alledaagse decor van aardappels en stoofperen passende stijl, onopvallend maar doelgericht, begint vader het geheimzinnige plan te smeden voor de verre reis. Moeder, volgzaam als ze is, steunt hem. Zoon Steven, altijd al wat in zichzelf gekeerd, en dochter Eva, de veertienjarige ik-figuur, kunnen er echter geen touw aan vastknopen. Eva merkt hoe ze van haar vader, met wie ze vroeger zo’n hechte band had (met een vooruitwijzende metafoor: ‘Hij was een magneet en ik liet me graag door zijn aantrekkingskracht vangen.’), aan het vervreemden is.

Maar als uitkomt dat de vakantiebestemming deze zomer in Lapland ligt, moeten Eva en Steven, of ze nu willen of niet, mee naar het hoge noorden. Een reis naar Lapland, en helemaal naar een gedeelte dat nog niet in kaart gebracht is, vergt een grondige voorbereiding. Vader neemt het voortouw, de rest van het gezin wordt meegetrokken. Een vijfde expeditielid, Axel, een jongen uit de buurt, wordt vanwege zijn veronderstelde geschiktheid meegevraagd, en zo staat het team. Het team? Vaders enthousiasme staat in schril contrast met de tegenzin van de kinderen. Hij bestookt hen met informatiemateriaal en benodigdheden voor de reis, zij irriteren hem – op de puberale manier die De Jong perfect weet te vertolken – met hun afkerige houding. De spanningen die dat teweegbrengt maken van de eerste hoofdstukken een onheilspellende aanloop naar het grote avontuur.

Met een tocht naar een gebied waar de zon ’s zomers niet ondergaat in het vooruitzicht doemt de herinnering aan de expeditie uit Nooit meer slapen dreigend op. Daarin was Eva de zus van hoofdpersoon Alfred. Zijn poging een wetenschappelijke hypothese te onderzoeken in dezelfde streek ging volledig de mist in. Stelde je hem al niet voor in onherbergzame oorden, een naïef gezinnetje zeker niet. Lange dagen leest dan ook niet als een herschrijving van W.F. Hermans’ hopeloze survivaltocht. Daarvoor heeft in deze roman, ondanks de zo herkenbare zwermen opdringerige muggen en een terloopse opmerking over een meteoriet, de portrettering van de onderlinge relaties te sterk de overhand.

Wordt Vervolgd

In de eerste dagen van de reis laat die een overtuigende wisselwerking zien met het landschap waar ze zwaarbeladen doorheen stappen. Ongerepte natuur, waar ze al die maanden naartoe hebben geleefd, maakt de een gretiger en de ander moedelozer:

‘Ik verlangde ernaar in een roes te komen, de tijd te laten verglijden zonder er met mijn volle verstand bij te zijn. Ik liep achteraan en richtte mijn blik ergens vóór me op de grond, de plek waar ik schatte dat ik vier stappen later mijn voeten neer zou gaan zetten. Niemand zei veel op deze dag, waarop het erop aankwam kilometers te maken.’

In de weidse dorre toendra waar ze dagenlang niemand tegenkomen zitten ze bij alle bezigheden met elkaar opgescheept. Maar kleine onderlinge beslommeringen worden tot grote zorgen wanneer het kompas het niet meer blijkt te doen, ze verdwaald merken te zijn en het einde in zicht raakt van de voedsel- en watervoorraad. Terwijl De Jongs stijl beheerst en trefzeker blijft, gaat de wanhoop doorklinken. Eigenlijk is de tocht die ze aan het maken zijn geen leuke vakantie, maar een levensgevaarlijke onderneming.

‘“En als ik toch een been breek,” vroeg ik verder, “wat dan?”

(…)

“Ik praat er verder niet meer over,” zei mijn vader. “Je hebt er blijkbaar lol in het bloed onder mijn nagels vandaan te halen. Kijk jij nu maar waar je je voeten neerzet, dat is het enige waar je op moet letten. Dit is geen balletzaal, dit is de toendra. Voor de laatste keer: hou erover op. Het is afgelopen. Basta.”

“Basta basta, chocopasta,” zong ik zachtjes voor me uit. “Je bent onverantwoordelijk bezig en je durft het niet toe te geven.”’

Deze confrontatie van een onervaren modaal Nederlands gezin met de rauwe natuur is een sterk uitgangspunt voor een roman. Meer dan die eenvoudige gegevens is er niet voor nodig. Daarom doet de onverwachte kettingreactie van dramatische wendingen die tijdens de reis losbreekt, het boek in overtuigingskracht afnemen. Het disfunctionerende kompas was voldoende geweest om de gezinsband op de proef te stellen, maar tijdens de Lange dagen komen ook nog verkrachting, moord, hevige verliefdheid, ziekte en zelfdoding hun tol opeisen. En nog voor die calamiteiten had Axel de sfeer al ernstig verziekt.

Het is alsof De Jong, zonder toevoeging van al deze extra elementen, bang was dat Lange dagen de lezer eindeloos saai zou voorkomen. Maar de opeenhoping van heftige momenten die zo ontstaat, heeft uiteindelijk de subtiele spanning uit het begin van de roman verdrongen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *