Donderdag, 13 juli, 2006

Geschreven door: Vlaminck, Erik
Artikel door: Straalen, Eline van

Langs schrijverzijde

Ik ontdekte in mijn eigen familie een aantal verhalen die door iedereen altijd zorgvuldig verzwegen waren. Onvervulde liefdes, overspelige verhoudingen, de kleine collaboratie in de 2de wereldoorlog. Daar wilde ik over schrijven, maar niet zolang de betrokkenen nog leefden.’

Zei Erik Vlaminck, en uit deze wens kwam deze roman fleuve voort. Het Schismatieke Schrijven. Kroniek van een Familie bestaat uit zes op zichzelf staande romans die verhalen over de verschillende generaties van de Vlamincks familie. Deze romans, die sinds 1992 een voor een zijn gepubliceerd, zijn nu door uitgeverij Wereldbibliotheek gebundeld en heruitgegeven in drie delen: Langs moederszijde, Langs vaderszijde en Langs schrijverszijde.

Dat het centrale personage in de romans net als de schrijver Erik Vlaminck (1954) heet, mag geen toeval heten. Toch is de schrijver terughoudend wat betreft overeenkomsten tussen hem en de Erik uit de verhalen. Zo citeert Vlaminck aan het begin van de roman de Hongaarse auteur György Konrad: ‘Ik zal de auteur ontslaan van de verplichting de feiten waarheidsgetrouw te registreren. De werkelijkheid is onbeschrijfelijk en het onthullen van privé-geheimen heeft een kwalijk luchtje. Het zou geen pas geven familieleden, die geen schrijver zijn, op papier te koeioneren.’ Ondanks de reserve die Vlaminck hier inbouwt, zijn de verhalen onmiskenbaar een kijkje achter de schermen van Vlamincks familie. Iedere keer wanneer je als lezer net even vergeet dat dat wat je leest meer dan fictie is, duikt Erik op, vaak in gesprek met Leon van Riel, de broer van Eriks oma, die hem de familiegeheimen onthult.

Aan het eerste deel van de romancyclus is de niet eerder in handelseditie uitgebrachte novelle Anastasia toegevoegd. Anders dan de andere romans is dit verhaal geschreven in een stijl die tussen proza en poëzie in zit. In veelal korte beknopte zinnen schetst Vlaminck het verhaal van Jaak van Riel, een ver familielid van Erik dat leefde op het Vlaamse platteland aan het begin van de 20ste eeuw.

Hereditas Nexus

‘Oktoberkou is killer dan winterweer.
Grijze wolkenpakken boven Ettenhovendijk.
Regen in Stabroek, motregen.
Maar bij Moretusbos kan hij de muziek al horen.
Twee uur gaans.
Op klompen.’

Een ogenschijnlijk onschuldig bezoek aan de kermis in het dorp heeft hartverscheurende gevolgen wanneer Jaak verliefd wordt op Anastasia, de helft van een Siamese tweeling. Het lot van Anastasia bepaalt uiteindelijk het lot van Jaak. Hij kan de wanhoop niet meer aan en zoekt verlossing op de bodem van een waterput. Vlaminck weet in weinige doch treffende woorden de taferelen te vatten en boekdelen te suggereren.’

In de gebundelde romans beschrijft Vlaminck op indringende wijze de mensen die aan Eriks oorsprong staan. Aan de hand van foto’s, brieven, gesprekken en verhalen heeft de schrijver geprobeerd een beeld te creëren van de twee werelden waaruit hij is ontstaan en die hem hebben gemaakt tot wie hij nu is. In Wolven huilen horen we over Liza Schrijvers, de verboden liefde van Eriks grootvader, die samen met Alfons Huybrechts, de halfbroer van Eriks grootmoeder, in Canada gaat wonen nadat ze, na de oorlog, uit hun dorp zijn verjaagd wegens colloboratie. In De portrettentrekker zien we een baby in de ovenla van een keukenkachel overlijden, en waarom er bepaalde foto’s in het fotoalbum ontbreken. En Houten schoenen gaat over de vader van Erik, George (door zijn schoonmoeder steevast Jos genoemd), die na het einde van de tweede wereldoorlog vanuit een werkkamp in Duitsland is teruggelopen naar België.

Waar de eerste twee delen van de kroniek over respectievelijk zijn vaders familie en zijn moeders familie gaan, beschrijft Vlaminck in het laatste deel zijn eigen generatie. De hoofdrol in Langs schrijverszijde is weggelegd voor een voormalige buurjongen van Erik, Stanny. Stanny, een stil leven speelt zich af in de jaren ’60. We maken kennis met de jonge Stanny die vanuit zijn geboortedorp Wilmarsdonk, dat plaats moet maken voor de uitbreiding van de haven van Antwerpen, gedwongen moet verhuizen naar de grotere plaats Kapellen. Deze verhuizing betekent voor de verlegen Stanny het begin van het einde. Het lukt hem niet een plek te veroveren in zijn nieuwe woonplaats. Hij mist de geborgenheid van Wilmarsdonk en is niet in staat zich te verdedigen tegen de pesterijen van de buurjongens, waaronder Erik. Zij blijven hem ook op latere leeftijd beschouwen als een onnozele jongen uit een boerengehucht.

De romancyclus van Vlaminck eindigt met de in februari 2005 uitgebrachte roman Het schismatieke schrijven. In dit vervolg op Stanny, een stil leven ontmoeten Stanny en Erik elkaar in de jaren ’70 opnieuw. Stanny is nu patiënt in de psychiatrische inrichting waar Erik als begeleider werkt. Stanny is inmiddels nog verder geïsoleerd van de wereld om hem heen. Steeds vaker hoort hij stemmen in zijn hoofd, en zijn aanvankelijke interesse in ‘camions’ is ontwikkeld in een obsessie, een manier voor Stanny om controle te houden over de wanorde in zijn hoofd.

‘Terwijl de handboeien om zijn polsen dichtklikken, slaagt hij er wonderwel in om vrachtwagens voor ogen te krijgen. Oude Dafs breedsmoelkikkersnuiten en canvaszeilen over de laadbak. TRANSPORT W. VAN EGERAAT BERGEN OP ZOOM.’

Erik onthult aan zijn vroegere buurjongen dat hij daar werkt omdat hij een boek wil schrijven over de wantoestanden in de psychiatrie en dat hij het boek wil baseren op het verhaal van één patiënt. Bij Stanny groeit de vrees dat hij de hoofdpersoon zal worden. Het contact tussen de twee zal vergaande gevolgen hebben voor Stanny en een onuitwisbare indruk achterlaten bij Erik.

Aangezien Het schismatieke schrijven de meest recent verschenen roman van de kroniek is, zal ik dit verhaal gebruiken om wat dieper op Vlamincks schrijverschap in te gaan. Een belangrijk thema in deze roman is de jammerlijke toestand van de Vlaamse psychiatrie. Als ervaringsdeskundige – Vlaminck heeft zelf jaren als verpleger in een psychiatrische inrichting gewerkt – weet hij op een kritische wijze een realistisch beeld te scheppen van de heersende wanorde. Ondanks de dramatische gebeurtenissen en beschrijvingen, behoudt de roman goede balans dankzij het immer aanwezige cynische commentaar van nonkel Leon van Riel.

‘Maar terzake, ik had het over de schone wijven die hier rondparaderen. Die sloeries dragen niets anders dan van die witte doorkijkvodden. Ge krijgt hier godverdomme meer te zien dan in de Moulin Rouge van Parijs. Ze mankeren alleen nog een pluim in hun gat.’

De stemmen die door Stanny’s hoofd spoken zijn een reflectie van eerdere verhalen in Vlamincks kroniek en slaan, samen met de verhalen van Leon van Riel, een brug naar het verleden. De humoristische, nauwkeurige en beknopte schrijfstijl van Vlaminck maakt van Het schismatieke schrijven een pareltje.

Een groot verschil tussen Het schismatieke schrijven en de andere romans in de kroniek is de rol van Erik. Waar de eerdere romans verhaalden over andere personen is dit de roman die het dichtst bij de schrijver Erik Vlaminck zelf ligt. Zoals al eerder gezegd schreef Vlaminck in zijn motto: ‘Het zou geen pas geven familieleden, die geen schrijver zijn, op papier te koeioneren.’ Deze bewoording verraadt dat het de schrijver toegestaan is met zichzelf wat minder genuanceerd om te springen. En dat is precies van Vlaminck doet. De Erik die hij beschrijft is een allerminst aimabel persoon. In de rol die hij in secure bewoording voor zichzelf heeft gecreëerd, spreekt een bewonderenswaardige eerlijkheid waarmee hij zichzelf ter verantwoording roept.

De thematiek en schrijfstijl die zo bepalend zijn voor Het schismatieke schrijven zijn ook in de andere romans nadrukkelijk aanwezig. Langs moederszijde, Langs vaderszijde en Langs schrijverszijde vormen samen een groots erfstuk voor de Vlaamse literatuur. Naast het feit dat Vlaminck ons kennis laat maken met veel opmerkelijke familieleden, laat hij ons ook zien hoe het leven er in de vorige eeuw uitzag in een boerendorp in de schaduw van het almaar groeiende Antwerpen. De pastorale beschrijvingen van de omgeving, de kermis, en de dagelijkse beslommeringen van de dorpsbewoners in de ‘staminee’, gecombineerd met Vlamincks woordkeuze geeft het geheel een zeer authentiek gevoel. Het prachtige Vlaams waarin Vlaminck zijn (verre) familieleden de revue laat passeren is een genot voor de lezer. Woorden als ‘kozijn’, ‘kabberdoes’, ‘zothuis’, ‘onnozelaar’ en ‘sukkelaar’, vormen de rode draad die de verschillende generaties van de families Vlaminck en Van Riel met elkaar verbindt.

Wat Vlaminck ook heeft geschapen is een monument voor zijn familie. Hij heeft de anekdotes die al jaren op de verjaardagen van de familie verteld worden, gecombineerd met de geheime, onuitgesproken verhalen waar men liever niet over sprak. Deze roman fleuve is een familiegeschiedenis zoals eenieder die met zich meedraagt. Waar Vlaminck zijn eigen vragen beantwoordt, worden er bij de lezer nieuwe vragen opgeroepen. Vragen met betrekking tot onze eigen familiegeschiedenis. En net als je denkt dat Vlaminck alle vragen heeft beantwoord en geheimen heeft onthuld, ontdek je dat Het schismatieke schrijven nog niet af is. In het naschrift lezen wij:

‘Uitgeverij Wereldbibliotheek ontving op 31 augustus 2005 van Erik Vlaminck een kort manuscript. Het gaat om een novelle met de titel De Epiloog en het is de voltooiing van Vlamincks roman fleuve Het schismatieke schrijven. De auteur liet zijn uitgeverij weten dat De Epiloog pas mag verschijnen na zijn dood.’

De ontknoping laat dus nog op zich wachten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *