Zaterdag, 26 oktober, 2019

Geschreven door: Jacobson, Howard
Artikel door: Voskamp, Nico

Leef een beetje!

Is het leven nog leuk na je 80e?

[Recensie] Uitstekende vraag: op welke leeftijd gaat de lol van je bruisende leven er een beetje of zelfs helemaal af? Jacobson baseert een hele roman op dit thema en dat doet hij met scherpe pen. We maken kennis met Beryl Dusinbery, een negentigplusser die niet zo’n best geheugen meer heeft maar dat compenseert met haar spitse geest. Gemakkelijk voor haar omgeving is ze absoluut niet, maar dat zal haar worst zijn.

In die omgeving loopt ook Shimi Carmelli rond: een oude vrijgezel die net als Beryl niet optimaal meer functioneert, maar nog voldoende andere eigenschappen heeft om voor een persoon van de andere sekse interessant te zijn. Jacobson laat die twee elkaar ontmoeten. Van het één komt het ander en langzaam worden de ouwetjes vrienden. Soort van.

Want een “The Sound of Music” is dit niet. Jacobson doet niet aan sentimentaliseren. Voor hem geen zielige bejaarden die gepamperd moeten worden – dit zijn gewone mensen zoals u en ik, maar dan wat ouder. En prikkelbaarder. Veel ouder, veel prikkelbaarder. Ze maken elkaar nog net zo makkelijk het leven zuur, zij het met de broodnodige zwarte humor.

Die zwarte humor is een beproefde manier om het onaangename toch te verwoorden. Zo zet de schrijver uiteen hoe Shimi Carmellig al jong ervaart dat zijn vader hem niet mag:

Archeologie Magazine

“Hij zat te lezen aan de keukentafel, te doen alsof hij een normale jongen was, toen de eerste klap kwam. Het was bijna een opluchting na drie dagen wachten op het opensplijten van de aarde. Meer een mep dan een stoot. Een minachtende mep met de rug van zijn vaders hand toen die voorbijliep. Shimi hield zijn hoofd gebogen. Hij wilde zich niet omdraaien en de verachting in zijn vaders ogen zien…

De tweede klap was wreder. Voor zo’n klap had zijn vader een overtuigde woede moeten opvatten, opnieuw de keuken moeten binnenkomen met blinde agressie. De eerste was met de vlakke hand geweest … Maar nu had zijn vader een vuist gemaakt. Shimi voelde de knokkels neerkomen op het bot boven zin wang. Er sprongen tranen in zijn ogen….

‘Je bent geen zoon van mij,’ dacht hij dat hij zijn vader had hoen zeggen toen de klap kwam. Of was het zijn eigen stem?”

Geen gelukkige start van Shimi’s leven. Het is maar goed dat hij op dat moment nog een lang leven voor zich heeft om zijn zelfbeeld en sociale vaardigheden aan te scherpen, zodat hij op gevorderde leeftijd bij de kennismaking met voornoemde Beryl Dusinbery geen flaters slaat. Nou ja, bijna geen flaters. De twee verknipte ouwe knakkers mogen elkaar wel, uiteindelijk.

Jacobson zet een parabel over liefde op latere leeftijd kundig neer. Pluk de dag, lijkt hij te willen zeggen, en zijn hoofdpersonen doen dat dan ook. Mopperend en wisselend chagrijnig, maar ze leven wel een beetje.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles