Vrijdag, 9 april, 2021

Geschreven door: Hermann, Judith
Artikel door: Cuijpers, Anke

Lettipark

Puike verhalenbundel

[Recensie] Zeventien korte verhalen bevat Lettipark van Judith Hermann, en in elk daarvan evoceert ze een nakend besef van iets rampzaligs. Ogenschijnlijk gebeurt er weinig meer dan een ontmoeting, soms alleen in een herinnering, maar op het einde van het verhaal bevind je je op het stuk ijs dat van de gletsjer is losgekomen. Het drijft nog niet weg, dat stuk ijs, maar je ziet de scheur en het onvermijdelijke gevolg daarvan.

Judith Hermann wordt sinds haar debuut vergeleken met Raymond Carver. Ook bij haar zijn de verhalen uitgebeend tot op het bot. De stijl van Hermann is echter veel verfijnder, zeker in deze bundel. De personages zijn ook niet zo drankzuchtig, alhoewel er personages zijn die op de divan van een psycholoog liggen, psychiatrisch patiƫnt zijn, of zijn geweest, of een zo naargeestige vakantiebestemming kiezen dat je hoopt dat ze aan de drank zijn. Maar meer nog dan in haar eerdere werk wrikt ze in Lettipark met een paar woorden hele werelden los. Een mooi voorbeeld hiervan staat in Terugkeer, waarin een vrouw vertelt over haar jeugdvriend Ricco, wiens vader jong gestorven is:

“Dat is geen geheim. Ricco praat er met iedereen over, hij vertelt het zoals andere mensen vertellen dat ze dol zijn op mosselen of dat ze de zomervakantie altijd aan zee doorbrengen. Hij zegt, mijn vader is gestorven toen ik zeven was, hij heeft zichzelf per ongeluk opgeblazen, en ik was erbij, en sindsdien moet ik er onafgebroken aan denken.
Ricco is nu voor in de veertig.”

Binnen de spanbreedte van een paar woorden verschuift een wereld, besef je dat die Ricco sinds zijn zevende tot voorbij zijn veertigste jaar getraumatiseerd, want onafgebroken, denkt aan dat fatale ongeluk. Wat een contrast met die luchtigheid waarmee Ricco erover vertelt. Dat is vertelkunst 2.0.

Boekenkrant

Hermann weet dit soort afgronden heel secuur op te bouwen. Lees bijvoorbeeld Hersenen, waarin een gezin, na veel vergeefse pogingen om zwanger te worden, een kind adopteert, en dan gezellig samen aan de tafel zit, en dat zo secuur is opgebouwd dat pas in de laatste alinea die hele wereld in een scĆØne, die op het eerste oog het gelukkige gezin schetst, kantelt. Terwijl, het jongetje zet een glas water neer, uit meer bestaat die laatste handeling niet. In Moeder, waarin een dochter over haar moeder vertelt, gebeurt iets soortgelijks zelfs binnen het bestek van de laatste drie woorden.

Veel van de verhalen in deze bundel worden bevolkt door mensen die al een leven lang in relatie tot elkaar staan, moeders en dochters, jeugdvriendschappen, mensen die al een leven lang met elkaar gehuwd zijn. Ouder worden, de waarde van een herinnering zijn dan ook centrale themaā€™s in Lettipark. De willekeurige ontmoetingen met vreemden zijn echter net zo onontkoombaar als die levenslange relatieverbanden. Het is alsof Hermann ons wil zeggen dat we langzaamaan met zijn allen in een boot zitten, waar we niet aan elkaar kunnen ontsnappen.

Twee van de vertellingen in de bundel zijn opgedragen aan inmiddels overleden mensen. Brief is opgedragen aan Helmuth Frielinghaus, de vertaler van, onder andere, werk van Carver. Getuigen is opgedragen aan de dichter Matthew Sweeney, een zwierige en joviale dichter die in al zijn gedichten een laag humor over alledaagse ernst of emotionele afgronden spande. In Getuigen gaan twee bevriende stellen uit eten, er wordt een glas gedronken, vis gegeten, het gesprek gaat over de maanman Armstrong. Een compleet verzonnen verhaal, overpeinst de verteller later terwijl ze de hand van haar geliefde vasthoudt, die ruw als maangruis is, maar hoe dan ook een goed verhaal. En toch staat zij, de verteller, daar op een schommelende brug, te kijken naar het zwarte water van de rivier, alsof daar ergens een lichtpuntje te zien moet zijn.

Getuigen is net als Brief doortrokken van een melancholie en een zweem humor, wat ze enigszins anders van toon maakt dan de rest van de verhalen, die niet veel vrolijks bevatten. In de verhalen in Lettipark bewonen mensen geestelijk, en in een enkel verhaal zelfs letterlijk, een brandend huis. En op geen enkel moment voelt dat als iets bedachts.

Judith Hermann schreef eerder twee verhalenbundels, en een kleine roman, Alice. Voor haar debuutbundel Zomerhuis, later, kreeg ze de Kleistpreis, een gerenommeerde literaire prijs in Duitsland. In deze bundel laat ze wederom haar bijzondere talent zien. Parels, alle zeventien.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub Van Alles

Boeken van Uitgeverij Vleugels zijn direct bij de uitgeverij te bestellen of verkrijgbaar bij de betere fysieke boekhandel.