Vrijdag, 28 februari, 2020

Geschreven door: Michielsen, Dido
Artikel door: Trouwborst, Jannie

Lichter dan ik

Aangrijpend, spannend, triest en leerzaam

Njai Isah

[Recensie] Het leven van haar betovergrootmoeder inspireerde Dido Michielsen bij het schrijven van Lichter dan ik. Isah, zoals zij zal heten in deze roman, werd in 1850 geboren op Java. Ze groeit op in de kraton, het vorstenverblijf van de sultan in Djokja. Samen met haar moeder bewoont ze er een eenvoudige woning, waar haar moeder de kost verdient als batikster. Isah is bevriend met de dochters van de sultan, maar bij het opgroeien ontdekt ze al snel dat er onneembare obstakels bestaan in de traditionele standenmaatschappij. Maar ook dat die tradities zowel voor de prinsesjes als voor haarzelf enorme beperkingen met zich mee brengen. Ze besluit haar leven in eigen hand te nemen. Laat zich niet uithuwelijken, maar wordt de huishoudster en minnares van een Hollandse officier. Ze krijgen twee dochters en Isah hoopt dat hij ze zal erkennen en met haar zal trouwen. Maar zo werkt dat niet in de Nederlands-Indische kolonie. Hij laat hen in de steek, haar kinderen worden haar afgenomen en ze moet grote offers brengen om ze te kunnen zien, zonder dat ze hen kan vertellen dat ze hun moeder is. Ze kan niet voorkomen dat haar dochters tenslotte naar een internaat gestuurd worden en niet lang daarna uitgehuwelijkt. Ze heeft geen idee waar ze kunnen zijn en blijft de rest van haar leven naar hen op zoek. Ze voorziet in haar levensonderhoud met de verkoop van kruiden die ze zelf verbouwt en slaapt bij vrienden in de armoedige kampongs in de buurt van de stad. Vlak voor ze op 67-jarige leeftijd sterft, vraagt ze een vriendin haar verhaal op te schrijven, in de hoop dat haar dochters of hun nakomelingen ooit de waarheid zullen weten.

Van binnenuit

Over Nederlands-Indiƫ zijn al heel wat boeken verschenen. Maar wie denkt het wel te kennen door de prachtige verhalen van Nederlandse auteurs als Louis Couperus en Hella Haasse, vergist zich. Want dat is het mooie van dit verhaal: het is vanuit het perspectief van een Javaanse vrouw geschreven. Daarvoor heeft Michielsen een handige truc toegepast: het verhaal is zogenaamd geschreven door de vriendin van Isah, Tjanting. Zij schrijft het voorwoord en nawoord om uit te leggen dat ze niets verzint, dat het allemaal door Isah verteld is, maar dat Isah zelf het Nederlands niet goed genoeg beheerst om haar eigen verhaal op te schrijven. Daarna laat zij Isah in de ik-persoon aan het woord. Dat alles maakt het verhaal nog directer, aangrijpender en geloofwaardiger.

We volgen het leven van Isah chronologisch en maken kennis met de omgeving waarin ze verkeert. Allereerst de kraton, later het huizen van verschillende Hollanders en tenslotte de kampongs. Met de beperkingen die er gelden door traditionele gebruiken en religie, maar ook met de vooroordelen die de Hollanders hebben. De rijke cultuur van de Javanen, die zich bijvoorbeeld toont in de symboliek van de batikstoffen die haar moeder op zeer kunstzinnige wijze bewerkt, worden door de blanken niet begrepen. Uit alles blijkt dat de meesten geen belangstelling hebben in en respect voor de inlandse cultuur. Zoals de eis dat hun vrouwelijk personeel witte kebajas dragen: voor de Javanen de kleur van de rouw.

De onderdrukking door de Hollanders en de effecten daarvan op de oorspronkelijke bewoners kunnen niet duidelijker tot uitdrukking komen dan door deze njai (zoals een huishoudster en minnares genoemd wordt) aan het woord te laten. Ze kan er nooit iets van laten merken, maar haar gedachten erover delen in deze roman is geen enkel probleem. En dat maakt dit verhaal zo uitzonderlijk. Het maakt de onmacht voelbaar en het schetst haar verachting voor de leeghoofdige Hollanders. Hun Europese pracht en praal kan niet tippen aan de bezielde symboliek van de natuur, traditionele voorwerpen en batikpatronen. Door hun invoering van het cultuurstelsel ontstonden armoedige kampongs waar niemand meer werk heeft. In Isahs verhaal wordt duidelijk dat het al broeit in de kampongs en dat het wel tot een uitbarsting moet komen.

Eind goed, al goed?

Nee. En ik verklap daarmee niets, want al op de eerste bladzijden van het boek wordt duidelijk: Isah zal haar dochters nooit meer terugzien. En toch is het verhaal van begin tot eind spannend. Alle belangrijke personages zijn levensecht beschreven, de situaties benauwend, het verdriet en de wanhoop voelbaar. Maar ook de onvermoeibare wijze waarop ze blijft hopen en zoeken.
In het Nawoord deelt Tjanting haar dilemma ons: mag ik Isahs verhaal, dat voor haar dochters bedoeld is, wel uitgeven als boek? Ze besluit uiteindelijk het toch te doen, om daarmee alle andere vrouwen en kinderen die hetzelfde is overkomen ook een stem te geven. En dat zijn er velen.

Zelden heb ik zo’n aangrijpend, spannend, triest en leerzaam boek gelezen als de roman Lichter dan ik van Dido Michielsen. Dat er heel veel tijd gestoken is in cultuur-historisch onderzoek is duidelijk. Ik ontdekte de titel op de longlist voor de Libris literatuurprijs 2020. Inmiddels is bekend gemaakt dat het de Nederlandse Boekhandelsprijs 2020 gewonnen heeft. Dat lijkt me volkomen terecht, want het is ook nog eens heel goed geschreven.

(Achterin staat een verklarende woordenlijst, maar door de manier waarop de Javaanse woorden in de tekst zijn verweven is het ook zonder die lijst vaak wel duidelijk waar het om gaat. Ik heb maar zelden iets op hoeven te zoeken.)

Boekenkrant

Eerder verschenen op Mijnboekenkast