Woensdag, 27 maart, 2019

Geschreven door: Onbekend
Artikel door: Leeuw, Karin de

Lotharingia

Het middenland van West-Europa ontstond in de middeleeuwen

[Recensie] Op dit moment verschijnen er nogal wat geschiedenisboeken die pretenderen dat ze de lezer een blik gunnen op de oorsprong van Europa. Bij de een gaat het daarbij om een Europa dat in de basis altijd al een vorm van eenheid kende, bij de volgende auteur gaat het er juist om aan te geven dat Europa nooit een eenheid was (en nooit zal zijn). Allemaal draaien ze om hedendaagse vragen over Europese identiteit en eigenheid.

Niet iedere historicus zal gecharmeerd zijn van zoā€™n type vraag-gestuurde werken. Tegelijk raken die vragen natuurlijk aan de diepste reden van onze omgang met het verleden. Dit jaar levert het een aantal zeer leesbare dikke pillen op, waarvan ik verwacht dat ze goede oplagen gaan halen.

Simon Winder is een Engelsman die werkt in de uitgeverswereld. Hij zet zichzelf graag neer als iemand die een full time baan heeft, geen historicus is en zijn talen (behalve het Engels) niet of nauwelijks spreekt. Toch heeft hij nu al een derde boek geschreven over een groot centraal gebied in Europa. Zijn eerdere werken, Danubia en Germania gingen over het Habsburgse rijk en Duitsland. Nu heeft hij het gebied aan de gezamenlijke grens van het huidige Frankrijk en Duitsland als onderwerp genomen. Lotharingia heeft hij dit boek genoemd, een naam ontleent aan die van Karel de Groteā€™s oudste zoon en daarna zijn kleinzoon, Lotharius I en II. Het is een naam die men nu nog terugziet in de Franse streek Loraine.

Lotharingia loopt voor Winder van de Jura naar de waddenkust van Nederland en Oost Friesland. Beginnend in de tijd van Karel de Grote is het land regelmatig van grens veranderd. Herkenbaar blijft, met name het Franse deel, als het gebied waar tussen 1870 en 1945 steeds weer conflicten zijn ontstaan tussen Frankrijk en Duitsland met de verschrikkelijkste oorlogen als gevolg.

ScĆØnes

Winder loopt niet chronologisch door de geschiedenis. Hij vertelt de geschiedenis als een reisverhaal. Hij neemt de lezer mee op zijn vakantietripjes, vertelt veel over plaatsen waar hij verblijft, wat hij er eet, wie hij spreekt, wat hij meemaakt. Daar knoopt hij dan het geschiedenisverhaal aan vast. De historie van Lotharingia is echter niet eenvoudig. Het wemelt van de hertogen van Ā allerlei huizen, van steeds weer nieuwe delingen van het land en van eeuwenlange dynastieke verwikkelingen waar met name de bewoners en bewerkers van het land de dupe van werden. Omdat Winder vooral kiest voor een anekdotische insteek begint het de lezer al spoedig te duizelen. Goede kaarten, stambomen en tijdsbalken zouden geholpen hebben, maar die zijn er niet te veel in het boek.

Wat Winder wel verschaft is een uitgebreide, vaak wat oppervlakkige interpretatie van de feiten die hij oplepelt. Daarbij komen hedendaagse ontwikkelingen weer om de hoek kijken. Eerder zei Winder tijdens een interview met het Financieel Dagblad dat het tussenrijk Lotharingia altijd wars is geweest van grote eenheidsrijken. Het zijn de kleine landen als de landen van de Benelux, die volgens deze Brit ā€˜altijdā€™ pal hebben gestaan voor een relatief platte samenleving met een afkeer van adel. Vooral wanneer Winder deze kleine landen aanwijst als de bakermat van de Europese Unie, maar dat wel met een afkeer van een te grote centralisatie, begint het betoog wat mij betreft toch wat gevaarlijk over te hellen naar buiksprekerij over het heden. Daarbij stelt Winder zich op als een gezellige verteller, zoā€™n beetje op het niveau van een leraar van een havoklas.

De kernlanden van Lotharingia worden gevormd door de Bourgondische landen. Ook over Bourgondiƫ verscheen onlangs een boek dat veel aandacht krijgt. De Bourgondiers, aartsvaders van de lage landen van de Vlaming Bart Van Loo werd vorige week op deze website al besproken. Van Loo gaat niet terug tot Karel de Grote, maar duikt nog vierhonderd jaar dieper de geschiedenis in. In het jaar 406 kwamen de Bourgondiƫrs over de bevroren Rijn bij Mainz en vestigden zich in de buurt van Worms. Dat zou het begin zijn geweest van de rol van de Bourgondiers in de West-Europese geschiedenis.

Ook de vraagstelling van Van Loo is persoonlijk, maar meer privƩ en minder maatschappelijk-politiek. Aan het begin en het eind van het werk vertelt hij over zijn dochtertje, geboren uit een Franse moeder en een Vlaamse vader, erfgename van een Bourgondische traditie, die overigens volgens Van Loo geƫindigd is in de zestiende eeuw. Karel V beschouwt hij, zoals gebruikelijk in de traditionele geschiedschrijving, als de laatste Bourgondische vorst. Latere flirts van nationalistische en conservatieve, in Belgiƫ vaak katholieken met een Bourgondisch gedachtegoed meldt hij kort, maar niet als een serieuze ontwikkeling van de twintigste eeuw.

Van Loo schrijft een traditionele geschiedenis over vorsten, dynastieƫn en oorlogen, rebelse steden (Gent) en kunstenaars. De kunstenaars zijn de dragers van de cultuur, zowel voor de hoven als ook als wegwijzers in de tijd. Het is aardig dat Van Loo hun biografieƫn door dit verhaal heen vlecht.

Dit boek is iets rijker voorzien van begeleidende kaarten, afbeeldingen en stambomen. Eigenlijk is het nooit genoeg, maar je kunt achterin nog even naar een overzicht zoeken. Ook Van Loo is geen historicus. Honderd jaar na het verschijnen van Herfsttij der Middeleeuwen, van vakman bij uitstek Johan Huizenga zijn het niet de academische vakmensen, maar de schrijvers en journalisten die ons de smaak van het verleden voorschotelen. Het is mooi dat er dan voor ieder wat wils is en dat uit de verkoopcijfers blijkt dat lezers dit aanbod op prijs stellen.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles