Vrijdag, 24 augustus, 2018

Geschreven door: Martin du Gard, Roger
Artikel door: Leppers, Ger

Luitenant-kolonel de Maumort

Memoires van een echte heer

Het boek telt 1184 bladzijden en is meermaals vergeleken met de beroemde memoires van Proust. Maar hoewel Luitenant-kolonel de Maumort een heel ander soort boek is, biedt het geduldige lezers wél een onvergetelijke leeservaring, schrijft Ger Leppers.

[Recensie] Afgelopen voorjaar verscheen bij uitgeverij Meulenhoff van Roger Martin du Gard de novelle De verdrinking, een strakke, dramatische vertelling, die een zelfstandig deel vormt van de kolossale, postuum verschenen roman Luitenant-kolonel de Maumort, waaraan de schrijver de laatste achttien jaar van zijn leven heeft gewerkt. Die novelle smaakte naar meer, en gelukkig is nu dan het hele boek in het Nederlands verschenen.

Dat Luitenant-kolonel de Maumort in onze taal kon worden uitgegeven is vooral te danken aan de Leidse hoogleraar en essayist Sem Dresden (1914-2002). Een deel van het geld van de P. C. Hooftprijs, die hem in 2002 werd toegekend, stelde hij ter beschikking om de vertaling te financieren.

In zijn voorwoord bij Maumort signaleert Maarten ’t Hart overeenkomsten tussen het boek en de beroemde romancyclus Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust, al voegt hij er op zijn kenmerkende wijze aan toe dat het proza van Du Gard “duizendmaal toegankelijker” is.

Wandelmagazine

De parallel tussen Proust en Du Gard is vaker getrokken, en op het eerste gezicht ligt die ook wel enigszins voor de hand. Beide boeken bleven onvoltooid, hebben een enorme omvang, en ambiëren een zo compleet mogelijk beeld van een mensenleven te geven. Zelfs de beginzin van Maumort, “Ik ben altijd een lichte, onregelmatige slaper geweest” zou je kunnen opvatten als een hommage aan Prousts beroemde, al even beknopte en laconieke openingszin: “Lange tijd ben ik vroeg naar bed gegaan.”

Maar voor het overige konden de twee boeken nauwelijks verschillender zijn.

Proust beschrijft, met een sterk ontwikkeld gevoel voor satire, het leven van de Parijse beau-monde met alle bijbehorende bonte personages, intriges, roddels en excentriciteiten. Du Gard schildert in sobere trekken het bestaan van een aan het platteland en aan zijn voorvaderlijke landgoed verknochte, nogal eenkennige officier die jarenlang dienst deed in het Franse koloniale leger in Marokko. Bij Proust is elke lange, slingerende zin een avontuur, vaak met een verrassing aan het slot, terwijl Du Gard een onopgesmukt, soms bijna kaal proza schrijft, waarin de nuances als het ware met kleine likjes verf op het doek worden aangebracht.

Bovendien is de roman van Proust weliswaar niet helemaal voltooid, maar toch wel nagenoeg. Maumort daarentegen bestaat om te beginnen uit een romangedeelte in de ik-vorm van ongeveer 650 bladzijden, dat de jeugdjaren van de hoofdpersoon in de late negentiende eeuw bestrijkt. Die hoofdstukken worden gevolgd door honderden bladzijden aantekeningen, twee losse hoofdstukken, gefingeerde dagboekfragmenten van de hoofdpersoon en documentatiemateriaal – waaronder een mooie brief van Du Gard aan een schrijverscongres in de toen nog volop stalinistische Sovjet-Unie. De auteur wist zich, al schrijvende aan Maumort, steeds minder goed raad met zijn almaar uitdijende materiaal, en uiteindelijk ontkomt de lezer niet aan de conclusie dat deze Herculesarbeid vrijwel onmogelijk in een sluitende roman had kunnen uitmonden.

Maar anders dan het platvloerse peptalk-clichĂ© het wil, blijkt in de wereld van de literatuur failure in sommige gevallen wel degelijk an option. Maumort biedt aan wie voldoende geduld heeft – want dat is wel een vereiste! – een onvergetelijke leeservaring. Du Gard bezit namelijk onder meer een zeldzaam gevoel voor nuances, zeker wanneer het om het gevoelsleven gaat. Het sterkst komt dat in de eerste hoofdstukken naar voren in de beschrijving van het trage seksuele ontwaken van Maumort als puber. Trekje voor trekje, zonder over iets of iemand ook maar het begin van een oordeel uit te spreken, schildert Du Gard de eerste voorzichtige verkenningspogingen op het terrein van de lichamelijke liefde. Knapper nog is de manier waarop de schrijver erin slaagt precies het soort gevoelens te benoemen dat een jongen daarbij overvalt –- en hem bij vlagen volledig overweldigt. Het is niet Du Gards temperament om dergelijke zaken in een flitsende, pakkende formulering samen te vatten. Zijn benadering bestaat erin dat hij, tastend bijna, het ene goed gekozen detail op het andere stapelend, soms zichzelf corrigerend, probeert toe te kruipen naar een zo volledig mogelijk beeld. Daarbij laat hij zorgvuldig mogelijkheden voor afwijkende interpretaties open, en dwingt de lezer zo op subtiele wijze om steeds bij de les te blijven.

Aan de beschrijving van de latere jaren van zijn held is de schrijver niet meer toegekomen. Het relaas van Maumorts langzaam ongelukkig geworden huwelijk, zijn jaren in Marokko en aan het front in de Eerste Wereldoorlog, de dood van zijn beide zoons, het is allemaal in een dunne laag grondverf blijven steken.

Tegelijkertijd biedt dit gedeelte van het boek een fascinerende kijk in de schrijverskeuken, en de gewetensvolle manier waarop Du Gard zich voor de kleinste details documenteerde, dwingt bewondering af.

Een roman is dit boek al met al nauwelijks te noemen. Het is een roman-torso, maar als zodanig interessant genoeg. Het had het levensrelaas moeten worden van een aristocratische soldaat, een honnĂŞte homme, een echte heer – en dat is in de literatuur, waar doorgaans een voorkeur heerst voor buitenissige types, zeldzaam genoeg.

In haar nawoord verwijst vertaalster Anneke Alderlieste terecht naar het voorbeeld van de Essais van de moralist Montaigne – één van de lievelingsschrijvers van Maumort en van diens geestelijke vader Du Gard – die in zijn werk steeds integer en zonder zich te sparen zocht naar zijn eigen diepste drijfveren.

Eerder verschenen in Trouw