Dinsdag, 10 augustus, 2021

Geschreven door: Vlerkoorde, Peter S.
Artikel door: Stoel, Jan

Mag ik het klokhuis?

De weg naar vrijheid is een zoektocht naar wijsheid

[Recensie] Mag ik het klokhuis? is de titel van de autobiografische roman van Peter S. Vlerkoorde (1941). De ondertitel luidt Een zoektocht naar vrijheid. Vlerkoorde pelt in dit verhaal het begrip vrijheid af. Wat betekent vrijheid, wanneer ben je als mens echt vrij? Hij doet dat aan de hand van zijn eigen herinneringen, ingekleurd met fictie. De auteur beschrijft met name zijn eigen leven, hoe hij geworden is tot wie hij nu is. Hij draait er niet om heen, stelt zich kwetsbaar op, ontziet zichzelf niet, analyseert, duidt. Daardoor wordt het een openhartig en intens verhaal dat helemaal tot de kern, tot het klokhuis gaat. Het gaat daarbij om vertrouwen hebben, inzicht krijgen, keuzes durven maken. Daarmee wordt het een herkenbaar en universeel verhaal.

Vlerkoorde brengt het hoofdpersonage Peter dichtbij de lezer en zichzelf door te kiezen voor de ik-vorm. In het eerste hoofdstuk vraagt Peter zich af of hij een koekoeksjong is. Zijn zus blikt terug en zegt over hem “jij was nooit een van ons”, “jij was zo anders dan wij… een lastig kind”. “Ik was de nakomeling van een andere vader, zegt mijn zus.” Dat zet Peter aan het denken. Hij werd geboren in het tweede jaar van de oorlog. Er lijkt een smet op het gezin te rusten en vader is afwezig. “In mijn pogingen erachter te komen hoe ons gezinsleven eruitzag vóór ik geboren was, had ik ontelbare keren gevraagd naar de schimmige tijd van voor de oorlog, waar niemand over sprak.” Peter gaat op zoek naar zijn vader. Er volgt een queeste door het leven.

Peter maakt deel uit van een gezin dat hoort bij een laag sociaal milieu, heeft het gevoel nergens bij te horen, outcast te zijn. “Ik deugde niet omdat ik het kind was van een heel slechte vader.” De schaamte voor een wellicht ‘foute vader’, het gemis van een vader en het niet weten wie zijn vader is zijn de verstikkende ‘demonen’ waarvan Peter zich wil bevrijden. Hij voelt zich opgesloten in zijn milieu: “Ik werd dus het brave jongetje (….) en verdween in de wereld van de boeken. (…) Zo werd onze straat mijn gevangenis. Een gevoel dat versterkt werd door de enggeestigheid van het milieu waarin ik opgroeide. Een wereld die werd geregeerd door de overtuiging: als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje. Ik weigerde dat te geloven.” Peter wil een gulden worden!

In het verhaal volgen we de ontwikkeling van Peter, hoe hij opgroeit. Vlerkoorde schetst die ontwikkeling via vier grote fases. In de eerste fase gaat het onder meer om het ontdekken van de liefde, het de moeite waard zijn. Hij gaat als enige uit zijn milieu naar de HBS, voelt zich pas voor het eerst gezien als hij een schoolkrant begint. Films (het hoofdstuk heet niet voor niets Hollywood) waren voor hem het medicijn tegen eenzaamheid. “Ze lieten zien dat er een uitweg was uit de wereld van de armoede. Daar waren twee dingen voor nodig: ware liefde en een vrouw die bereid was die liefde te geven.” Hij krijgt door films inzicht in macht en onmacht, de zin en onzin van relaties, zag dat films ook oplossingen voor levensvragen bieden. Hij trouwt met Sylvia, maar “ik had niet door waar het bij liefde eigenlijk om draaide. Het begon bij mij te dagen dat vrijheid ermee te maken had.” Het tweede deel heet toepasselijk Dwaalweg. Zijn relatie met Sylvia loopt stuk, hij denkt een nieuwe liefde gevonden te hebben bij Mirre. Bij Sylvia draait het om de ‘buitenwereld’ en Mirre helpt hem naar buiten te brengen wat er in zijn binnenwereld leeft. Dan maakt hij een cruciale fout door bij de scheiding van Sylvia de wens van zijn zoontje om bij hem te mogen blijven niet te respecteren. “Door hem zo in de steek te laten had ik als vader gefaald. Daarmee was ik niet alleen hem maar ook mezelf ontrouw geweest.” Hij wil weer terug naar de vrijgezellenstatus, maar komt erachter dat een non-interesse in vrouwen prikkelend voor het andere geslacht is. In de derde fase (‘Herkansing’) ontmoet hij Helena, die eveneens een geheim heeft. Dan volgt de echte bevrijding in het laatste deel.

Bazarow

Het leven ervarend en ontdekkend komt hij tot de kern van waar hij naar op zoek is: “De weg naar vrijheid had zich geopend omdat ik had durven loslaten. Die stap van losmaken werd pas mogelijk nadat ik de angst te zijn als ‘mijn vader’ had losgelaten (…) De keuze mezelf te accepteren, toe te staan mezelf te mogen zijn, was nog een belangrijker stap op weg naar de ware vrijheid.” De weg naar vrijheid is een zoektocht naar wijsheid.

In dit verhaal gaat het ook om wat er niet geschreven staat. Zo hebben de namen van de vrouwen die in het verhaal voorkomen ook een betekenis, geven ze de zoektocht van Peter aan: Sylvia is afgeleid van het Latijnse silvestris, dat woud betekent (het ontdekken van de weg van het leven), Mirre (het middel dat genezend werkt en spiritualiteit bevordert) en Helena, de stralende, de schitterende, de mooiste vrouw van Griekenland (de laatste vrouw met wie Peter samen is).

Vlerkoorde heeft een prettige verteltrant, formuleert scherp, weet op organische wijze allerlei verbindingen te leggen (met film, muziek, geschiedenis). Je wordt meegenomen in de wereld van een man die zich ontwikkelt van opgesloten zijn in je milieu/gezin, tot een rebels en daarna slim type om uiteindelijk naar wijsheid te groeien. In iedere fase in dit leven brengt de auteur verdieping aan. Dat doet hij door filosofische uitspraken in het verhaal te verweven: “waar angst regeert, staat liefde buitenspel en sterft vrijheid,” “volwassen worden is een kind kunnen zijn zonder schaamte” (Foudraine). Dit verhaal laat zien hoe belangrijk ‘loslaten’ is om het grootste geluk te vinden, je ultiem vrij te voelen. En wat geeft dat lucht.

Voor het eerst gepubliceerd op De Leesclub van Alles