Dinsdag, 4 januari, 2022

Geschreven door: Eekhout, Anne
Recensie door: Verplancke, Marnix

Mary

Eekhout geeft haar personage een overtuigende stem

De eerste zin

“Dit is het uur”

Recensie

Hoe was de achttienjarige Mary Shelley in staat Frankenstein te schrijven? Hoe kwam ze op het idee om een experimenterende wetenschapper een mens te laten maken en deze vervolgens het leven te laten zien door een flinke stroomstoot door zijn lijf te jagen? En waarom werd die mens uiteindelijk zo’n eenzaam en verstoten wezen? Ook Anne Eekhout vroeg het zich af. Ze ging aan het fantaseren en schreef er Mary over, haar vierde roman.

Scènes

In die roman volgen we twee op zich staande verhaallijnen waarin Mary Shelley centraal staat. De eerste speelt in 1816 in de Villa Diodati waar Mary, haar stiefzus Claire, haar geliefde Percy Bysshe Shelley, diens dichter-compagnon Lord Byron en zijn arts John Polidori elkaar ontmoeten en afspreken een griezelverhaal te zullen schrijven. En waar Mary haar Percy steeds vaker in de armen van Claire ziet liggen. Het klassieke relaas dus. De tweede, door Eekhout verzonnen verhaallijn, speelt vier jaar eerder, wanneer Mary in Dundee is, op bezoek bij de familie Baxter, vrienden van haar vader. De veertienjarige Mary wordt de beste vriendin van Isabella Baxter, de dochter des huizes die treurt omwille van de dood van haar moeder. Mary slaagt er echter in haar weer zin te doen krijgen in het leven en er ontstaat iets moois, vriendschap, liefde zelfs, tot de bittere realiteit alles aan diggelen slaat. En dat geluk is trouwens niet het enige wat die realiteit verwoest. Mary en Isabella fantaseren er graag op los. Zo bezoeken ze het graf van de laatste Schotse heks en vermoeden ze dat Isabella’s schoonbroer, de brouwer David Booth, wel eens iets raars met lijken zou kunnen doen. Ook al die verhalen moeten er uiteindelijk aan geloven.

Eekhout geeft haar Mary niet alleen een bijzonder overtuigende stem, ze schetst ook een knap en evenwichtig beeld van de eerste decennia van de negentiende eeuw. Mooi is hoe ze soms expliciet, zoals wanneer ze het over Booths fascinatie voor Galvani’s theorie over de dierlijke elektriciteit heeft, en vaak veel suggestiever naar Frankenstein verwijst, naar Mary’s verdriet omwille van haar vroeggestorven dochtertje Clara bijvoorbeeld. Frankensteins monster was gedoemd om eenzaam en verlaten te eindigen, besef je na het lezen van Eekhouts roman, want zo eindigde ook Mary Shelley, zowel in Dundee als in de Villa Diodati.

Drie vragen aan Anne Eekhout

Wat heb je met Mary Shelley?

Eekhout: “Ik wist al heel lang wie Mary Shelley was, maar hoe het boek Frankenstein precies ontstaan is, kwam ik pas een paar jaar geleden te weten. Hoe ze die verregende zomer van 1816 in Villa Diodati aan het meer van Genève had doorgebracht en hoe ze daar met die beroemde vrienden van haar afspraken dat ze ieder een griezelverhaal zouden schrijven, vond ik een mooi gegeven om iets mee te doen. Ik wou meer over Mary te weten komen, begon me in te lezen en ontdekte ik dat ze vier jaar eerder een tijdje in Schotland had gezeten en ze die periode zelf bijzonder belangrijk vond voor de vorming van haar verbeelding. Over wat ze daar precies gedaan heeft is weinig bekend. Ideaal, dacht ik, want dan kan ik dat invullen en er misschien wel een vroege versie van Frankenstein laten ontstaan.”

Wat is volgens jou de essentie van Frankenstein?

Eekhout: “Het mooie aan dat boek is dat het zo rijk is. Het is natuurlijk een horrorverhaal, maar ook een filosofische verhandeling. Wat mij het meest trof is hoe het monster in eerste instantie helemaal geen monster is. Hij ziet er natuurlijk niet uit en jaagt iedereen schrik aan, waardoor het van niemand het voordeel van de twijfel krijgt. Het wordt ook in de steek gelaten door zijn eigen maker en is zo gedoemd om een monster te worden, door iedereen verstoten, gevreesd en gehaat. Wie is nu echt het monster, zou je je kunnen afvragen, dat wat onbeholpen wezen, of dokter Frankenstein die zijn eigen creatie aan zijn lot overlaat?”

Mary was de dochter van Mary Wollstonecraft, een van de eerste feministes. Zou deze zich niet in haar graf omgedraaid hebben toen ze zag hoe haar dochter zich al te gedwee plooide naar de wensen van Percy Shelley?

Eekhout: “Dat zou best kunnen. Mary hield zoveel van Percy dat ze heel ver meeging in zijn wensen. Dat merkte ik in haar brieven en dagboeken. Ze was zelfs bereid zijn seksuele omgang met haar stiefzus Claire erbij te nemen. Vrije liefde, noemde Percy dat, maar ook al heeft Mary zich er bijna nooit over uitgelaten, toch ben ik ervan overtuigd dat ze het vervelend vond. Het was pas na zijn dood in 1822 dat ze een zelfstandige vrouw werd die van haar schrijven leefde en opkwam voor haar lotgenotes.”

Eerder verschenen op Knack