Vrijdag, 12 januari, 2018

Geschreven door: Wagendorp, Bert
Artikel door: Nooij, Marjon

Masser Brock

Is nieuws wel écht nieuws, of viert de mediacratie hoogtij?

[Recensie] Tijdens een missie tegen het terrorisme¬†in, het fictieve land,¬†Pantsjagan¬†stuiten vijf jonge Nederlandse soldaten met hun pantservoertuig op een¬† zware landmijn en vier jongens laten hierbij het leven. Sergeant¬†Jeroen Weenink¬†weet als een wonder te overleven. Na inspectie van¬†het wrak van het voertuig wordt er echter hero√Įne gevonden.

Masser Brock is een 46-jarige vrijgezelle idealist, columnist bij De Nieuwe Tijd, gehecht aan zijn Provençaalse tempo, zijn vaste gewoonten en het schrijven van de zes verplichte columns per week. Hij is ook in Haarlem blijven wonen toen hij de overstap maakte naar de krant in Amsterdam. De chaos en drukte van de hoofdstad is niet iets wat hem trekt. Naarmate hij ouder wordt en langer in het vak zit, beginnen de twijfels en het cynisme over zijn werkzaamheden te komen. Soms lijkt Brock wat stug, maar het is typisch geval van ruwe bolster, blanke pit.

“Wat m√°√°k ik, vroeg hij zich dan af […] maar wat maakt een opiniemaker?
Meningen.
Niks, je kunt er niet eens je reet mee afvegen. Meningen maken nieuwe meningen.
Het is de pest.”

Wanneer Masser een lunchafspraak heeft met zijn oud-hoofdredacteur, Charles Schuurman Hess II, schuift oud-collega Bonna Glenewinkel ook aan. CSH vertelt hun over informatie die hij heeft gekregen van een spijtoptant die nog maar kort heeft te leven. Daaruit blijkt dat de Geheime Dienst een grote vinger in de journalistieke pap heeft.

Ook al is zijn, niet bijster competente zoon hem opgevolgd als hoofdredacteur, hij wil dit tot op de bodem uitgezocht zien. Aan Masser en Bonna de vraag om zich daar hard voor te maken. Samen gaan ze, gedreven door hun verontwaardiging, aan het werk om de waarheid boven tafel te krijgen.
“Godverdomme. Ik wist niet wat ik hoorde. Denk je dat je al die jaren een onafhankelijke krant hebt zitten maken, ben je toch gemanipuleerd door een stel van die gluiperige gleufhoeden. Ik had hem een beuk moeten geven. Maar dat doe je dan weer niet, met een man die nog twee dagen te leven heeft.”

Doofpot

De zus van Brock,¬†Mia Kalman,¬†ontpopt zich tot spindoctor van de minister president.¬†Daar waar Masser de waarheid boven tafel wil proberen te krijgen, heeft Mia de opdracht gekregen om een toespraak te schrijven, waarin de vondst van de hero√Įne niet zal worden genoemd, waardoor¬†de hele kwestie doofpot in zal moeten verdwijnen.
Wanneer de teraardebestelling van de gesneuvelden ter sprake komt oppert Mia¬†dat de nabestaanden misschien prijs zouden stellen op en begrafenis in kleine kring. De¬†premier echter¬†wil een staatsbegrafenis voor de omgekomen soldaten en stelt:¬†“Ik zal het met de koning opnemen, want die moet er ook bij, met de koningin. […] Misschien kunnen we nog een paar jongens uit het amusement optrommelen die daar zijn geweest om op te treden, misschien is er een beeld waarop je een van de dode gasten ziet met de een of andere smartlappenzanger. Stel je eens voor hoe dat erin hakt. En dan de hele boel live op tv – ik denk niet dat er √©√©n nabestaande is die dat niet schitterend zal vinden. En anders sturen we er een paar ambtenaren op af om die lui te overtuigen.”

Masser begint¬†steeds meer moeite te krijgen met het feit dat er door de diverse disciplines een andere waarheid wordt gehanteerd en dat er zodoende stevig met nieuwsfeiten wordt gejongleerd.¬†Hij beseft dat hij een ‘news addict’¬†is geworden en¬†al jarenlang een slaaf¬†van zijn eigen gedrevenheid om nieuws te zoeken en te verslaan. Wanneer zijn hoofdredacteur het werk wil neerleggen vraagt hij Masser om zijn taken over te nemen, maar deze heeft hier gemengde gevoelens over.¬†Zijn zelfgekozen eenzaamheid speelt hem van tijd tot tijd ook parten en hij¬†zoekt een ex-vriendin op. De wederzijdse, vriendschappelijke genegenheid tussen hen is niet verdwenen, maar of het verstandig is om de vonk weer over te laten slaan is nog maar de vraag.

De gelaagdheid van het verhaal wordt heel mooi uitgewerkt in de diverse verhaallijnen. De jeugd van Masser en Mia, de ontwikkeling van¬†Jimi, de drie√ęntwintigjarige zoon van Mia, en het verhaal van de succesvolle carri√®re van zijn opa¬†als horlogemaker. De rol van sergeant Jeroen Weeninck wordt gedurende het verhaal¬†verder uitgebouwd. De draadjes komen aan het einde van het verhaal naadloos samen.

De schrijfstijl is vlot en de dialogen zeer realistisch en levendig. De personages worden goed uitgewerkt en hebben ieder hun eigen karaktertrekjes en emoties meegekregen.¬†De plot blijft steeds boeien, is spannend en laat je soms even grinniken. Met dit boek heeft Wagendorp een zeer actueel en mooi gelaagd boek geschreven, waarin ook de¬†Trump-perikelen een plaatsje hebben gekregen. Ontegenzeglijk is in het personage van de premier,¬†Mark Rutte¬†te herkennen, hoewel hier ’s mans kwinkslagen behoorlijk aangedikt lijken en soms wat t√© joviaal – misschien iets te platvloers – overkomen.
De auteur geeft de lezer door de ogen van Masser Brock, een inkijkje in hedendaagse journalistiek, wat resulteert in een spannende roman die de lezer hoogstwaarschijnlijk met gefronste wenkbrauwen zal achterlaten, zich afvragende of nieuws wel écht nieuws is en hoe de media invloed hebben op dat wat er in het nieuws komt. Het maakt nieuwsgierig naar het antwoord op de vraag of we tegenwoordig daadwerkelijk in een mediacratie leven en wat Wagendorps ervaringen als journalist in deze zijn.

Over de auteur

Bert Wagendorp (1956) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Hij is buiten schrijver, ook essayist en columnist. Hij schrijft voor de Volkskrant en is mede-oprichter en hoofdredacteur van het literaire wielertijdschrift De Muur.


Eerder verschenen op Met de neus in de boeken